Amerikanen lezen Nederland de les in zaak-Hirsi Ali

Een woedende Republikein belt de ambassade, een Amerikaanse terreurdeskundige hoont de Hollandse angst voor risico’s.

Amerikanen over Nederland in de nasleep van de zaak-Hirsi Ali.

Kenmerkend voor de sfeer vorige week was een telefoontje dat Richard Perle pleegde met de Nederlandse ambassade in Washington. Perle werkte onder president Reagan op het ministerie van Defensie en is als ‘resident fellow’ van het American Enterprise Institute (AEI) – de nieuwe werkgever van Ayaan Hirsi Ali – een krachtige speler in Republikeinse kringen in de Amerikaanse hoofdstad.

Hoe het gesprek precies verliep, is onbekend. Perle noch de Nederlandse ambassadeur Boudewijn van Eenennaam, met wie hij sprak, willen er iets over kwijt. Maar op het AEI weten verscheidene medewerkers wat Perle dreef: woede. Woede over de wijze waarop Nederland Ayaan Hirsi Ali had behandeld.

Amerikanen vinden niet zoveel van Nederland, en dat is sinds vorige week niet werkelijk veranderd. Maar voor zover Amerikanen wél iets van Nederland vinden, pakte de zaak rond Ayaan Hirsi Ali niet meteen uit als een public relations-stunt.

Het stof is inmiddels gaan liggen, maar diplomaten en AEI-medewerkers verwachten dat dit tijdelijk is: Nederland zal opnieuw over de tong gaan in het machtigste land ter wereld zodra Hirsi Ali zich in de VS vestigt en gaat werken bij het AEI.

De Nederlandse ambassade probeert sinds vorige week te redden wat er te redden valt. The Washington Post drukte een brief van ambassadeur Van Eenennaam af waarin hij tegensprak – zoals de krant in een hoofdartikel stelde – dat Nederland intolerant voor critici van de islam is geworden. Maar dat beeld was toen allang in vele commentaren en beschouwingen gevestigd en geen diplomaat die nog tegen dit geweld op kon.

De werkelijkheid is dat rechtse én linkse Amerikaanse intellectuelen in de zaak-Hirsi Ali de bevestiging zien van een al langer bestaand ongemak: Europa – dus ook Nederland – vreest zozeer voor het lijfsbehoud dat het gevaarlijk weinig weerstand biedt tegen de radicale islam, vinden ze.

„De zaak Hirsi Ali is symptomatisch voor Europa”, zegt Michael Ledeen, terreur- en Europa-specialist van het AEI. In Nederland, smaalt hij, heeft het idee postgevat dat mensen récht hebben op een risicovrij leven. „Alleen in zo’n klimaat kan een rechter de dwaze positie innemen dat je mensenrechten in gevaar zijn als je buurvrouw zich moet beschermen tegen moslimextremisten.”

Als terreurspecialist zegt Ledeen te weten dat de samenwerking van Amerikaanse en Europese specialisten in de oorlog tegen terreur tegenwoordig vaak voortreffelijk is. Het probleem ligt op het niveau van de maatschappijen. „Nederlanders zouden een voorbeeld aan Hirsi Ali kunnen nemen. Zij zouden mét haar kunnen inzien dat het soms levensbedreigende risico’s vergt om het kwaad in de wereld te bestrijden.”

Maar vorige week kwam dat niet echt aan de oppervlakte, beaamt hij. „Ik kan alleen maar hopen dat het einde van de welvaartsstaat, zoals dat zich aftekent, een ommekeer teweeg zal brengen naar een maatschappij die risico’s stimuleert. Maar ik vind het even moeilijk om optimistisch te zijn.’’

De analyse in progressieve Amerikaanse kringen over Nederland is harder. Zomin als Republikeinse politici de moeite namen zich publiekelijk in het debat te mengen, zo laten ook Democraten dat na. De zaak wordt besproken in academische kringen en op het web – buiten het blikveld van gevestigde media. Maar de belangstelling is groot. En je vindt er mensen die zozeer door de kwestie gefascineerd zijn dat ze zich ook de interne verhoudingen in de VVD eigen hebben gemaakt.

Zo iemand is Jeff Weintraub, een politieke wetenschapper aan de universiteit in Philadelphia die zichzelf ‘sociaal democraat’ noemt – een zeldzaamheid in dit land. Op zijn blog kun je doorklikken naar Trouw en Leon de Winter, en aan de telefoon kan hij er niet genoeg van krijgen om meer over de zaak-Hirsi Ali op te zuigen.

Zijn fascinatie, zegt hij, is het onvermogen van de progressieve partijen in Nederland om Hirsi Ali onderdak te bieden. Zij komt op voor alles waar links voor zou moeten staan, zegt hij: de onderdrukten, de minder bedeelden. „Deze vrouw is in essentie een sociale strijder. Als zo iemand in een rechtse partij als de VVD terechtkomt, moet de morele verwarring bij links – en dus in de maatschappij – wel héél groot zijn.”

Europeanen doen veel dingen beter dan de VS, vindt hij, maar van de Amerikaanse omgang met immigratie kunnen ze leren. „Het is alarmerend hoe moeizaam Europeanen immigranten in hun maatschappij toelaten.” Ook Nederland vindt hij op dit punt armoedig. „Hirsi Ali zat in het parlement. Ze werd internationaal gewaardeerd. Maar in Nederland bleef ze een buitenstaander. Zo is ze uiteindelijk ook behandeld, door haar buren en door de minister.”

Amerikanen gunnen immigranten een volledig burgerschap. Dat zou Nederland hiervan moeten opsteken, zegt hij. „Een echt progressief land gunt zijn immigranten succes. Maar de vraag is: wil Nederland dat?”

    • Tom-Jan Meeus