Allochtonen op overnamepad

Bedrijfsopvolging speelt de komende jaren in bijna de helft van de Nederlandse familiebedrijven. Kinderen zijn niet happig om hun ouders af te lossen. Allochtone ondernemers willen bestaande bedrijven wel graag overnemen.

Apotheker L. Hu Foto Maarten Haaff drs. L. Hu, apotheker, Den Haag, 11 mei 2006, foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

Meesterschoenmaker Paul Minne van schoenmakerij De Uitkomst in Zeist groeide op met de geur van leer en lijm. Zijn vader begon het bedrijf in 1937. „Na de oorlog werkte hij thuis, in de achterkamer. Ik zie hem nog zitten. Pas later, met de grotere machines, gingen schoenmakers staande werken.”

In 1970 nam Minne (58) het bedrijf over van zijn vader. „Het is een ontzettend mooi vak, als je weet wat je allemaal met een schoen kunt doen.” Het harde werken brak hem op. Ten onder aan zijn eigen succes, noemt hij het zelf. „Na je vijftigste nemen je krachten toch af. Maar je hebt zo’n goede naam, leuk werk, leuke klanten. En de mensen zijn zó dankbaar! Anderhalf jaar geleden liep ik tegen mezelf aan. Ik kreeg een hartinfarct en drie bypasses. Het ging niet meer.”

De derde generatie Minne zal de zaak niet voortzetten. „Mijn dochter is pas veertien, mijn zoon van zestien wil de techniek in. Ik vind het te belastend om ze de kant van de schoenmakerij op te sturen. Zelf mocht ik destijds ook kiezen.” Onlangs verkocht Minne zijn bedrijf aan een schoenmaker van Turkse afkomst. Die zal het bedrijf, met behulp van zijn familie, ook allemaal schoenmakers, in augustus overnemen. Minne: „Hij kwam gewoon binnenlopen, en vroeg of het bedrijf te koop was. Hij zocht een bedrijf met een goeie omzet. Het overviel ons nogal.”

Niet elke ondernemer vindt zo gemakkelijk een koper. Nu de babyboomers met pensioen gaan, zullen tot 2010 jaarlijks zo’n 18.000 bedrijven in het midden- en kleinbedrijf met opvolgingsproblemen te maken krijgen, becijferde onderzoeksbureau EIM. Een kwart van die bedrijven eindigt onnodig in een sluiting; een kapitaalvernietiging van naar schatting vijfhonderd miljoen euro per jaar.

Het probleem speelt vooral in de detailhandel, zegt Dick Scherjon, consultant bij de Rabobank. Daarom pleitte de bank er in 2004 al voor om zulke bedrijven in contact te brengen met etnische ondernemers. Scherjon: „De eigen kinderen zijn welzijn en zekerheid gewend en minder geneigd de risico’s die met ondernemen gepaard gaan te nemen. Ze zijn hoger opgeleid en stellen ook hogere inkomenseisen. De kosten van overname wegen in hun ogen niet op tegen het rendement. De enige optie die je als verkoper dan hebt, is iemand vinden die elders slecht aan een baan komt, genoegen neemt met minder verdiensten, harder wil werken én zijn familie in kan schakelen. Dat is een heel ander type ondernemer.”

In juni 2005 kondigde staatssecretaris Karien van Gennip van Economische Zaken aan de overname van bestaande bedrijven door allochtone ondernemers te zullen steunen. Ondernemerschap is immers een probaat middel om te integreren. In samenwerking met werkgeversclub MKB Nederland zou het ministerie potentiële allochtone kopers in contact brengen met autochtone overdragers.

Vooralsnog is het bij een actieplan gebleven. EZ wacht, volgens een woordvoerder, op geld van het MKB. Vreemd, vindt Jurgen Warmerdam van MKB-Nederland. „Wij steunen een dergelijk project nooit met geld, alleen met mensen en ideeën.” De brancheorganisatie probeert haar leden wel op de mogelijkheid van verkoop aan een allochtone ondernemer te wijzen. Warmerdam: „Het zijn twee verschillende werelden. Zo heb je, naast de gewone bakkersvereniging, een islamitische bakkersorganisatie. Maar áls je elkaar dan hebt gevonden, en met veel moeite je financiering rond hebt, zijn de fiscale maatregelen niet uitnodigend om over te dragen. Om afdracht van de hoge overdrachtsbelasting te kunnen uitstellen, moet je bijvoorbeeld drie jaar blijven meedraaien in het bedrijf. In een familiesituatie kan dat prima zijn. Een vreemde heeft daar vaak geen zin in.”

Waar autochtone verkopers en allochtone kopers elkaar wel vinden is op internet. Op www.bedrijventekoop.nl staan bedrijfsprofielen van ruim 2.500 bedrijven. Van de 50.000 bezoekers per maand heeft ongeveer 15 procent een allochtone achtergrond, vermoedt oprichter en eigenaar Filip Demuyt. „Men kijkt heus niet meer alleen naar horecabedrijven, maar ook naar speelgoedwinkels, meubelzaken, noem maar op. Wij zien het als een inburgeringsslag: met een eigen winkel kun je status opbouwen.”