Voorwaardelijke celstraf geeft een verkeerd signaal

Inhoudelijk is een afgewogen vonnis geveld in de Ahold-zaak. Een pittige onvoorwaardelijke gevangenisstraf was passend geweest, vindt Peter Paul de Vries.

In de Ahold-strafzaak gaat het om de vraag of sprake is van strafbaar handelen en – indien dit het geval is – welke straf daarbij passend is. De Amsterdamse rechtbank velde gisteren inhoudelijk een zeer krachtig oordeel over de vier verdachten. Van hen kwam oud-commissaris Fahlin er met vrijspraak nog het beste af, maar zijn gedrag als voorzitter van de audit-commissie werd wel als „onbehoorlijk bestuur” gekwalificeerd. De drie voormalige bestuurders – Van der Hoeven (topman), Meurs (financieel bestuurder) en Andreae (bestuurslid) – zijn wel veroordeeld. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van valsheid in geschrifte, van het bewust opstellen en tekenen van tegenstrijdige documenten (control en sideletters), van onjuiste cijfers volgens Amerikaanse grondslagen, van misleiding van beleggers (roadshows), van valse letters of representation en van misleiding van de accountant. Daarmee volgt de rechtbank in grote lijnen de stellingen van het openbaar ministerie.

Van de door het OM geëiste straffen – voor Meurs en Van der Hoeven twintig maanden celstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk – blijft echter weinig over. Naast geldboetes worden voorwaardelijke celstraffen uitgesproken: negen maanden voor Van der Hoeven en Meurs en vier maanden voor Andreae. Dit betekent enerzijds dat sprake is van een veroordeling, maar anderzijds dat de heren in de praktijk geen celstraf hoeven uit te zitten. Een voorwaardelijke straf met een proeftijd van twee jaar heeft louter een symbolisch karakter. Zij zullen op die termijn geen bestuursfuncties meer bekleden bij beursgenoteerde of andere bedrijven. Bovendien valt niet te verwachten dat zij zich in een eventuele volgende functie weer van sideletters zullen bedienen en opnieuw de accountant zullen misleiden. Dat de voorwaardelijke celstraf in een onvoorwaardelijke wordt omgezet, is daarom zeer onwaarschijnlijk.

Wat resteert zijn geldboetes van 225.000 euro voor Van der Hoeven en Meurs en 120.000 euro voor Andreae. Dat is een fractie van hun vroegere beloning – de Raad van Bestuur verdiende in 2002 twintig miljoen euro – en voor Van der Hoeven ongeveer een half procent van zijn geschatte vermogen.

In de motivering van de straffen zegt de rechtbank te hebben meegewogen dat de heren in ernstige mate het vertrouwen hebben geschonden van werknemers, klanten, aandeelhouders, commissarissen en accountant. Bovendien hebben zij het aanzien van Ahold en het (Nederlandse) bedrijfsleven in diskrediet gebracht. De rechtbank concludeert vervolgens dat in een voorwaardelijke celstraf de ernst van de zaak voldoende tot uitdrukking komt. Daar ben ik het niet mee eens. Allereerst zijn de heren medeverantwoordelijk voor de bijna-ondergang van het Ahold-concern. De grote koersval is voor een belangrijk deel te wijten aan de consolidatiekwestie en de sideletters. Ahold had zijn cijfers volgens Amerikaanse grondslagen moeten aanpassen en een dergelijke aanpassing wordt vrijwel altijd door een koersval gevolgd. Als verzachtende omstandigheid wordt aangevoerd dat de bestuurders niet uit waren op persoonlijk gewin. Dat is maar de vraag: de bestuurders van Ahold incasseerden in de periode 1997 tot en met 2002 fors stijgende salarissen, bonussen en optiepakketten. Alleen in de jaren 1999 tot en met 2001 verdiende Van der Hoeven al 4 miljoen euro aan het verzilveren van opties. Dat de latere opties niet konden worden verzilverd is het gevolg van het – tegen hun zin – openbaar worden de boekhoudproblemen.

Dat de rechtbank niet zou straffen naar Amerikaanse maatstaven, was te verwachten. Maar de nu opgelegde straffen zijn zo mild, dat daarmee een verkeerd signaal wordt afgegeven. Het signaal aan bestuurders is dat zij – zelfs als zij de accountant misleiden met sideletters – geen celstraf hoeven te vrezen. Het inhoudelijke vonnis is krachtig en afgewogen en een substantiële onvoorwaardelijke celstraf was passend geweest.

Peter Paul de Vries is directeur van de Vereniging van Effectenbezitters.