Unilever moet zich splitsen

Misschien heeft Unilever beleggers wel een beetje té enthousiast laten worden door de sterke prestaties in het laatste kwartaal van vorig jaar. Maar na een zwakke start van 2006 staat de toekomst van het Brits-Nederlandse consumentenconcern boven aan de agenda. Een jaar geleden lanceerde de nieuwe topman Patrick Cescau de jongste fase van Unilevers eeuwige sanering. Maar de aandelenkoers is weer terug op het niveau van toen hij aantrad. Erger nog, hij is terug op het niveau van tien jaar geleden. Het is dus tijd om iets radicaals te proberen.

Cescau zegt dat het probleem niet ligt in Unilevers productportefeuille, maar in zijn prestaties. Dat is een understatement. Hij heeft het reclamebudget enorm opgeschroefd, maar desondanks steeg de omzet slechts met een magere 2 procent – veel minder dan Nestlé en Danone, die een omzetgroei van 6 procent wisten te bereiken.

Zorgwekkend genoeg was alle groei vorig jaar afkomstig van de opkomende markten, destijds midden in een bloeiperiode die inmiddels over zijn top zou kunnen zijn. Ondanks de inspanningen van Cescau leed de Europese markt feitelijk verlies.

Dat komt doordat de problemen van Unilever structureel en cultureel van aard zijn. Cescau heeft een managementlaag geschrapt en onderling ruziënde afdelingen samengevoegd. Hij heeft ook talentvolle jongeren naar hogere posities gepromoveerd – ook al bestaat het topmanagement nog steeds bijna uitsluitend uit vijftigjarige mannen die nog nooit ergens anders hebben gewerkt. Maar hij moet nog veel verder gaan.

Cescau moet de gedurfde beslissing nemen waar hij bij de herziening van de bedrijfsstructuur van Unilever vorig jaar nog voor terugschrok. Dat betekent een fusie van de Nederlandse en Britse houdstermaatschappijen als een eerste stap op weg naar een opsplitsing in een voedingsmiddelenconcern en een producent van huishoudelijke artikelen. Dat zal op zichzelf geen wondermiddel zijn. Ervan uitgaande dat de divisie voor huishoudelijke producten een waarde van veertienmaal de operationele winst van vorig jaar vertegenwoordigt en die voor voedingsmiddelen twaalfmaal de operationele winst, kan de koers slechts tien procent winst boeken. En een groot deel daarvan zou opgaan aan de kosten.

Maar daar gaat het niet om. Het opsplitsen van het concern zal de twee bedrijven in staat stellen zich te richten op het ontwikkelen van hun eigen strategieën. En het zal het mogelijk maken dat elk van beide zelfstandig besluit over een geëigende kapitaalstructuur. Het is absurd dat Unilever, met zijn omvangrijke kasstroom, een schuld heeft van slechts 1,6 maal de ebitda. Het concern zou makkelijk viermaal zoveel aankunnen. Dan zou het 15 miljard euro kunnen teruggeven aan de aandeelhouders, ofwel ongeveer 180 pence per in Engeland genoteerd aandeel.

Zal dat ook echt gebeuren? Het antwoord ligt misschien aan de overzijde van de oceaan, waar de activistische belegger Nelson Peltz bij het voedingsmiddelenconcern Heinz een soortgelijke radicale sanering heeft afgedwongen. Het gevolg? De koers van Heinz is dit jaar 20 procent gestegen. De aandeelhouders van Unilever hebben dat gezien. En Cescau zou zich dat ook moeten realiseren.

Simon Nixon

Voor meer commentaar uit Londen:www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld

    • Simon Nixon