Revolutie van ‘black yuppies’ in Soweto Maagdelijke markt

De onverwachte bloei van de Zuid-Afrikaanse krottenwijk Soweto bevestigt een gewaagde theorie onder economen. Er is geld te verdienen op de bodem van de piramide.

‘Uw droomhuis’ in Soweto. Foto’s Ellen Elmendorp Property boom in Soweto 18 May 2006 ©Ellen Elmendorp Elmendorp, Ellen

De entree is nog steeds hetzelfde. Aan de rand van de vallei die South Western Townships (Soweto) heet, thuis voor twee of drie miljoen Zuid-Afrikanen – wie zal het zeggen – staan nog steeds de bruine wachttorens achter dikke rollen prikkeldraad. De metalen uitkijkposten zijn de blijvende herinnering aan de tijd dat de wijk in het zuidwesten van Johannesburg synoniem was voor opstand, stenen, traangas en rubberen kogels. Dat was de tijd dat alle inwoners hun wijk verfoeiden als een bedenksel van een racistisch regime, een ballingsoord voor zwarten die elders in de stad niet welkom waren.

Duik van daaruit nu eens het dal in. Ga de verstikkende nevel van verbrande houtskool tegemoet, waarin Soweto in de Zuid-Afrikaanse herfst gehuld gaat. Passeer de taxistandplaats tegenover het Chris Hani Baragwanath-ziekenhuis en maak kennis met de nieuwe opstanding van Soweto. Die van hijskranen en betonmolens. Die van fonkelnieuwe shopping malls met dromerige namen als Protea Gardens. Die van keurig aangeharkte parken en loofrijke lanen. Die van makelaars als Cuthbert Mthimkulu (70), een statige man die vindt dat het de afgelopen maanden serieus ‘te gek’ geworden is hier in Soweto. Zeker voor een man van zijn leeftijd. „Ik weet niet waar ik de huizen vandaan moet halen, echt niet.” En daar gaat de telefoon weer in zijn bescheiden kantoor. „Ach madam, u zoekt een huis met vier kamers? Meer kans dat u een naald in een hooiberg vindt. Het spijt me.”

De run op Soweto heeft Mthimkulu overvallen. Sinds 1998 werkt hij bij het oudste makelaarskantoor van Soweto. In die eerste jaren ging hier de telefoon zelden. „We verkochten misschien één of twee huizen per maand. Nu gaat elk huis dat via de achterdeur binnenkomt, er via de voordeur weer uit.’’ Gemiddeld melden zich zeven kopers per huis. Driekwart van de kopers is een ‘starter’. Met een gemiddelde groei van 20 procent voerde Zuid-Afrika de afgelopen vijf jaar de lijst aan van snelst groeiende huizenmarkten ter wereld. In diezelfde periode verdrievoudigden in sommige wijken van Soweto de prijzen voor onroerend goed.

Die explosieve groei mag op dit continent gerust een revolutie heten. Huizen in Afrikaanse townships, in krottenwijken en achterstandsbuurten, staan onder investeerders bekend als ‘dood kapitaal’. De bewoners van de huizen gemaakt van golfplaten, wrakhout of gewoon baksteen hebben meestal geen eigendomsrechten. Dat maakt ze niet alleen kwetsbaar voor de bulldozers van regeringen (Zimbabwe, Angola, Nigeria), maar ook irrelevant voor banken. Ook voor Soweto haalden hypotheekverstrekkers hun neus op, tot voor kort.

„Nu pas hebben ze in de gaten gekregen dat ze een groot deel van de Zuid-Afrikaanse consumenten, nee, hét grootste deel van de Zuid-Afrikaanse markt genegeerd hebben’’, zegt makelaar Mthimkulu. Op zijn fax snort net de goedkeuring binnen van First National Bank voor een lening van 50.000 euro aan een van zijn klanten. „Ze zijn eindelijk wakker geworden.’’ [Vervolg SOWETO: pagina 16]

SOWETO

Maagdelijke markt

[Vervolg van pagina 1] En niet alleen de banken. En niet alleen de huizenmarkt. In de townships van Zuid-Afrika is een zwarte middenklasse ontwaakt die volgens recente onderzoeken aan de basis staat van wat het tijdschrift Financial Mail eerder deze maand een ‘consumptierevolutie’ noemde. Dit zijn de zwarten die profiteerden van de positieve-discriminatieprogramma’s van de regering. Of jonge afgestudeerden van de universiteiten en hogescholen die sinds het einde van apartheid de deuren openden voor alle rassen.

Samen met de rijken uit voornamelijk blanke wijken van de grote steden, dreven deze ‘Buppies’ (Black Yuppies) de onafgebroken groei van de Zuid-Afrikaanse economie, die nu al 78 maanden duurt. Die volgens de minister van financiën dit jaar de economie met 5 procent zal laten uitdijen. Zij waren medeverantwoordelijk voor de 560.000 auto’s die hier vorig jaar verkocht werden: 26 procent meer dan het jaar ervoor.

Zij profiteerden van de historisch lage rentestand – in de afgelopen twee jaar vier maal verlaagd. Zij kochten huizen in Soweto, niet alleen omdat de prijzen elders te hoog waren, maar vooral omdat ze zich hier in volkswijk Soweto thuis voelen. Driekwart van de ‘Buppies' blijft wonen in de township.

„Ik zou nooit kunnen overleven in Sandton’’, zegt Naledi Dlamini, een springerige jongedame in joggingpak die met vereende kracht het gietijzeren hek openduwt van een villa in Diepkloof, een buurt voor de gegoede stand in Soweto. Met Sandton bedoelt ze de wijk in het noorden van Johannesburg, een marmeren toevluchtsoord voor rijken. „Ik ben te luidruchtig voor die wijk. We moeten wel kunnen dansen in de voortuin op zaterdagavond. En we moeten wel onze ceremonies kunnen blijven houden.’’ Dlamini loopt naar de rand van het azuurblauwe zwembad in de achtertuin. Daar staan niet alleen de slippers voor de hele familie. Daar liggen ook twee huidenvellen van de schapen die hier zaterdag nog geslacht werden ter ere van het huwelijk van een oom. „We moeten onze voorouders eren’’, legt Dlamini uit. „Anders krijg je problemen.’’

Dlamini bevestigt in alle opzichten de conclusies van het net gepubliceerde onderzoek van het Unilever Institute van de Universiteit van Kaapstad naar de zogeheten ‘Black Diamonds’, zoals de zwarte middenklasse in de volksmond heet. Er zijn inmiddels twee miljoen Zuid-Afrikanen die zich zo mogen noemen. Op een bevolking van 44 miljoen. Ze verdienen gemiddeld meer dan 960 euro per maand. En ze hebben een fikse achterstand in te halen ten opzicht van de rijken die al een tijdje meedraaien in de consumptiemaatschappij. Slechts 15 procent van de ‘zwarte diamanten’ heeft een droger in huis bijvoorbeeld (tegen 61 procent onder blanken). En slechts een derde heeft een computer (blanken 67 procent). Maar die inhaalslag verloopt niet volgens de vaste bestedingspatronen van blanken. Het nieuwe geld wordt niet uitgegeven aan wintersportvakanties in Europa, en ook niet aan levensverzekeringen. Veel geld vloeit af naar de ‘uitgebreide families’ (70 procent heeft een familie van vijf of meer gezinsleden) en gaat op aan traditionele ceremonies. En veel, heel veel geld, gaat op aan „het tonen van de welvaart’’, zoals onderzoeker Paul Egan het noemt. „De auto, de kleren. Dingen die je een ander kunt laten zien. Dat telt.’’ Of zoals Naledi Dlamini haar eigen prioriteitenlijstje opsomt: „1. auto. 2. mobiele telefoon. 3. juwelen.) De zwarte diamant moet blinken.

Dat gegeven heeft Raymond Maponya op stoute ideeën gebracht. Hij mag zich een van de 25 miljonairs noemen die Soweto inmiddels heeft voortgebracht. Hij stelt zichzelf voor als ‘zwarte diamant’, als hij uit zijn splinternieuwe BMW 760I stapt op een bouwplaats van 65.000 vierkante meter. Maponya heeft hier de Maponya Mall bedacht, een winkelgalerij zo groot dat ze er zelfs in Sandton jaloers van zullen worden, belooft hij. „Dit wordt de droom van Soweto.’’ ‘Er is geld te verdienen op de bodem van de piramide’, citeert hij het eigenwijze boek (The Fortune at the Bottom of the Pyramid) van de Indiase businessprofessor C.K. Prahalad aan de Universiteit van Michigan. „Dit is de markt van de toekomst.’’. Dat schrijft Prahalad ook in zijn boek, een verwijt aan de zakenwereld voor het negeren van de vier miljard aardbewoners die dagelijks overleven van (nominaal) minder dan twee dollar per dag.

Prahalad pleit voor innovatie van producten voor die markt van de armen. Mobiele telefoons zijn er een goed voorbeeld van. Ideaal voor de consument die zich toch geen vaste lijn kan veroorloven. Afrika blijkt niet voor niets een van de snelst groeiende markten te zijn voor mobiele telefoons.

Richard Maponya beweert dat bedrijven niet eens zo gek veel nodig hebben om succesvol in de townships te worden : „Alleen een beetje moed’’. Maponya begon in de jaren zeventig al met een supermarkt voor de kleine portemonnee in Soweto. ,,Kleine porties aanbieden is de sleutel. Geen pakken sigaretten maar sigaretten per stuk. Geen dozen wasmiddel, maar een zakje wasmiddel, dat soort dingen. En geduld hebben voor de klant die niet alle dagen kan betalen. Vertrouwen bouwen is belangrijk.’’

Als Maponya zijn BMW in een achterafstraatje parkeert, voor het winkeltje waar hij zijn carrière ooit begon, komt de hele buurt gedag zeggen. „Ik herken en erken de mensen waar ik mee ben opgegroeid’’, legt hij uit als een dame op leeftijd hem een stevige zoen op zijn wangen geeft. „Als je het gemaakt hebt, mag je je wortels niet vergeten. De mensen die Johannesburg hebben gemaakt tot wat het is, wonen hier. Die mag je niet negeren. Die verdienen je vertrouwen.’’

De radio meldt op hetzelfde moment landelijke demonstraties van de vakbondskoepel Cosatu, tegen armoede en stijgende werkloosheid. Veertig procent, hier in Soweto. Terwijl de bedrijven de koopkracht van de armen hebben ontdekt in Zuid-Afrika, vrezen hun nieuwe consumenten de toekomst. De krottenwijken groeien nog steeds in Soweto, juist nu de prijzen van stenen huizen zo explosief gestegen zijn.

De nieuwe cliëntele van ondernemers als Maponya zijn bovendien gevoelig voor economische schokgolven, waaraan opkomende markten als Zuid-Afrika nu eenmaal onderhevig zijn. De minister van Financiën, Trevor Manuel, waarschuwde al voor eventuele renteverhogingen. De gevolgen voor de Buppies, die nu eindelijk voet aan de grond hebben bij de hypotheekbanken, kunnen dan aanzienlijk zijn. Neemt Maponyo niet een geweldig risico met zijn investering? „Feit is dat hier miljoenen mensen wonen. Die hebben samen een koopkracht van 1,6 miljard euro). We moeten onze ogen openen. We moeten de mogelijkheden zien van deze maagdelijke markt. Niet de problemen.’’