Persstemmen over Ahold

Het Financieele Dagblad

Met het vonnis in de Ahold-zaak zijn voor het eerst in de Nederlandse rechtsgeschiedenis topbestuurders van een groot beursfonds veroordeeld voor valsheid in geschrifte en misleiding. Dat is een belangrijke overwinning voor het Openbaar Ministerie (OM) in de strijd tegen witteboordencriminaliteit, na de vele zeperds in de afgelopen jaren. De rechtbank volgt de redenering en motivering van het OM voor het overgrote deel. [...] Het Ahold-dossier zal worden beschouwd als een belangrijke voorbeeldzaak.

De veroordeling en het vonnis dwingen bestuurders tot nadenken. De rechtbank zet de bijzondere verantwoordelijkheid van de raad van bestuur en de collegiale verantwoordelijkheid zwaar aan. [...]

In zijn vonnis spreekt de rechtbank harde woorden over de gevolgen van het handelen van de voormalige Ahold-top. Het vertrouwen in en het aanzien van het bedrijfsleven en van Ahold is in ernstige mate geschonden. Dergelijk taalgebruik - eerder gebezigd door het OM - verhoudt zich moeilijk met de milde straf van een geldboete en enkele maanden voorwaardelijk. Het ligt ver onder de eis van het OM, en voelt als schuld met beperkte boete.

Het is de hype rond Ahold die de rechtbank tot deze milde strafmaat lijkt te hebben gebracht. Ahold is in de ogen van de rechter geen Enron, zoals vaak is gesteld. In deze Ahold-kwestie is geen boekhoudfraude gepleegd. Met een veroordeling, een strafblad en een boete is het genoeg geweest tegen het licht van alle publieke veroordelingen, lijkt de rechtbank te zeggen. De waarschuwing richting bestuurskamers was echter krachtiger geweest als de strafmaat meer in overeenstemming was geweest met het harde oordeel van de rechtbank.

de Volkskrant

[...] De uitspraak is voor het Openbaar Ministerie (OM) een forse nederlaag. Met een eis van twintig maanden celstraf – waarvan zes voorwaardelijk – voor Van der Hoeven en Meurs, had het OM hoog ingezet. Hoewel de rechtbank op diverse punten constateert dat de Ahold-top valsheid in geschrifte heeft gepleegd en bovendien de accountant heeft opgelicht, mondt deze overtreding niet uit in een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Gezien hun inkomen en vermogen – Van der Hoeven zou 40 miljoen euro hebben verdiend met de verkoop van telecombedrijf Telfort aan KPN – is de opgelegde boete een farce.

De rechtbank neemt nadrukkelijk afstand van de Amerikaanse rechtspraak, waar sjoemelende topmannen tientallen jaren cel kunnen krijgen. Ook verwerpt de rechtbank de suggestie dat de fraude bij Ahold te vergelijken valt met de fraude bij het Amerikaanse Enron en het Italiaanse Parmalat. [...]

Voor beleggers en werknemers bij Ahold resteert een teleurstellende uitspraak. Hoewel de rechter terecht afstand neemt van Amerikaanse strafmaten, doet de Nederlandse straf evenmin recht aan de geconstateerde overtredingen. Het feit dat gevierde topmanagers als Van der Hoeven en Meurs in ‘ernstige mate het in hun gestelde vertrouwen hebben geschaad’, en tevens het blazoen van het Nederlandse bedrijfsleven hebben bezoedeld, valt niet af te doen met een geldboete.

Trouw

[...]De veroordeling is op haar plaats. Tegenover de feiten hebben de voormalige toplieden van Ahold een beroerde verdediging gesteld. Dacht Van der Hoeven werkelijk weg te komen met de mededeling dat hij brieven ondertekende zonder ze te lezen, of dat het niet zijn taak was zich te verdiepen in boekhoudersgeneuzel? Dat zou naïef zijn of arrogant, gezien het gewicht van de feiten en de omvang van het bewijs. De rechtbank noemde deze verdediging ongeloofwaardig, en dat is zij ook. Je kunt een misdrijf niet wegpoetsen door te zeggen dat je je ogen dicht had toen je het pleegde.

Aan een helder oordeel heeft de rechtbank milde straffen gekoppeld. Een reden daarvoor is dat de voormalige Ahold -bestuurders de misdrijven niet pleegden om er zelf rijker van te worden; ze dachten te handelen in het belang van de onderneming. De rechtbank vergeet dat die twee parallel lopen. In de Angelsaksische cultuur, die door veel ondernemers wordt bejubeld, wordt van het bedrijfsbelang een persoonlijk belang van bestuurders gemaakt. De enorme bedragen die ze verdienen, ook als ze níet functioneren, worden verdedigd met een verwijzing naar die cultuur.

De Telegraaf

[...] De rechtbank merkt terecht op dat de Ahold-zaak niet vergeleken mag worden met grote affaires zoals Enron en Parmalat. Bij die zaken gingen de betrokken bedrijven failliet met een spoor van miljardenschulden. Ahold bestaat nog steeds en draait goed. Maar de rechtbank stelt ook terecht dat het aanzien van het Nederlandse bedrijfsleven flink is geschaad door Ahold. Die schade kan alleen maar worden goedgemaakt door meer en betere controles op de bedrijfsboekhoudingen. Die les moet in ieder geval worden getrokken uit het Ahold-dossier.