Onwetendheid blijkt geen excuus

Oud Ahold topman van der Hoeven tekende één van de gewraakte side letters. Maar hij werd voor meerdere veroordeeld. Bestuurders „hadden vanuit hun functie op de hoogte kunnen en moeten zijn”, aldus het vonnis.

Oud-Ahold-topman Cees van der Hoeven, die zijn eigen integriteit als belangrijkste punt heeft benadrukt, gaat vrijwel zeker in hoger beroep. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer vdHoeven met advocaat (r) na de uitspraak van de Rechtbank Foto NRC H'bBlad, Maurice Boyer 060522 Boyer, Maurice

Joost Oranje en Jeroen Wester

Als de meeste journalisten om kwart over drie ’s middags de rechtbank al hebben verlaten, wordt het dossier in de Ahold-zaak opgeruimd. Samen met jongste rechter Jantien van Hall duwt een van de griffiers een rolcontainer met hoog opgestapelde blauwe plastic kisten vol met ordners door de hal. Voor de Amsterdamse rechtbank is de zaak voorbij. Maar de ordners kunnen linea recta door naar het gerechtshof voor het hoger beroep. Uit opmerkingen van zowel het openbaar ministerie (OM) als voormalig Ahold-bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven werd gisteren duidelijk dat er een appèl in de lucht hangt.

Voor beide partijen is daarvoor reden. Van der Hoeven, die zijn eigen integriteit voortdurend als belangrijkste strijdpunt heeft benadrukt, kan het met de tekst van dit vonnis er niet bij laten zitten. Volgens de rechtbank schond hij het vertrouwen, was zijn houding „schadelijk” en speelde hij ,,een specifieke en sturende rol” bij het geheim houden van relevante documenten. Maar ook het OM heeft reden voor appèl, met name als het gaat om de strafmaat. In het vonnis wordt in grote lijnen de redenering van het requisitoir gevolgd. Maar als het op straffen aankomt, kiest het vonnis een andere weg. De zaak is weliswaar ernstig, maar niet zodanig dat er vrijheidsbenemende straffen moeten worden opgelegd. Het OM zal die afweging vrijwel zeker aan de hogere rechter willen voorleggen. Dat zal minder gelden voor de inhoudelijke afwegingen. Wat de kern van de zaak betreft, het opstellen en gebruiken van de gewraakte ‘control’- en side letters’, steunde de rechtbank in grote lijnen de visie van het OM. Die betoogde dat er valsheid in geschrifte was gepleegd en dat de accountant was misleid. De rechtbank ging daarin mee. Maar er werd wel een verschil gemaakt tussen de Nederlandse en de Amerikaanse situatie.

Belangrijkste vraag was of Ahold terecht de omzet van een aantal buitenlandse jont ventures in haar boeken meetelde, terwijl ze er geen volledige zeggenschap had. Naar Nederlands recht was dat geen probleem, oordeelde de rechtbank, want het staat vast dat het bedrijf „op wezenlijke punten feitelijk overheersende invloed had”. Bovendien had de bedrijfsleiding „een zekere beoordelingsvrijheid” als het ging om financiële rapportage. Maar naar Amerikaans jaarrekeningenrecht zat Ahold fout. Joint ventures mogen in de VS immers alleen maar worden meegeteld als er juridisch zeggenschap is. Om de consolidatie toch mogelijk te maken, fabriceerde Ahold, op verzoek van vooral de Amerikaanse tak van huisaccountant Deloitte, control letters die de zeggenschap bevestigden. Ondertussen werden er echter ook side letters opgesteld die de zeggenschap weerspraken. Deze contracten werden geheim gehouden. Daarmee, aldus de rechtbank, zijn de control letters vals opgesteld omdat datgene wat erin staat nooit is overeengekomen. Bovendien werd de accountant opgelicht. Die gaf immers een goedkeurende verklaring zonder dat hij op de hoogte was van de side letters.

De visie van de verdediging (het gaat slechts om een boekhouddiscussie die niet in het strafrecht thuishoort) werd zo door de rechtbank van tafel geveegd. Hoewel er, mede omdat de verdachten niet uit waren op persoonlijk gewin, geen sprake is van een boekhoudschandaal à al Enron of Parmalat, werd de handelwijze met de tegengestelde contracten hard afgestraft. Daarbij legde de rechtbank veel nadruk op het feitelijk leiding geven, bij Andreae, maar zeker ook bij Van der Hoeven. De ex-Ahold-president betoogde tijdens de rechtszaak dat hij nauwelijks betrokken was bij de side letters en er slechts één tekende, zonder dat hij wist wat hij eigenlijk deed. In het vonnis werd met die redenering korte metten gemaakt. De bekendheid met die ene side letter is volgens de rechtbank voldoende om, als bestuursvoorzitter, ook aangesproken te kunnen worden op alle andere: „Door na te laten maatregelen te nemen, neem je bewust het aanmerkelijk risico dat een soortgelijke gedraging zich nog een keer zal voordoen, hetgeen ook is gebeurd”, aldus het vonnis. Van der Hoeven kreeg vervolgens dezelfde straf opgelegd als zijn financieel directeur Michiel Meurs, die direct bij alle contracten betrokken was.

Het OM incasseerde wel een nederlaag met de vrijspraak met oud commissaris Roland Fahlin. De Zweed, zelf betrokken bij de tegengestelde contracten bij de Scandinavische partner ICA, werd in het vonnis hard aangepakt. Zijn handelen getuigt van „een onbehoorlijke taakuitoefening” als toezichthouder. Hij had immers kunnen weten dat er twee waarheden waren over de zeggenschap bij ICA. Maar omdat de rechtbank geen bewijs kon vinden en Fahlin op zitting verklaarde dat hij zich niets kon herinneren, ging hij vrijuit.

Wat is de balans van de Ahold-zaak? Voor het eerst hebben topmannen van een groot beursfonds veroordelingen wegens zware feiten. De kwalificaties over hun gedrag zijn niet gering. Daaraan afgemeten kunnen de voorwaardelijke celstraffen en boetes als mild worden gezien, al zijn ze naar Nederlandse begrippen ook niet extreem laag. Het debat daarover zal waarschijnlijk dus verder gaan bij het hof. Zekerheid daarover wordt volgende week verwacht.