Nieuwe abortusregel betekent een beperking

Staatssecretaris Ross-van Dorp besloot de vijf dagen bedenktijd voor abortus te handhaven (NRC Handelsblad, 28 april). Hiermee sloeg zij het advies van de commissie die de abortuswet evalueerde om deze bedenktijd te individualiseren in de wind. Tegelijkertijd besloot zij om de overtijdbehandeling, die plaatsvindt voordat een vrouw zeventien dagen over tijd is, en waarvoor geen bedenktijd gold, onder de WAZ te brengen, met als gevolg ook voor deze behandeling een wachttijd van vijf dagen. Dit terwijl de evaluatiecommissie adviseerde dit laatste alleen te doen als de bedenktijd geschrapt zou worden.

Het verplicht stellen van een bedenktijd voor vrouwen die slechts kort over tijd zijn, betekent een beperking van de mogelijkheid tot medicamenteuze zwangerschapsafbreking. Deze behandeling wordt in Nederlandse abortusklinieken alleen tot zeven weken aangeboden, mede omdat de abortuspil tot deze termijn geregistreerd is. De nieuwe bedenktijd van vijf dagen maakt dat medicamenteuze behandeling slechts toegankelijk wordt tot ruim zes weken. Gezien het feit dat in Nederland de helft van de ongewenst zwangere vrouwen een abortus ondergaat voor de zevende week, betekent dit een aanzienlijke inperking van de keuzemogelijkheden voor veel vrouwen. Ook artsen kampen met een dilemma. De Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) stelt dat zij vrouwen moeten informeren over het medicamenteuze alternatief van een curettage. Dit staat op gespannen voet met de nu beperkte mogelijkheden door de nieuw ingetreden wachttijd tijdens de periode waarvoor de abortuspil geregistreerd is. De enige oplossing voor vrouwen die na ruim zes weken een medicamenteuze abortus willen ondergaan is dat artsen massaal gebruik gaan maken van artikel 16, lid 2 van de abortuswet. Dit artikel stelt dat artsen niet strafbaar zijn om af te zien van de bedenktijd als er een dreigend gevaar is voor de gezondheid van de vrouw. Immers, als een vrouw kiest voor medicamenteuze behandeling, dient deze wens gerespecteerd te worden volgens de WGBO.

    • Dr. Gunilla Kleiverda Gynaecoloog