het beeld

Dan Browns bestseller The Da Vinci Code genereerde niet alleen een even succesvolle gelijknamige speelfilm, maar ook een reeks televisieprogramma’s die het waarheidsgehalte van de vermeende non-fictie-elementen onderzoeken. Gisteren waren er twee te zien die nogal van toon en conclusie verschilden.

In Unlocking Da Vinci’s Code: The Full Story (National Geographic Channel, 2004) komt auteur Brown lang zelf aan het woord, naast talrijke experts in de bijbelse geschiedenis. De toon is redelijk plechtig en ernstig, en hoewel er wel wat vraagtekens worden gezet bij de authenticiteit van Jezus’ stamboom en de geheime boodschappen van Leonardo da Vinci, lijdt de gedachte dat Maria Magdalena de belangrijkste apostel was, verdonkeremaand door de moederkerk van Rome, eigenlijk geen twijfel.

Het is vrijwel de enige conclusie die gedeeld wordt door het tweedelige The Real Da Vinci Code (Canvas), een productie van Discovery Channel uit 2005. Daarin gaat presentator Tony Robinson (Baldrick in Blackadder) met een miskelk op de hoedenplank op zoek naar de Heilige Graal en komt tot de conclusie dat Monty Python de oorsprong ervan nog het dichtst heeft benaderd. De theorie van de heilige bloedlijn en de zogeheten Priorij van Sion is is namelijk ook een surrealistische uitvinding uit de jaren zestig van de twintigste eeuw. Toevallig viel die bijna samen met de herroeping door de kerk van Rome in 1969 van de uitspraak dat Maria Magdalena een prostituee was, Paus Gregorius de Grote had dat in 591 abusievelijk vastgesteld. De combinatie van beide gegevens leidde tot een feministische herinterpretatie van het evangelie, die dezer dagen minstens zo veel bijval vindt als die van Jezus als revolutionair ten tijde van Che Guevara.

Veel van wat Brown stelt is geïnspireerd door het boek The Holy Blood and the Holy Grail (1982) van Henry Lincoln, Richard Leigh en Michael Baigent. Laatstgenoemde geeft toe dat hij door de Franse journalist Jean-Luc Chaumeil is gewaarschuwd dat de Priorij van Sion een grap was van drie surrealisten, maar stelt dat Chaumeil ongelijk heeft. Toch is de bewijsvoering van Chaumeil nogal overtuigend. De dranklustige markies Philippe de Chérisey en journalist Gérard de Sède wilden de claim van hun vriend Pierre Plantard dat hij van de Merovingische koningen afstamde kracht bijzetten met zelfgemaakte perkamenten. Daarin werd onder meer de verdediging van Jezus’ nazaten door een geheim genootschap gepostuleerd. Tot de grootmeesters van de Priorij van Sion hadden, krachtens dit document, prominenten behoord als Isaac Newton, Victor Hugo, Claude Debussy en Jean Cocteau. En uiteraard ook Leonardo, die volgens een andere documentaire van National Geographic (Riddles of the Dead, 2001) inderdaad een vermaard practical joker was, als maker van de eveneens aan Jezus toegeschreven lijkwade van Turijn.

Een van de drie Franse vrienden poseerde zelfs bij een plaatsnaambordje van Sion-les-Mines, een negorij tussen Rennes en Nantes. Maar waarom geloven zo veel mensen dan toch die onzin over de afstammelingen van de Zoon van God en een naamgenoot van Zijn moeder? Omdat het een mooi verhaal is en de behoefte groeit in het oude Europa om weer eens ergens in te geloven. In een vrouw.

    • Hans Beerekamp