Flap voor flap

Drie schrijvende ingenieurs verwonderen zich over de mens en zijn apparaten. Aflevering 9 (slot): de valbladaanwijzer.

Boven mijn hoofd klinkt het gelijkmatige geritsel dat ook oude, net iets te snel afgespeelde 8-millimeterfilms begeleidt. Trrrrrrr. Ik sta op station Amsterdam Amstel, spoor 4. Aangestuurd door de centrale computer van de verkeersleiding zoekt de valbladaanwijzer naar de volgende trein. Flap voor flap, met de snelheid van een croupier die de kaarten nog eens schudt.

Linksboven verschijnen vrijwel gelijktijdig een 17 en een 25. Dan het woord ‘Intercity’ ernaast. En daaronder, in kleine letters, de tussenstations: Duivendrecht, Utrecht, Ede-Wageningen en Arnhem. Geen vertraging, geen omleiding, geen ‘Let op omroepbericht’. Maar ook nog geen eindbestemming.

De valbladaanwijzer houdt de reizigers nog even in spanning. Haastig loopt het apparaat langs de paletten die er door monteurs met ladders zijn ingezet. Het zijn de namen van tientallen steden. Naar sommige rijdt niet eens een directe trein meer. Dan neemt hij hortend en stotend zijn besluit. In donkerblauwe, schreefloze letters verschijnt eindelijk de bestemming van mijn trein.

‘Ventimiglia’, staat er. De Italiaanse badplaats? Hoe kan dat? Als ik goed kijk, zie ik dat een van de flappen scheef tussen de andere flappen geschoven zit. Het apparaat is kapot. Maar wat maakt het uit? De zon begint te schijnen, de saaie papieren in mijn aktentas veranderen in een paar schone boxershorts, een zomerblouse en een tandenborstel. En in mijn hoofd start de soundtrack van een onverwachte reis. Wanneer de blauwgele trein het station binnenrijdt, zingt Paolo Conte over ‘Gelato al limon’.

Als ik een zitplaats aan het raam heb bemachtigd, trekt de trein van Amsterdam Amstel naar Ventimiglia op. Maar al bij het passeren van de Bijlmer Bajes klinkt de krakende stem van de conducteur door de intercom. ‘Dames en heren, u bevindt zich thans in de intercity naar Nijmegen.’

Paolo Conte stopt met zingen.

    • Rik Kuiper