DNA-onderzoek: ‘Columbus in Sevilla’

Steven Adolf

Vijfhonderd jaar na zijn sterfdag, die afgelopen weekeinde werd herdacht, rust Christoffel Columbus (1451?-1506) nog altijd niet in vrede. Naast de aanhoudende polemiek over waar Columbus precies begraven ligt, in Sevilla of Santo Domingo (Dominicaanse Republiek), gaat het touwtrekken door over de vraag of de wereldreiziger van Catalaanse of Italiaanse afkomst is.

Cristóbal Colón, zoals hij in het Spaans heet, is al sinds 2002 het onderwerp van een forensisch DNA-onderzoek dat antwoord op beide vragen moet geven. Spaanse onderzoekers van de Universiteit van Granada hebben het genetisch materiaal, aangetroffen in Columbus’ praalgraf in de kathedraal van Sevilla, vergeleken met dat van zijn broer Diego.

Betrokkenen zeiden eind vorige week dat er voldoende reden is om aan te nemen dat de echte Columbus inderdaad in Sevilla rust. Maar de autoriteiten in Santo Domingo zeggen ook te beschikken over een graf met de resten van ontdekkingsreiziger in een speciaal mausoleum.

Drie jaar na zijn overlijden in het Spaanse Valladolid werd Columbus herbegraven nabij Sevilla, om vervolgens – naar zijn eigen wens – in 1544 in de kathedraal van Santo Domingo te worden bijgezet. In 1795 werden zijn resten andermaal overgebracht, nu naar Havana. Nadat Spanje in de oorlog van 1898 Cuba verloor, werd het graf overgeplaatst naar Sevilla. Twintig jaar daarvoor was echter alsnog een loden kist opgedoken in Santo Domingo die volgens het opschrift Columbus bevatte.

De onderzoekers hopen ook uitsluitsel te kunnen geven over de vraag of Columbus echt in Genua is geboren. Daarbij is genetisch materiaal gebruikt van families uit Noord-Italië met de achternaam Colombo en van families aan de Spaanse oostkust en in Frankrijk met de naam Colom.