De sociologie is van god los

Sociologen hebben te weinig oog voor religie, omdat hun godsbeeld verouderd is. Voor de religieuze ‘analfabeten’ onder hen is er een nieuw tijdschrift.

Godsdienstsociologen lijken het er min of meer over eens: de secularisatie is voltooid. Het Westen is in een permanente staat van kerkverdamping: de kerk is onzichtbaar geworden en de godsidee geërodeerd. Dat lijkt niet zo nieuw. Is het rijtje niet met de Nederlandse paplepel ingegoten: Verlichting, moderne samenleving, secularisatie?

De secularisatie mag in Nederland dan voltooid lijken, de jongste cijfers zeggen dat zij nog verder kan worden voortgezet. Volgens het jongste onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau, gepubliceerd in het eerste nummer van het tijdschrift Religie en Samenleving, daalt het aandeel kerkleden in de bevolking nog steeds. De Evangelische Beweging, rond de Evangelische Omroep, lijkt over haar hoogtepunt heen, New Age zet niet echt door. De islam is een uitzondering met zijn snelle groei en maakt met 944.000 moslims in 2005 nu bijna zes procent van de bevolking uit. De aanhang van de christelijke migrantenkerken, de ‘Bijlmerkerken’, wordt geschat op maar liefst 850.000 leden verdeeld over 1.000 groeperingen. Maar zelfs als dit hoge aantal accuraat is, weegt het niet op tegen de ontkerkelijking.

Toch noemt religie-watcher Jos Becker het begrip secularisatie met overtuiging „passé”. „Het oogt veel dramatischer dan het op dit moment is”, licht de SCP-onderzoeker toe. De inmiddels gepensioneerde Becker ziet wel het nut in van het secularisatiebegrip als duiding van een historische veranderingstoestand. Zo kwam het ook aan bod op het symposium ‘Spiritualiteit en Secularisatie’, waarmee de godsdienstsociologie in Nederland op 12 mei haar 60-jarige bestaan vierde.

Religie is weer een maatschappelijk thema. Volgens de godsdienstsociologen heerst er een gebrek aan kennis van ontwikkelingen in het religieuze veld. Dat was een reden tot lancering van het nieuwe tijdschrift. „De studie van religie is interessant, spannend en verrassend, om niet te zeggen ‘leuk’ ”, aldus het redactioneel.

Eén van de sprekers op het jubileumsymposium te Kampen, de theoloog Anton Houtepen, vindt het begrip secularisatie niet meer adequaat, maar dan om cultuurfilosofische redenen. De emeritus aan de theologische faculteit van de Universiteit Utrecht vindt dat secularisatie te veel verwijst naar magie, naar het irrationele en naar het historisch gewelddadige van de Inquisitie. Een beeld dat in de christelijke religie al lang verleden tijd is. Vol spijt constateert Houtepen dat het einde van de secularisatie samengaat met ‘religieus analfabetisme’. „De sinds de jaren zestig bestreden Godsidee is door de meerderheid van de christenen al lang verlaten”, legt Houtepen uit. „God is onder gelovigen niet meer de superoorzaak van alles, de macht die ieder persoonlijk in de gaten houdt. Zo wordt de tegenstelling tussen wetenschap en geloof door de meeste kerkmensen als een negentiende-eeuws anachronisme ervaren.”

„In het actuele godsgeloof is geen plaats voor God als almachtig despoot, patriarch, of vrijblijvend opperwezen-in-ruste. God is ook geen handlanger van de macht, of oplosmiddel voor fysische of metafysische raadsels. Het actuele godsgeloof erkent interculturele uitwisseling en unieke creativiteit van elke persoon”, aldus Houtepen in zijn lezing.

Het onderzoek naar levensbeschouwing van het Sociaal en Cultureel Planbureau noemt Houtepen „best waardevol”, maar hij keert zich tegen godsdienstsociologen die weinig voeling hebben met de metamorfose van het godsgeloof in de afgelopen halve eeuw. „De klassieke sociologen, zoals Weber en Durkheim, maar ook een socioloog als Bourdieu, neigen ertoe de meest primitieve religies als leveranciers van wezenlijke religieuze concepten te nemen. Terwijl het christelijke geloof daar juist afscheid van nam en een metamorfose doormaakte.”

Hoe moeten sociologen de houding ten aanzien van de nieuwe godsidee meten? „Godsdienstsociologen moeten andere vragen stellen. In plaats van ‘Gelooft u in de hemel’? de vraag: ‘Hoe verhoudt u zich tot uw moeder, uw zoon, na haar/zijn dood?’ En in plaats van ‘Gaat u geregeld naar de kerk?’ de vraag: ‘Zijn er momenten in uw leven waarop u bidt of wel eens met anderen over de zin of de richting van uw leven zou willen nadenken? En met wie doet u dat dan?’ ”

Bredere en persoonlijker zingevingsvragen dus. Maar uitten de Amerikaanse sociologen Peter Berger en Thomas Luckmann deze kritiek op onderzoek al niet in de jaren zestig? „Ja”, zegt Houtepen, „maar dat is niet goed doorgedrongen tot de sociologiebeoefening in Nederland.”

„Te lang heeft de theologie te zeker en te uitbundig over God gesproken als oorzaak en verklaring van alles. Maar juist het geloof in één God, zoals zich dat in jodendom, christendom en islam ontwikkelde beschermt tegen de verleiding van magie en bijgeloof.”

    • Ellie Smolenaars