De revolutie heeft haar kind Ayaan opgegeten

„Nederlanders zijn als die monsters in de Odyssee van Homerus,” zei een lange Amerikaanse man tegen me in een café in Tanger. „Ze kijken met één oog naar de wereld.” En hij legde een hand op het linkeroog om dat benauwende gevoel te illustreren dat je krijgt als je zo onverbiddelijk naar de wereld wilt kijken. „Nederland is het land der Cyclopen.” Deze Amerikaan heeft gelijk gekregen. Hirsi Magan is op weg naar de Verenigde Staten om daar onderdeel uit te maken van het intellectuele discours en Nederland is zijn grootste intellectuele smaakmaker sinds tijden kwijtgeraakt. Het drama onthult iets over de diep conservatieve, protestantse aard van dit land dat geen uitschieters verdragen kan. Het vertrek van Ali hoort in een traditie.

Nederlanders houden niet van helden, niet van zichzelf en weten zich geen raad in deze grote wereld vol contradicties. Dat is de tragedie van Nederland, een mini-tragedie, want het stopt bij het bordje: Welkom in Antwerpen.

Ik had niets met Hirsi Ali. Afkomstig uit een moslimmilieu, waar 95 procent van de meisjes is besneden, confronteerde ze leden van een ander moslimmilieu in Nederland, de Marokkaanse, waar nul procent van de meisjes is besneden, met de zwakheden van hun geloof. Haar grote ideeën en aanspraken op de werkelijkheid vond ik, niet of slecht onderbouwd met cijfers, grotesk. Maar ik hou van groteske antihelden. Ze provoceerde en confronteerde op weergaloze wijze. Ze streed voor de rechten van de moslimvrouw, maar de moslimvrouw keerde zich van haar af. Ze paste shocktherapie toe maar de patiënten vertrouwden haar methode niet. Zelfs onder zeer verlichte moslims vond ze weinig weerklank. In mijn verbeelding leeft ze voort als een islamitische Don Quichote.

Ze was het speeltje van de Nederlandse elite, zoals de Nederlandse elite er om de zoveel tijd een nodig heeft. Deze elite was blank, woonde in Amsterdam en zag in haar kritiek een welkome spreekbuis om hun anti-islamitische gevoelens te ventileren. Na 9/11 maakte ze haar grote opgang in deze kring en met elke islamitische terroristische aanslag steeg haar ster. Iedere keer dat Hirsi Ali werd bekritiseerd, vormde de elite rond haar een cordon sanitair. Ali was heilig. Ze werd altijd Ayaan genoemd, nooit bij haar volle naam. Ze hielden niet op haar af te lebberen. Sommigen wierpen zich op als haar beschermster, slikten haar verzinsels voor zoete koek, werden haar tekstschrijvers. Niet sinds lange tijd werd de elite zo massaal uitgedaagd. Zolang ze maar bleef zeggen dat de islam duivels was en niet samenging met de democratische waarden.

Toch bleef ze een wereldburger, een vechter, een wereldwijf, onze Ayaan. Dat de elite haar nu weg stuurt, toont aan dat ze ook niet in haar campagne geloofden. Te contraproductief. Daarbij is alles wat ze propageerde, overgenomen door de bestaande nette partijen. Het wrange is dat haar eigen partij haar de deur uitstuurt omdat ze zou hebben gelogen over haar naam. But what’s in a name? Daar gaat het natuurlijk niet om. Het ging om de boemerangs die ze opgooide.

Het Nederland van de jaren negentig, open, tolerant, multicultureel, is hiermee in één klap afgebouwd en klaar voor vernietiging. Het Nederland waar geapplaudisseerd werd om je anders-zijn, waar moslims als onschuldige lammeren werden gezien die één keer per jaar een schaap slachten. Waar moskeeën subsidies kregen en niemand zich afvroeg wat daar voor een antiwesterse retoriek werd uitgekraamd.

Elke revolutie eet zijn eigen kinderen op, is een gezegde. Ayaan Hirsi Ali is kind van deze antihumane, verstikkende revolutie. Ze is met huid en haar opgegeten. Ali zelf zal het niet erg vinden. Ze is blij dat ze weg kan. Ze wilde volgend jaar weg, aan het einde van haar parlementaire termijn, maar aangezien ze niet vaak meer te vinden was in de Tweede Kamer maakte het niet uit. Wat heeft ze te zoeken in een land waar je niet zeker bent van je politieke medestanders? Allochtonen kunnen een les halen uit de zorgwekkende ontwikkeling: zelfs als zij op de bres gaan staan voor de waarden en normen van de verlichte westerse samenleving, moeten zij nog altijd oppassen voor hun hachje. Sterker nog: wie liberale waarden verdedigt, snijdt uiteindelijk in zijn eigen vlees. Nederland heeft zichzelf klemgezet door deze intolerante weg in te slaan. Het Nederlandse model is definitief mislukt, dat we naar de brokstukken kijken is ook bevrijdend. Ieder individu zal voor zichzelf uit deze puinhopen een nieuw systeem moeten creëren dat zeer wantrouwend is ten opzichte van de politieke instituten en het meer moet hebben van individuele eigenzinnigheid. De welvaartsstaat kan niet de bescherming bieden die het individu behoeft. Hirsi Ali’s bijdrage aan het multiculturele debat is dat ze met haar eigenzinnige, solistische optreden heeft laten zien dat wie op eigen kracht en ideeën vaart – soms een handje geholpen – het verst komt. Een talent dat haar goed van pas zal komen in de Verenigde Staten, al zal haar geloofskritiek daar minder goed vallen.

Voor Ayaan Ali is er een uitweg, het zijn de achterblijvers die met een raar gevoel achterblijven. Wie kan de allochtoon in dit land nog vertrouwen? Hangend tussen de groepsdwang en de eisen van de postmoderne samenleving, kunnen zij alleen zichzelf vertrouwen.

Net als haar aankomst in Nederland, is nu ook haar vertrek tot op de millimeter geregisseerd. Wie vluchten kan, weet ook wat vertrekken is. Niet iedereen kan zo galant vertrekken en in haar afscheidsrede zeggen: „In de zomer van 1992 ben ik naar Nederland gekomen. Ik wilde mijn leven in eigen hand nemen. Omdat ik me niet wil laten vangen in een toekomst die anderen voor me uitstippelen.” Haar hele leven tot nu toe is uitvloeisel van die krachtige zinnen en ze is er tot in dit bittere moment trouw aan gebleven.

Ik ga mijn Amerikaan in Tanger bellen om te vragen of hij nog een kamer voor haar heeft.

Abdelkader Benali is schrijver.

    • Abdelkader Benali