Cassavetes

Je hebt mensen die alles van één onderwerp weten. Dat onderwerp is hun leven gaan overheersen, het is een obsessie geworden. Ray Carney, filmtheoreticus en hoogleraar in Boston, is zo’n man. Hij heeft zijn leven in dienst gesteld van het werk van John Cassavetes (spreek uit: Kessevettiez), een van de interessantste regisseurs uit de filmgeschiedenis.

Ik deel niet zijn obsessie, wel zijn bewondering. Vraag me welke film ik nog één keer zou willen zien, en ik zal blindelings voor A Woman Under the Influence kiezen, voor mij het hoogtepunt uit het werk van Cassavetes. Een psychotische huisvrouw, briljant gespeeld door Cassavetes’ echtgenote Gena Rowlands, keert uit een kliniek terug in haar gezin en moet verder met een man die van haar problemen weinig begrijpt.

Carney leerde als jonge student Cassavetes vijf jaar voor zijn dood in 1989 goed kennen, en verwerkte zijn kennis in allerlei boeken. Gisteravond vertelde hij in de Amsterdamse Stadsschouwburg bevlogen over zijn idool. (In de schouwburg is dezer dagen Opening Night te zien, een in een toneelstuk getransformeerde film van Cassavetes.)

Het werd een uiterst boeiende bijeenkomst. Carney wilde niets kwijt over zijn grote conflicten met de weduwe Rowlands, die hem de rechten betwist op allerlei door hem opgedolven filmmateriaal. Maar er bleef genoeg over, want Carney was verder zo openhartig mogelijk.

Als biograaf was hij in verwarring geraakt, vertelde hij. Naarmate hij meer over Cassavetes te weten was gekomen, was hij minder van hem gaan begrijpen. Cassavetes bleek duistere, perverse kanten te hebben gehad die een ander licht op zijn persoonlijkheid werpen. Hij was een zware alcoholicus, egocentrisch en onhandelbaar vaak, met enorme woede-uitbarstingen waaronder ook zijn huwelijk leed. Vrienden fluisterden Carney in dat je niets moest geloven van wat Cassavetes je vertelde.

Zo verkruimelde het onberispelijke beeld van de koene, zuivere, onafhankelijke filmmaker dat Carney van Cassavetes had gehad. Maar zijn bewondering voor het werk heeft er niet onder geleden, hij beschouwt Cassavetes nog steeds als het grootste genie onder de speelfilmers. Wat in de verhalen van Carney frappeerde, was de bezetenheid waarmee Cassavetes voor zijn films vocht. Vooral in zijn eigen land, de Verenigde Staten, kreeg hij weinig erkenning.

In Opening Night investeerde hij zelf een miljoen dollar, meer dan hij bezat. Geen theater wilde de film vertonen, ten slotte huurde hij zelf een theater in Hollywood. Er kwam bijna niemand kijken. Toen wendde hij zich tot een plaatselijk tv-station. Wilde men hem en zijn acteurs interviewen?

Van die sessie liet Carney onvergetelijke beelden zien. Cassavetes, zittend naast zijn vrouw en andere acteurs, barst los in een langdurige tirade tegen het Amerikaanse filmsysteem. „I am sick of this town of sissies”, roept hij uit. „I am sick of it! I am tired of this nonsense! I don’t care about NBC, CBS, television sucks!” De anderen zitten er gegeneerd bij. „Ik vind het ook nog altijd pijnlijk om te zien”, zei Carney. En wat nog erger was: het hielp niet – het tv-station weigerde de opnamen uit te zenden.

Het woord ‘zelfdestructie’ viel. Daarin konden we ons in dat zaaltje inmiddels wel vinden.

    • Frits Abrahams