Als de regering het niet wil, dan doet de Kamer het

De Kamer stemt doorgaans over wetsvoorstellen die door de regering zijn ingediend. Maar Kamerleden kunnen zelf ook met een voorstel komen.

Vanavond zou Adri Duivesteijn, Kamerlid voor de PvdA, plaatsnemen in het ministersvak in de Tweede Kamer. Dat is uitzonderlijk, zeker voor een lid van de oppositie. Maar niet uniek. Duivesteijns fractiegenoten Niesco Dubbelboer en Ferd Crone, gingen hem voor. Evenals enkele Kamerleden van de VVD, een D66’er en een GroenLinkser.

De Kamerleden zaten op de plek van de ministers, omdat ze een eigen initiatiefwet indienden. De Kamer is immers ook ‘medewetgever’. Een initiatiefwet is een probaat middel om je als Kamerlid te profileren. Bovendien zijn er in het verleden belangrijke wetten geïnitieerd door Kamerleden. Het algemeen vrouwenkiesrecht bijvoorbeeld. Of het beroemde Kinderwetje van de liberaal Van Houten.

Duivesteijn verdedigt vandaag, samen met VVD’er Hofstra, een wet die het eigenwoningbezit voor starters wil bevorderen. Het is tevens zijn laatste optreden in de Kamer, want Duivesteijn is wethouder in Almere geworden. „Ik vind het erg prettig om mijn eigen wetsvoorstel zelf af te handelen”, zegt Duivesteijn. De behandeling in de Eerste Kamer draagt hij over aan een partijgenoot.

Een reden voor het indienen van een wetsvoorstel kan zijn om de regering te dwingen een bepaalde wet in te voeren omdat de regering dat zelf niet wil. Ook kan een Kamerlid een voorstel indienen om een discussie op gang te brengen. Kamerlid Ineke Dezentjé Hamming (VVD) bijvoorbeeld diende vlak voor het meireces de initiatiefwet in om de bevoegdheden van de Belastingdienst in te perken, omdat het kabinet dat niet doet, ook al zitten daar geestverwanten in. Wanneer Dezentjés voorstel wordt behandeld en (eventueel) wordt aangenomen is niet duidelijk. Op de lijst van initiatiefwetten wachten sommige wetsvoorstellen al meer dan zes jaar op een behandeling.

Als een initiatiefvoorstel is aangenomen, is het aan de regering om de wet te publiceren en in te voeren. De regering kan overigens afzien van invoering. Zo dienden Vreugdenhil (CDA) en Vermeend (PvdA) in 1994 een wetsvoorstel in voor een lastenverlichting voor het midden- en kleinbedrijf, die beide Kamers met een ruime meerderheid aannamen. Maar staatssecretaris Van Amelsvoort (Financiën, CDA) besloot advies te vragen aan de Raad van State. Die oordeelde dat de wet in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, waarop Van Amelsvoort weigerde hem in te voeren. Vermeend werd kort daarop zelf staatssecretaris van Financiën en hij kwam met een regeringsvoorstel van dezelfde strekking als zijn eigen initiatiefwet, wat hem op veel kritiek kwam te staan.

Maar wat gebeurt er met een wetsvoorstel als het Kamerlid dat het heeft ingediend vroegtijdig vertrekt? Initiatiefwetten van vertrekkende parlementariërs worden met voorrang behandeld of door iemand anders verdedigd.

Marijke Vos (GroenLinks), die vandaag afscheid neemt om wethouder te worden in Amsterdam, diende de laatste jaren de meeste initiatiefwetten in. Van haar moeten nog vier voorstellen behandeld worden. „Het is zonde dat mijn naam er niet meer bijkomt, maar het gaat er natuurlijk om dat die wetten worden aangenomen”, aldus Vos. Het merendeel wordt overgenomen door partijgenoten, behalve het wetsvoorstel tot invoering van etikettering van elektriciteit. Vos: „Vreemd dat die nog in behandeling is. Dat is namelijk al geregeld.”

Alleen de indiener van een wetsvoorstel, of zijn opvolger, kan de initiatiefwet intrekken als die nog niet in behandeling is geweest. Op de lijst van 41 initiatiefwetten die nog behandeld moeten worden, staat ook een wetsvoorstel van Rosenmöller (GroenLinks), Van Nieuwenhoven (PvdA) en Bakker (D66) uit 1998 om de Arbeidstijdenwet aan te passen. Alleen Bakker is nog Kamerlid. „Goh, eerlijk gezegd zou ik niet weten wat daarmee gebeurd is”, reageert hij. Maar na even nadenken: „Volgens mij is dat bij de onderhandelingen voor het regeerakkoord van Paars II aan de orde geweest. Ja, en toen hebben wij het verder laten zitten.”

Dat het ook anders kan lopen, toonde Kees Vendrik (GroenLinks) een paar weken geleden. Hij verdedigde in de Eerste Kamer de ‘Wet Harrewijn’. Deze initiatiefwet werd eind 2001 ingediend door toenmalig GroenLinks-leider Paul Rosenmöller en diens fractiegenoot Ab Harrewijn, met als doel de openbaarmaking van topinkomens van bestuurders van grote ondernemingen. Harrewijn overleed in 2002, waarna Vendrik de verdediging op zich nam. April 2005 sloot Gerda Verburg (CDA) zich bij Vendrik aan, want Rosenmöller had de Kamer in 2003 verlaten. Verburg en Vendrik verdedigden samen het wetsvoorstel in de Eerste Kamer. Verburg steunt de initiatiefwet omdat het volgens haar „uitstekend bij het CDA past” maar ook „uit sympathie voor Ab Harrewijn”.

Volgens Vendrik, die het voorstel in zijn eentje door de Tweede Kamer loodste, gebeurt het „vaker dat Kamerleden initiatiefwetten moeten overnemen”. Maar dit geval is anders. Vendrik: „Wij missen Ab gewoon heel erg. Hij had dit moeten doen, ik hoor deze initiatiefwet niet te verdedigen.” De Wet Harrewijn werd op 26 april door de Eerste Kamer aangenomen.

    • Huib Modderkolk