Parade voor één keer in een grachtenpand

Het jaarlijkse straatfestival De Parade heeft deze zomer onderdak in het Theater Instituut Nederland. De artiesten van nu staan daar in een eeuwenlange traditie van kluchtspelers.

Pyke Koch: ‘Kermis in Utrecht’ 1928, Collectie het Markiezenhof, Bergen op Zoom Markiezenhof

Een tractor met twee vrolijk bevolkte karren arriveerde aan de Herengracht in Amsterdam, tegenover het Theater Instituut Nederland. Achter de tweede kar hing een piano, met meer verve dan raffinement bespeeld door Terts Brinkhoff, artistiek leider van het neonomadische straatfestival De Parade. Een jaar geleden klopte hij bij het instituut aan met de vraag of er ruimte zou zijn voor een tentoonstelling over zijn vijftienjarige zomerkaravaan. Maar hij wilde niet alleen terugkijken, hij wilde ook nieuwe ideeën over reizend theater voorleggen aan de gevestigde toneelwereld.

De tentoonstelling De Parade gaat vreemd, die vrijdagavond kort na het arriveren van de optocht werd geopend in de tuin van de majestueuze grachtenpanden van het instituut, plaatst Brinkhoffs creatie in een eeuwenlange traditie. Een kakelbont Breugeliaans schilderij van de 16de-eeuwse schilder Pieter Balten laat mooi zien hoe de huidige Parade lijkt op de boerenkermis van toen: op een openluchttoneeltje wordt een klucht gespeeld (man betrapt vrouw in veel te hitsige omhelzing met sujet in priesterkledij) en daar omheen spelen eten en drinken net zo'n voorname rol als tegenwoordig. Allerlei gravures en strooibiljetten maken melding van de grootste attracties uit de 18de en 19de eeuw. “Een buitengewoone Vrouw dragende eene baard, bakkebaarden en knevels“, bijvoorbeeld. Of: “Margarethe Mariot, voetkunstenares, zonder armen geboren. Zij schrijft, naait, breit, haakt, steekt een draad in de naald, eet, drinkt, naait op een handnaaimachine en speelt cither.“ En ook waren er dieren, zoals “een haarloos paard met een menschenhuid“ en “de met roem bekende Hond Lelie, die kaart en domino speelt, op eene wijze die aan het ongelooflijke grenst.“ De boertige bezoekers moeten zich de ogen hebben uitgekeken op die arme schepsels.

In de loop van de 19de eeuw verdwenen de kluchten, tragedies en blijspelen van de straat, zo vertelt de tentoonstelling, naar theaters waar een dak boven zat. Wat bleef, was de kermis - fleurig verbeeld op een schilderij van Pyke Koch uit 1928.

Pas eind jaren zestig, toen jonge theatermakers een alternatief zochten voor het reguliere circuit, werd de straat weer een werkterrein. Eerst met het Onk-theater van de mime-speler Will Spoor en de zomertenten van het Werkteater, en daarna met het Festival of Fools, de Boulevard of Broken Dreams, Oerol en de Parade. Net als vroeger, en toch ook niet, want de lijn loopt in werkelijkheid niet zo recht als hier wordt gesuggereerd. Destijds zagen de bezoekers vertoningen die ze zelden of nooit eerder hadden gezien. Nu komt het Parade-publiek af op feestelijk zomeravondvertier, dat met een knipoog wordt gepresenteerd door spelers die in de rest van het seizoen vaak gewoon in de theaters staan. Speciaal voor de Parade hebben ze iets hapklaars gemaakt, waaraan iedereen plezier beleeft.

De tweede zaal is door Brinkhoff zelf ingericht alsof het zijn eigen werkruimte was. Aan de muren hangen beginselteksten als het aan Nietzsche ontleende: “Alles wat niet vanaf de straat bedacht is dient gewantrouwd te worden.“ En verder is het een levendige uitstalling van kasten, tafels vol spullen, bouwmaterialen, maquettes, foto's, bezienswaardige filmpjes, een strijkplank, een werkbank en diverse tekeningen van al of niet uitgevoerde voorstellen voor “mobiele concepten“ die de baas van de Parade deze zomer in een reeks openbare debatten wil voorleggen aan schouwburgdirecteuren, de directie van Holland Festival en andere autoriteiten. Voorts worden elke donderdag en zondag voorstellingen gespeeld in het Royaal Theatre Modern, de Parade-tent in de tuin. En de echte Parade begint weer op 23 juni.

De Parade gaat vreemd, Theater Instituut Nederland, Amsterdam, t/m 27/8. Inl. 020-5513300, www.tin.nl

    • Henk van Gelder