Nieuwe Iraakse regering is nog onvolledig

De belangrijkste taak van de nieuwe regering is herstel van de veiligheid.

Maar het kabinet mist nu net de ministers die over de veiligheidsdiensten gaan.

Premier Maliki New Iraqi Prime Minister Nouri al-Maliki gestures during a press conference in Baghdad, Iraq Sunday, May 21, 2006. Nouri al-Maliki's new national unity government held its first meeting to discuss issues such as improving Iraq's security. (AP Photo/Ahmad al-Rubaye, Pool) Associated Press

In Irak werden zaterdag zeker 56 mensen gedood bij aanslagen of dood gevonden, gefolterd en vermoord door sunnitische en shi'itische doodseskaders. Het onderstreepte de belangrijkste taak van de nieuwe Iraakse regering die diezelfde dag werd gepresenteerd en meteen het vertrouwen kreeg van het parlement: herstel van de veiligheid.

De nieuwe premier, de shi'iet Nuri al-Maliki, zwoer dat hij 'maximaal geweld' zal gebruiken om een eind te maken aan het terrorisme. Alleen mist zijn kabinet nu net de ministers die over de veiligheidsdiensten gaan. De belangrijkste Iraakse gemeenschappen - shi'ieten, Koerden en sunnieten - konden het nog niet eens worden over de invulling van deze sleutelministeries.

Tegen de zin van de president, de Koerd Jalal Talabani, presenteerde premier Maliki toch zijn onvolledige ministersploeg. Reden is dat zijn formatietermijn van vier weken vandaag zou aflopen. Meer dan vijf maanden na de parlementsverkiezingen (15 december) en met steeds toenemend geweld heeft Irak dringend een regering nodig.

Het nieuwe Iraakse kabinet, het eerste met een normale zittingsperiode van vier jaar sinds de omverwerping van het bewind van Saddam Hussein in april 2003, heet een regering van Nationale Eenheid. De Amerikaanse autoriteiten hebben zeer zware druk op alle gemeenschappen uitgeoefend om haar tot stand te brengen. De voorgaande regering was een coalitie van de shi'itische meerderheid (60 procent van de bevolking) en de Koerden (20 procent). De sunnieten (20 procent), die de thuisbasis vormen van de bloedige sunnitische opstand, waren niet vertegenwoordigd

Als de sunnieten ook bij het bestuur zijn betrokken, zullen zij hun steun aan de opstandelingen opgeven, is het Amerikaanse denken. Dan vermindert het geweld, en kunnen Amerikaanse troepen uit Irak worden teruggetrokken. De Amerikaanse militaire aanwezigheid in Irak, zo'n 130.000 manschappen die gemiddeld drie doden per dag te verduren hebben, is een belangrijke reden van de dalende populariteit van president George Bush.

Inderdaad doen behalve shi'ieten en Koerden nu ook de sunnieten mee in de regering, net als overigens vertegenwoordigers van ex-premier Allawi's seculiere partij en van de kleine Turkmeense en christelijke minderheden. Maar van eenheid is nauwelijks sprake. De steeds toenemende haat jegens de andere gemeenschappen onder shi'ieten, Koerden en sunnieten, laat ook hun leiders niet onberoerd. Dat wordt alleen al gesymboliseerd door de lengte van de formatieperiode en de intensiteit van de ruzies over de posten - die bijvoorbeeld tot het voorlopig openlaten van de ministeries van Binnenlandse Zaken, Defensie en Nationale Veiligheid heeft geleid.

Deze ministeries hadden onder de voorgaande regering van de shi'iet Ibrahim Jaafari bewerkstelligd dat shi'itische partijmilities de politie vergaand infiltreerden en dat het leger de facto een shi'itisch-Koerdisch onderonsje werd. Met name de shi'itische minister van Binnenlandse Zaken, Bayan Jabr, was voor de sunnieten én de Amerikanen onacceptabel voor een nieuwe termijn. Uiteindelijk is Jabr - een vroegere commandant van de gevreesde Badrmilitie, de strijdgroep van een van de belangrijkste partijen van de machtige shi'itische Alliantie - nu minister van Financiën geworden. Maliki verzekert dat zijn opvolger, wie het ook wordt, geen banden met een militie zal onderhouden.

Hoe de veiligheid wordt hersteld als de regering uiteindelijk volledig is, is moeilijk te zien. Het sunnitische geweld van bomaanslagen, moorden en sabotage gaat nu vergezeld van liquidaties en etnische zuiveringen door de shi'itische partijmilities. Maliki heeft voorgesteld de milities officieel te laten opgaan in leger en politie, wat het probleem in de ogen van de sunnieten alleen zal verergeren. En is hij eigenlijk in staat zijn wil op te leggen aan de milities?

Maar het is niet Maliki's enige grote probleem. De sunnieten staan erop dat de grondwet ingrijpend wordt gewijzigd. De vorig jaar aangenomen constitutie voorziet in een federaal Irak, en de sunnieten vrezen dat zij straks berooid zullen achterblijven, vermalen tussen olierijk Koerdistan in het noorden en een even olierijk shi'itistan in het zuiden. De Koerdische autoriteiten zijn al bezig onafhankelijk van de centrale regering en voor eigen rekening contracten te sluiten met buitenlandse oliemaatschappijen. De shi' ieten, inmiddels razend over wat zij zien als Amerikaanse partijdigheid voor de sunnieten inzake de milities, willen van geen grondwetswijziging weten.