Nieuw land op de kaart van Europa

Met 55,4 procent van de stemmen koos de bevolking van Montenegro gisteren voor onafhankelijkheid. Een nieuw drama voor Servië, dat dit vooral aan zichzelf te wijten heeft.

En weer wordt de kaart van Europa gewijzigd: de Montenegrijnen hebben gisteren gekozen voor losmaking van de band met Servië, met iets meer dan de door de EU opgelegde limiet van 55 procent van de stemmen. Ze kozen, zo zei vannacht premier Milo Djukanovic, voor het “herstel“ van de onafhankelijkheid die ze in 1918 verloren.

Voor Djukanovic is het een droom die uitkomt. Hij heeft tien jaar, als president en als premier van het land van de Zwarte Bergen, alles op alles gezet om de onafhankelijkheid te bereiken, tegen de zin van Servië, tot voor kort ook tegen de zin van de Europese Unie, en tegen de zin van bijna de helft van zijn eigen burgers. Nu staat Djukanovic voor de taak de bijna 45 procent van de Montenegrijnen die vóór handhaving van de unie met Servië heeft gestemd, te verzoenen met het idee van een onafhankelijk Montenegro. Dat klinkt makkelijker dan het is. De tegenstanders van de onafhankelijkheid zijn te vinden bij de dertig procent van de bevolking die zich Serviër acht, de tienduizenden Montenegrijnen die in Servië wonen en werken - straks in het buitenland dus -, de moslims van het Montenegrijnse deel van de Sandzak die nu door een echte grens worden gescheiden van hun familie en vrienden in het Servische deel van de Sandzak, en het segment van de Montenegrijnen die om andere redenen geen heil zagen in de onafhankelijkheid. Grof gezegd zijn de tegenstanders van de onafhankelijkheid te vinden onder de ouderen, de plattelanders en slecht opgeleide Montenegrijnen; de voorstanders zijn veelal jonge, goed opgeleide Montenegrijnen in de steden en aan de kust.

Daarnaast moet Djukanovic de Europese Unie overtuigen van de zin van een onafhankelijk Montenegro. Tien jaar geleden, toen in Belgrado Slobodan Milosevic regeerde, had Djukanovic in zijn streven naar onafhankelijkheid nog de hartelijke steun van de EU. Elke angel in het vlees van Milosevic was welkom. Na Milosevic' val in 2000 bekoelde het enthousiasme van de EU voor Djukanovic' droom, want de EU zat niet te wachten op weer een nieuw landje op de Balkan. Drie jaar geleden dwong ze de Montenegrijnen de unie met Servië op, met een looptijd van drie jaar, waarna ze zouden mogen kiezen voor of tegen voortzetting van die band.

Nu ze voor onafhankelijkheid hebben gekozen, zit de EU met een probleem: wat moet het met dit nieuwe landje met 620.000 inwoners (iets meer dan Rotterdam) en een reputatie die te wensen overlaat? Montenegro heeft, naast het toerisme waar nog miljarden in gepompt moeten worden voor het lucratief wordt, weinig bronnen van bestaan. Rotsen, een paar dalen en een mooie kust - dat is alles. Een landje van strijdbare, trotse bergbewoners, dat de Turken in een eeuwen durende bezetting nooit echt hebben veroverd.

Montenegro heeft de afgelopen vijftien jaar overleefd met grootscheepse smokkel van sigaretten, auto's en mensen. Montenegro, zegt men er, is één grote parkeerplaats van gestolen auto's. “Bezoek Montenegro - uw auto is er al“, zegt een grapje.

Vooralsnog zal Montenegro dus leven op de zak van de internationale gemeenschap, net als trouwens diverse andere landen in de regio. Het Amerikaanse research-instituut Stratfor noemde Montenegro gisteren alvast een “EU-protectoraat'. [Vervolg MONTENEGRO: pagina 4]

MONTENEGRO

Servië is weer terug bij af

[Vervolg van pagina 1] Resteert Servië. Het weglopen van Montenegro is het voorlaatste drama in de ontmanteling van Joegoslavië die in 1991 begon. Als later dit jaar Kosovo onafhankelijk wordt, is Servië vrijwel gereduceerd tot de rompstaat die het was vóór het begin van de Eerste Balkanoorlog in 1912: dan is Servië terug bij af - voor de Serviërs een drama gezien de geweldige offers die het in de negentiende eeuw, in de twee Balkanoorlogen en in de twee wereldoorlogen heeft gebracht voor de vereniging van de Zuid-Slaven (onder Servische leiding).

En toch - Servië heeft ook dit drama aan zichzelf te wijten. Het heeft het kleine Montenegro de afgelopen vijftien jaar - dus zowel ten tijde van Milosevic' bewind als daarna, onder de democraten - behandeld als een quantité négligeable. Montenegro deed er niet toe, telde niet mee, werd niet geconsulteerd. Het vond dat geen ramp - het wilde immers al tien jaar geleden onafhankelijk worden - maar dat veranderde de zaak niet: Servië heeft niets gedaan om Montenegro binnenboord te houden.

Servië keek en kijkt alleen naar zichzelf, koppig, autistisch bijna. Het heeft geen nationale strategie, geen doelen op termijn. Het is een eenzelvig, in zichzelf gekeerd kind. “Servië heeft de lessen van de recente geschiedenis nog steeds niet geleerd. (...) Servië en zijn leiders zien nog steeds niet in dat ze hun politieke strategie niet moeten bouwen op de waarschijnlijk gedoemde pogingen de onafhankelijkheid van Montenegro en Kosovo te verhinderen, maar dat ze een strategie voor Servië zelf moeten uitstippelen“, zo schreef vorige week het Servische nieuwsbulletin VIP. “Het lijkt er op dat Servië al zijn problemen ziet in het “verraad' van anderen en niet in het ontbreken van een eigen strategie.“

Tot op de dag van vandaag, zo schreef VIP vandaag een week geleden, heeft de leiding van Servië collectief geweigerd de mogelijkheid van een afscheiding van Montenegro zelfs maar te accepteren. Er is geen nationaal debat geweest, zelfs geen kabinetsberaad, over de vraag wat te doen als Montenegro kiest voor onafhankelijkheid - een gegeven dat VIP wijt aan het grote aantal pro-Servische Montenegrijnen onder de adviseurs, medewerkers en vertrouwelingen van de Servische premier Kostunica.

Het grote probleem voor Europa na de losmaking van Montenegro uit de unie met Servië is in die zin waarschijnlijk niet het kleine, arme en verdeelde nieuwe republiekje op de kaart van Europa, maar dat wereldvreemde autistische Servië.

Rectificatie / Gerectificeerd

Het kaartje bij het artikel Nieuw land op de kaart van Europa (22 mei, pagina 1) vermeldt Griekenland op de plaats van Macedonië.

    • Peter Michielsen