Nederlandse identiteit

Er was een tijd, niet eens zo lang geleden, ik denk een jaar of vijftien of zo, dat ik overal moest opdraven om te vertellen wie ik was. Mijn identiteit. Het leek reuze interessant en het betaalde goed, ze gaven me wel vijfhonderd gulden voor mijn identiteit. Mijn belastingadviseur zei nog dat ik de helft van mijn identiteit opzij moest leggen voor de aangifte van het volgende jaar, maar zoals het met identiteiten gaat, je maakt ze op en je hebt er later spijt van.

Dames en heren, zo begonnen mijn vijfhonderd-gulden-per-identiteitspraatjes altijd, dames en heren, ik ben geboren in Suriname en ik groeide op in een hindoestaans milieu.

Heimelijk verwachtte ik na deze zin applaus en steeds werd ik teleurgesteld. Het is als een zanger die zijn mooiste noot aan het begin weggeeft, maar het publiek wacht op zijn laatste. Stomvervelend was het om dan twintig minuten door te blijven praten.

Om naar de middelbare school te kunnen kwam ik naar Paramaribo, waar ik de eerste zwarte mensen tegenkwam. Weer geen applaus, maar dit terzijde.

Die zwarte mensen vonden mij maar niks en rammelden me op weg naar school regelmatig af, wat ik op zich niet erg vond. Wat erger was, was dat ze mijn vijf cent uit mijn broekzak haalden en meenamen, waardoor ik mijn naschoolse flesje zuurwater niet meer kon kopen.

Ik was bereid alle identiteiten te verruilen voor dat flesje zuurwater en in de tropen is zuurwater belangrijk, zeker tegen twaalf uur in de middag als de zon pal boven je hoofd staat te branden alsof het tarten van kleine hindoestaanse opdondertjes zijn lieve lust is.

Toen werd ik communist enne, ahum, hoe krijg je in godsnaam twintig minuten vol, toen kwam de onafhankelijkheid en ben ik van alle zwarte mensen om mij heen gaan houden. Ik hield ontzettend veel van zwarte mensen, alsook van gele en dieppaarse en bijna oranje mensen (de Javanen van Suriname vond ik oranjekleurig, maar dat is een strikt particuliere mening), maar ik kon mij al die liefde veroorloven omdat ik na de middelbare school toch lekker naar Nederland mocht.

Nederland was voor ons het beloofde land (tja, weer geen applaus), we konden er studeren en doctorandus worden en eventueel terugkeren naar “ons' land om er als ambtenaar door het leven te gaan, compleet met eigen bureau en airconditioning en een secretaresse, maar de meesten van ons wilden helemaal geen airconditioning of secretaresse, onbegrijpelijk niet waar?

De meesten van ons bleven gewoon in het land dat ons beloofd was, waar we merkten dat het land zich niet aan zijn belofte hield.

Dit vond ik een heel diepzinnige opmerking, waarvan de betekenis zelfs mij ontging, en met betere opmerkingen zou ik niet kunnen komen, maar denkt u dat ze klapten? Nee, ik moest nog tien minuten.

Er was een spreekbeurt, het was in het Tropenmuseum van Amsterdam, waar ik een keer plompverloren alles verklapte: dat ik het helemaal niet interessant vond om over mijn identiteit te praten. Dat was een levensgevaarlijke en vooral financieel zeer nadelige uitspraak, maar toen kreeg ik ineens wel applaus. Mensen zijn zo volstrekt onbegrijpelijk.

En ja, ik kreeg jaren lang geen uitnodigingen meer om te vertellen wie ik was. Mijn identiteit ging in de ijskast, wachtend op betere tijden, en daar is die nog steeds, in de ijskast. Ik zou de datum op de verpakking eens moeten checken, volgens mij is mijn identiteit al flink bedorven.

Maar weet u wat verrassend is? De Nederlanders, de blanke, zeer autochtone, want vele generaties hier wonende, christelijke en uit klei getrokken aardappeletende Nederlanders, die willen van mij helemáál niet meer weten wie ik ben. Mijn identiteit zal ze een zorg zijn. Wat ze willen weten is wat zij zijn, wat hun identiteit is.

Ik lach er natuurlijk niet om, het levert nu ook vijfhonderd op, en dan in euro's, en de helft moet ik opzij leggen wegens de belasting, en ik ben nog altijd ongedisciplineerd, maar het is eigenlijk toch om niet van bij te komen, dat al die Nederlanders mij betalen om te horen wie zij zijn? Wat weet ik er nou van, hoe zou ik kunnen weten wie ze zijn, het enige wat ik snap is waarom ze het willen weten, en daar maak ik gebruik van, want wees eens eerlijk, vijfhonderd euro's zijn de moeite waard.

Ook nu begin ik met dames en heren, maar daarna gaat het niet over mij, maar over hen. En dan vertel ik hoe Nederland veranderd is, de laatste paar jaren, sinds de TwinTowers en Pim Fortuyn en Theo van Gogh en Rita Verdonk en Ayaan Hirsi Ali.

Het is wel zo dat ik mijn praatje steeds moet aanpassen, ik moet het achtuur-journaal goed bijhouden, want zomaar ineens kan een Nederlandse held of heldin er niet meer zijn, dood of gedeporteerd, je moet overal rekening mee houden tegenwoordig.

Maar ik ga het voor mezelf niet meer verpesten als die ene keer in het Tropenmuseum: mijn identiteit mag dan allang bedorven zijn, uw identiteit wil ik gaarne bevestigen en herbevestigen, voor vijfhonderd euro, en wat is vijfhonderd euro nou, ik houd er maar de helft van over, als ik gedisciplineerd ben, en dat ben ik niet, maar ik wil u graag vertellen dat u nog altijd het beste volk bent op aarde, tolerant en zo niet totaal krankzinnig, beste dames en heren, u hoeft zich echt nergens voor te schamen. En kan er nu een piepklein applausje van af?

ramdas@nrc.nl

    • Anil Ramdas