Meedogenloze Mengistu maakt nog altijd bang

De Ethiopische oud-president Mengistu Haile Mariam wordt morgen in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba bij verstek veroordeeld. Portret van een alleenheerser die angst zaaide onder zijn volk.

De Ethiopische oud-president Mengistu Haile Mariam Foto AFP Haile Mariam Mengistu, Ethiopian leader and the chairman of the Provisional Military Administration Council (1977-87) and future Ethiopian President (1987-91) listens to the national anthem during welcoming ceremony prior the opening of the Non-aligned summit 31 October 1986 in Harare. Mengistu, born in 1937, took part in 1960 in the attempted coup against Haile Selassie and in 1977, after a further coup, became undisputed Ethiopian ruler. He set out to create a socialist state in Ethiopia aligned with the communist block, but was overthrown in 1991 by the Ethiopian People's Democratic Front. AFP

“Onze vijanden waren van plan om ons te nuttigen bij de lunch, maar wij aten hen al op bij het ontbijt.“ Zo beschreef de Ethiopische president Mengistu Haile Mariam in 1978 de rode terreurcampagne. In drie jaar tijd werden tienduizenden tegenstanders van het regime vermoord.

Mengistu's heerschappij, van 1977 tot 1991, was extreem repressief en bloedig. De rode terreur in de tweede helft van de jaren zeventig was openlijk en wreed. Ter afschrikking lagen de lijken dagenlang te rotten in de straten van de hoofdstad Addis Abeba. Martelkamers waren sadistische slachthuizen.

De in 1937 geboren Mengistu was keihard en koppig. Bij een interview in 1985 viel mij zijn ijskoude blik op. Zijn ogen meden ieder contact en leken kogels af te vuren. Het gesprek werd een monoloog. Kritische vragen negeerde hij. Nooit toonde hij spijt over de terreur. Ieder verband tussen zijn landbouwpolitiek en de grote hongersnoden tijdens zijn bewind wees hij van de hand.

Op meedogenloze wijze had Mengistu zich een weg naar de macht gevochten. In 1974 begonnen studenten, scholieren en taxichauffeurs openbare stakingen tegen het regime van keizer Haile Selassie. Dit was het begin van een volksrevolutie die werd gekaapt door een groep militairen onder Mengistu. De militairen vormden een bestuursraad, de Derg. Van de oorspronkelijke 120 leden waren er in 1977 nog 40 over. De meesten waren op last van Mengistu geloosd of vermoord. Tijdens een van de kabinetszittingen van de Derg trok Mengistu zijn pistool en schoot hij enkele aanwezigen dood.

Eind jaren zeventig verklaarde Mengistu zich marxist-leninist. Hij verbond zich aan het kamp van de toenmalige Sovjet-Unie. De nationalisering van grond en bedrijven in Ethiopië genoten brede volkssteun, net zoals de onteigening van de feodale klasse van landeigenaren en de orthodoxe kerk.

“Ethiopië eerst' was de populairste politieke slogan van Mengistu. Door gedwongen rekrutering zette hij het grootste leger van zwart Afrika op. Bij talrijke offensieven beukten de honderdduizenden regeringssoldaten jaar in jaar uit tevergeefs in op de stellingen van de nog koppigere guerrillastrijders in de noordelijke provincies Eritrea en Tigray. Regeringsvliegtuigen lieten fragmentatiebommen en napalm vallen op burgerdoelen in gebieden die onder controle waren van de rebellen. Tijdens de hongersnoden ontvingen bewoners uit de rebellenzones geen voedselhulp.

In eigen land werd Mengistu alom verguisd. Maar hij genoot de steun van zijn volk in zijn strijd tegen de afscheidingsplannen van Eritrea. Zijn rol als nationalist wordt nog steeds door menige Ethiopiër geprezen. Het historische Ethiopische rijk moest één blijven, tegen iedere prijs. De rebellen zouden uiteindelijk Mengistu uit Addis Abeba verdrijven en Eritrea verklaarde zich onafhankelijk. De meerderheid van de Ethiopische bevolking heeft dat nooit geaccepteerd.

In 1990 kondigde Mengistu onder druk van Moskou economische hervormingen af. Maar zijn uiterst efficiënte geheime diensten bleven de bevolkingen in een ijzeren greep houden. Mengistu kon en wilde de teugels niet laten vieren in Ethiopië, zelfs niet na negen aanslagen op zijn leven, talrijke couppogingen en ook niet in het aangezicht van de oprukkende rebellen.

Met een collega interviewde ik in 1990 in Addis Abeba twee opposanten. De muren van Oost-Europa waren gevallen. Perestrojka en glasnost waren overal de sleutelwoorden. Mengistu probeerde het tij nog te keren. Geheimagenten lokten ons in een hinderlaag en met grof geweld werden we opgepakt. De opposanten werden diezelfde dag nog geëxecuteerd. Om hun lijken te mogen begraven, moest hun familie eerst de kogels betalen die hen hadden gedood.

Mengistu liet Ethiopië met een diep trauma achter toen hij in 1991 het land ontvluchtte. De herinneringen aan de orgie van geweld vallen niet uit te wissen. Vorig jaar, na rellen en repressie in het kielzog van omstreden verkiezingen, begonnen Ethiopiërs plotseling weer te praten over de donkere dagen van Mengistu. Ze raakten verlamd door vrees. “Het is psychologisch“, zei een oudere inwoner van Addis Abeba. “Mengistu maakte iedereen doodsbang.“

De opvolgers van Mengistu in 1991 bleken al even bazig. Van een pluriforme en democratische samenleving is geen sprake in Ethiopië.

Onder Mengistu ontstond onder rijkere inwoners van de hoofdstad de gewoonte om hun maaltijd in de auto voor het restaurant te nuttigen als ze uit eten gingen. Vrij spreken in een openbare gelegenheid was levensgevaarlijk. Deze gewoonte bestaat nog steeds.

    • Koert Lindijer