Leuk op de opvang, maar liever naar huis

Op een Utrechtse basisschool worden leerlingen voor en na schooltijd opgevangen in het nabije kinderdagverblijf. “Weet je moeder dat je naar Anouk gaat?“

Lisanne, Pieter, Lotus, Olaf, Siebe, Joris, Sabine en Sam zitten op basisschool Utrechtse Schoolvereniging. Ze zijn zeven tot twaalf jaar oud. Ze worden twee, drie keer per week na schooltijd opgehaald door een groepsleider van kinderdagverblijf de Blauwe Eend aan het Wilhelminapark: naschoolse opvang.

Voordat ze weg konden, moest afgelopen dinsdag eerst nog even worden afgestemd wie van elf leerlingen meeging en wie niet. “Weet je moeder dat je naar Anouk gaat?“, zegt groepsleider Sander Jorissen (21) van het kinderdagverblijf tegen een kind waarvan hij dacht dat het mee zou gaan. “Nee, maar ik heb het mobiele nummer bij me.“ Jorissen belt er achteraan. Floortje blijkt al te zijn afgehaald door oma en ook een ander kind gaat niet mee. Dan lopen ze met z'n achten, rugzakjes op de rug, naar de naschoolse opvang. Lisanne fietst mee. Het is 15.15 uur.

Bij de Blauwe Eend, het is vlakbij, staan de kinderen die met de taxi van een andere school zijn gekomen, al voor het raam te zwaaien. Eén van hen rent naar Jorissen en springt hem om het middel.

De hoogste verdieping is voor de kinderen van zeven jaar en ouder. Ze gaan er crackers eten met appelstroop, kaas en pindakaas. Het schema hangt bovenaan de trap. Deze week is het thema “film maken'. Ze gaan een storyboard schrijven, en dan de volgende week filmen en er een cd van branden. In de weken ervoor hebben ze (“uiteraard veilige“) scheikundige proefjes gedaan, boten gemaakt die echt konden varen, en hebben ze het over het verkeer gehad. Er zijn ook computers, een verdieping lager, waar de vier- tot zevenjarigen worden opgevangen. Maar daar mogen ze nooit langer dan een kwartier achter, en dan nog een kwartier meekijken met een ander.

Siebe is rond 15.45 uur een dinosaurus aan het papier maché-en. Lotus en Lisanne spelen verstoppertje, “ook al kun je je hier dan nergens verstoppen“, zegt Jorissen. Daarna roept hij: “Wie gaat er mee naar buiten!“ Het Wilhelminapark is aan de overkant van de straat. Ze wachten bij het oversteken. Lisanne kan heel goed touwtjespringen. Als Pieter zegt dat Lotus niet kan touwtjespringen troost Jorissen haar.

Op de grote weide zijn drie skaters bezig hun frisbee uit de boom te krijgen. Onder de boom staat een gettoblaster Firestarter van the popgroep Prodigy te pompen. De kinderen gaan er omheen staan. Er komen meisjes van een promotieteam voor een nieuwe frisdrank langs en Pieter probeert zoveel mogelijk flesjes te verzamelen. Siebe, Pieter, Olaf en Sam verzamelen kroonkurken. Dan gaan ze kijken naar de jonge eendjes in de vijver. Pieter vindt het saai. “Niemand heeft hier een voetbal.“ Joris, Sam en Olaf klimmen in het hek, wat niet mag.

Lisanne's moeder komt haar om tien over vijf afhalen, daarna wordt Olaf opgehaald door de au pair. De andere kinderen gaan terug naar de naschoolse opvang. Lotus en Joris gaan met de barbies spelen. Pieter en Lotus gaan tennissen. Dat mag niet binnen.

Alle kinderen vinden het heel leuk op de naschoolse opvang. Vooral Siebe. “Omdat je hier leuke dingen kan doen“, zegt hij. Maar alle kinderen zeggen ook dat ze liever naar huis gaan na school dan naar de naschoolse opvang. Joris heeft thuis “iets heel moois gemaakt“, zegt hij. “Een kreeft. En als hij rijdt, bewegen de scharen heen en weer.“

Om 18.09 is iedereen opgehaald. Donderdag gaan ze filmen.