Kamer vergat minister Verdonk weg te sturen

De Tweede Kamer heeft vorige week verzuimd de opmars van een rechtlijnig en gevoelloos populisme effectief te bestrijden, vindt Paul Kalma.

Het was een onthutsende, maar ook leerzame week voor Nederland, met Ayaan Hirsi Ali als ongewild middelpunt. Onthutsend, omdat een Nederlandse die wegens haar opvattingen over de islam al jarenlang met de dood bedreigd wordt, binnen twee dagen haar staatsburgerschap blijkt te kunnen verliezen - om het aan het eind van de week al weer bijna terug te hebben. Leerzaam, omdat het parlement de verantwoordelijke minister, bij alle ergernis en woede, niet echt tot de orde durfde te roepen.

Aanleiding voor een andere opstelling was er meer dan voldoende. Met het woord “beschamend' is het besluit van minister Verdonk om Hirsi Ali haar Nederlandse staatsburgerschap te ontnemen, adequaat omschreven. Wat vroeger voor oorlogsmisdadigers gold, blijkt nu ook op vluchtelingen van toepassing te zijn. Een Kamerlid dat lange tijd haar werk niet kon doen omdat haar leven gevaar liep, mag nu voorgoed wegblijven. Een schrijfster die, bij alle verschillen van mening, groot respect verdient voor haar consequente verdediging van de rechten van de vrouw, wordt aan de dijk gezet.

Maar dat is niet het enige dat Verdonk verweten kan worden. Ze vaart blind op de letter van de wet. Aldus negeert ze de beginselen die aan de rechtsstaat ten grondslag liggen, die van zorgvuldigheid en proportionaliteit. Ze laat de context van dit bijzondere geval (net als eerder bij andere vluchtelingen) buiten beschouwing en verlaagt rechtsgelijkheid tot juridische nivelleringsdrift. Dat is veel ernstiger dan het verkeerd informeren van het parlement, zoals ze herhaaldelijk heeft gedaan.

Het merkwaardige is nu dat de Tweede Kamer, bij alle verwijten, de minister in dit legalistische standpunt is gevolgd - en hooguit meer juridische mogelijkheden voor het behoud of het herwinnen van Hirsi Ali's staatsburgerschap zag dan zijzelf. De volksvertegenwoordiging gaf allerlei aanwijzingen, en benadrukte tot diep in de nacht dat het menens was. Maar dat ging wel ten koste van haar eigenlijke politieke taak, namelijk het beoordelen van het kabinetsbeleid en het heenzenden van ministers die verkeerde beleidsbeslissingen hebben genomen of hen zwaar aan te rekenen fouten hebben gemaakt

Dat nu had de Kamer afgelopen dinsdag moeten doen. Ze had minister Verdonk rechtsomkeert moeten laten maken (“niet links, niet rechts, maar rechtsomkeert'). Ze had intrekking van de brief van de minister moeten eisen en haar, voor zover dat dan nog nodig was geweest, tot aftreden moeten dwingen. Dat laatste kon ook haast niet anders, na de reeks eerdere blunders van de bewindsvrouw. Maar een grote Kamermeerderheid zag, om onduidelijke redenen, af van deze principiële aanpak. “Verdonk onder curatele', lezen we nu in de krant. Politiek handig voor CDA en oppositie, maar staatsrechtelijk een schandaal.

Daar komt een moreel-politiek argument bij. Een behoorlijk deel van de bevolking voelt zich door politici als Verdonk aangesproken - en steunt haar inzake de denaturalisatie van Hirsi Ali. Dat feit onder ogen zien betekent allerminst dat je als politieke partij water bij de wijn moet doen. Alleen door ronduit en met overtuigingskracht voor de eigen principes uit te komen, en daar politiek naar te handelen, kan de opmars van een rechtlijnig en gevoelloos populisme effectief bestreden worden. De Tweede Kamer heeft daar vorige week niet naar gehandeld.

Paul Kalma is directeur van de Wiardi Beckman Stichting.

    • Paul Kalma