Jaren vijftig

Niet zonder verbazing liep ik zaterdag rond in de He Hwa Tempel op de Amsterdamse Zeedijk en over de Nieuwmarkt, waar de geboortedag van Sakyamuni Boeddha, 2500 jaar geleden in het huidige Nepal, werd herdacht.

Voordat ik verder ga: He Hwa betekent lotusbloem, in het boeddhisme het symbool van de verlichting. Het woord He is ook deel van de Chinese naam voor Nederland: He lan.

Een gids vertelde me dat waar vroeger op de Zeedijk een nonnenklooster stond, nu Boeddha in zijn bonte tempeltje de scepter mag zwaaien. En geen xenofobe Nederlandse haan die ernaar kraait - we vinden het allemaal best wat die Chinezen in hun vrije tijd bekokstoven, zolang ze ons maar geen overlast bezorgen.

Echt ingeburgerd, volgens de Verdonk-doctrine, zijn ze niet, toch respecteren we hen zoals ze zijn. Ons respect is niet vrij van neerbuigendheid en onverschilligheid, maar daar zal geen Chinees om malen. Zij doppen hun eigen sojaboontjes wel.

De belangstelling van de Nederlandse burgers voor de festiviteiten op de Nieuwmarkt was minimaal - niet meer dan een vlugge blik in het voorbijgaan, of een forse hap uit de ruif van een Chinees eetstalletje.

Wat ze daardoor misten, was een kijkje op een eigenschap die bij ons zo schaars begint te worden: vriendelijkheid. Waar je ook kwam, wie je ook zag, overal was er vriendelijkheid en vredigheid. Het was een soort omgekeerd Jordaanfestival: geen patserig Hazes-vertoon, maar liefelijke deuntjes uit Nepal, gezongen door dames en heren die 's morgens allemaal hun keurigste glimlach hadden opgeperst op de strijkplank van hun geduld.

Het was soms alsof je rondliep in het Nederland van de jaren vijftig. Een groepje goedgehumeurde Chinese dames van middelbare leeftijd maakte een gezellig dansje op Bill Haley's Rock-around-the-clock. Dat was wel zo ongeveer het summum van sensualiteit dat we te zien kregen, al wil ik dat zedige Nepalese danseresje op die zedige Nepalese muziek niet helemaal uitvlakken.

Ook de kleding deed vaak aan vroeger denken: weliswaar westers, maar qua snit altijd twee, drie modes achter. Het doet er allemaal niet zo veel toe, lijkt de Chinese boeddhist te willen zeggen, als het maar lekker zit.

Zal het nog lang zo blijven in de Chinese gemeenschap? Zal een Chinese braderie op de Nieuwmarkt er over vijf, tien jaar nog zó uitzien? Ik betwijfel het. Ik zag nu al vrij weinig jongeren tussen de ouderen. Wat waren die aan het doen? Toch geen ontuchtige dingen, mag ik hopen?

Een jongen van Chinese afkomst liep er met een Nederlandse vriend rond. Ze proefden van hun rijst en loempiaatjes, terwijl ze naar de zoveelste liefelijke act op de bühne keken. “Doe jij nog wat aan dat boeddhisme?“ vroeg de Nederlandse jongen. De Chinese jongen mompelde iets terug dat niet erg enthousiast klonk.

Boeddhisme wordt misschien meer iets voor Nederlanders die de verdwenen vriendelijkheid in hun land te veel gaan missen. “Ik kan u het Diamantweg-boeddhisme aanraden“, hoorde ik een colportrice in een stalletje tegen een Nederlandse vrouw zeggen. “U hoeft u niet te forceren, het is niet zo streng als Zen.“

Ja, dat leek haar wel wat.