Irak: zelfs kabinet is niet één

Vijf maanden na de verkiezingen heeft Irak een regering van Nationale Eenheid. Maar de belangrijkste ministerposten zijn nog onbezet.

Premier Nuri al-Maliki. (Foto AP) Iraq's Prime Minister-designate Nouri al-Maliki attends a news conference in Baghdad, Tuesday, May 9, 2006. Al-Maliki said main stumbling blocks to forming a new Cabinet have been overcome and he expects to present his team to parliament for approval by the end of the week. (AP Photo/Ali Haider, Pool) Associated Press

“Heeft u het gevoel dat het met Irak in het algemeen de goede of de verkeerde richting opgaat?“ luidde de openingsvraag van een opinieonderzoek dat in maart onder ongeveer 3.000 Irakezen werd uitgevoerd. Van de ondervraagden antwoordde 52 procent van mening te zijn dat het de foute kant opging. “Wat verwacht u voor de komende zes maanden?“ luidde de volgende vraag van de peilers van het International Republican Institute, een conservatief Amerikaans bureau. Daarop antwoordde 55 procent te denken dat het slechter zal gaan dan nu, of hetzelfde. Bij een vorige peiling in november was dat nog 36 procent. Het percentage dat een verbetering van de situatie voorzag was in dezelfde periode gedaald van 53 tot 34.

De situatie in Irak, dat is voor de Iraakse burgers allereerst de veiligheid, en direct daarna de gebrekkige voorzieningen - nog steeds maar een paar uur per dag stroom bijvoorbeeld als gevolg van sabotage en bureaucratische incompetentie - en de razende corruptie. Dat zijn dan ook de prioriteiten van de nieuwe Iraakse premier, de shi'iet Nuri al-Maliki, die zaterdag zijn “regering van Nationale Eenheid' presenteerde.

De resultaten van de peiling komen ongeveer overeen met de eerste reacties op het kabinet die persbureaus en de nieuwsdienst IRIN van de Verenigde Naties gisteren en vandaag registreerden. “Ik hoop dat Maliki zijn beloften houdt dat hij de chaos in het land aanpakt“, zei een employé van een oliemaatschappij in de noordelijke stad Kirkuk tegen Reuters. “Ik zeg tegen de regering: Alstublieft in Godsnaam, alles wat we nodig hebben is veiligheid en elektriciteit“, zei een shi'itische vrouw in Kerbala in het zuiden.

Gaat dat lukken? De eerste voortekenen zijn niet erg goed. Behalve dat het ruim vijf maanden heeft gekost om dit kabinet te formeren, missen uitgerekend nog de ministers die over de veiligheidsdiensten gaan, Binnenlandse Zaken (politie), Defensie (leger) en Veiligheidszaken. De belangrijkste gemeenschappen, shi'ieten, Koerden en sunnieten, konden het nog niet eens worden over de invulling van deze sleutelministeries.

Onder de voorgaande regering van de shi'iet Ibrahim Jaafari hebben deze ministeries bewerkstelligd dat shi'itische partijmilities de politie vergaand infiltreerden en dat het leger de facto een shi'itisch-Koerdisch onderonsje werd. Met name de shi'itische minister van Binnenlandse Zaken, Bayan Jabr, was voor de sunnieten én de Amerikanen onacceptabel voor een nieuwe termijn. Uiteindelijk is Jabr - een vroegere commandant van de gevreesde Badrmilitie, de strijdgroep van een van de belangrijkste partijen van de machtige shi'itische Alliantie - nu minister van Financiën geworden. Maliki verzekert dat zijn opvolger, wie het ook wordt, geen banden met een militie zal onderhouden.

Hoe de veiligheid wordt hersteld als de regering uiteindelijk volledig is, is moeilijk te zien. Het sunnitische geweld van bomaanslagen, moorden en sabotage gaat inmiddels vergezeld van liquidaties en etnische zuiveringen door de shi'itische partijmilities. Het aantal doden onder burgers als gevolg van geweld is scherp gestegen sinds de aan sunnieten toegeschreven aanslag op de shi'itische Gouden Moskee in Samarra in februari, tot zo'n 800, 900 per maand. Zaterdag werden in Irak meer dan 50 mensen bij aanslagen gedood of gemarteld en vermoord gevonden - de kenmerken van de milities. Maliki heeft voorgesteld de milities officieel te laten opgaan in leger en politie, wat het probleem in de ogen van de sunnieten alleen zal verergeren. En kan hij wel zijn wil opleggen aan de milities?

De Amerikaanse autoriteiten hopen dat de sunnitische deelneming aan deze regering de fundamenten onder de sunnitische opstand zal wegslaan. De voorgaande regering was een coalitie van de shi'itische meerderheid (60 procent van de bevolking) en de Koerden (20 procent). De sunnieten (20 procent), die de thuisbasis vormen van de bloedige sunnitische opstand, waren niet vertegenwoordigd. Als het geweld vermindert, kunnen Amerikaanse troepen worden teruggetrokken. De Amerikaanse aanwezigheid in Irak, zo'n 130.000 manschappen die gemiddeld drie doden per dag te verduren hebben, is een belangrijke reden van de dalende populariteit van president George Bush.

Maar nationale eenheid is zelfs binnen de regering nog ver te zoeken. Inderdaad doen behalve shi'ieten en Koerden nu ook de sunnieten mee, net als vertegenwoordigers van ex-premier Allawi's seculiere partij en van de kleine Turkmeense en christelijke minderheden. Maar de ministers en onderministers die zijn aangetreden, zijn in de eerste plaats vertegenwoordigers van hun gemeenschap. En de steeds toenemende haat jegens de andere gemeenschappen onder shi'ieten, Koerden en sunnieten, laat ook hun leiders niet onberoerd.

Maliki heeft nog wel wat problemen: de sunnieten staan erop dat de grondwet ingrijpend wordt gewijzigd, de Koerden willen de oliestad Kirkuk. Intussen vielen vanochtend alweer negen doden bij aanslagen.