In een antieke racewagen door Monaco

In de straten van Monaco wordt een week voor de Formule 1-race met antieke racewagens gereden. In de Grand Prix Historique gaat het er door een combinatie van onervarenheid en veel geld soms ruw aan toe.

Jong, oud, redelijk rijk of puissant gevuld wanen zich de week voor de echte Grand Prix van Monaco, gedurende twee dagen even Jackie Stewart, Niki Lauda, Henri Pescarolo. Of de reïncarnatie van Ronnie Peterson, Patick Depailler, James Hunt en Tom Pryce. Terwijl ze hun handen vol hebben om hun onberispelijke Maserati, Ferrari, Cooper, Lotus, Brabham, McLaren of March te bedwingen tussen de hoge vangrails, spookt in hun achterhoofden wellicht het idee dat ze Stirling Moss imiteren. Ze zijn in goed gezelschap, want de 76-jarige Brit is van de partij in het prinsdom, de eeuwige kroonprins zonder wereldtitel. Ouderdom tast het tomeloze tempo van vroeger aan, maar als je hem bezig ziet in de vierwiel-aangedreven Ferguson uit 1960, is het alsof Sir Stirling nooit weg is geweest. Het hoofd onder de karakteristieke, witte helm een tikje gekanteld en zijn geliefde startnummer zeven op de auto. Het is een onafscheidelijke combinatie. Moss zegevierde driemaal in de Grand Prix van Monaco: in 1956 met Maserati, in 1960 en 1961 met Lotus. De race laat hij schieten. In de training remt zijn Ferguson eerst slecht en daarna totaal niet. En dat is zelfs hem te gortig.

Als er één plek is waar klassieke racewagens, in uiteenlopende klassen, op hun plaats zijn dan is het wel in de bocht langs het wereldvermaarde Casino, voorbij Hotel de Paris of door de even spectaculaire als angstaanjagende tunnelpassage die herinnert aan legendarische wedstrijden. Die verreden werden op een uit nood geboren circuit. De lokale automobielclub wilde zich eind jaren twintig aansluiten bij de vereniging van erkende circuits, maar er ontbrak een kleinigheid. Monaco ontbeerde een permanent circuit. “Geen nood'', zei organisator Antony Noghes. “Volgend jaar racen we.“

De sportwereld keek in 1929 vreemd op van de eerste Grand Prix van Monaco. Winnaar was de in het prinsdom wonende Engelsman William Grover die onder pseudoniem “Williams' met een Bugatti als winnaar werd afgevlagd. De Grand Prix werd een niet weg te denken fenomeen met extra roem voor de winnaar.

Op de piste gebeurden soms vreemde dingen. In 1950 merkte Juan Manuel Fangio dat het publiek niet naar hem, de koploper, keek maar naar de volgende bocht. De Argentijn remde tijdig en ontweek tien stilstaande auto's. Die kwamen in het ongerede nadat een plotselinge vloedgolf vanuit de haven over de weg spoelde. De haven speelde ook een rol bij curieuze incidenten. In 1955 reed Alberto Ascari met zijn Lancia via de strobalen in het water en overleefde de duik. Hij verongelukte enkele dagen later bij een testrit met een Ferrari sportwagen. Tien jaar later dook de Australiër Paul Hawkins met zijn Lotus in de plomp. Kikvorsmannen hielpen hem op het droge.

Anno 2006 gaat het er bij een Ferrari-demonstratie ruw aan toe. De gevaarlijke combinatie van onervarenheid en veel geld speelt een rol. Mensen zonder licentie “Schumacher' laten spelen geeft ellende. “Ferrari verkocht de laatste twee jaar veertien Formule 1-auto's van de bouwjaren 1999-2003“, weet de Nederlander John Bosch (42). De gepassioneerde racer laat de demonstratie schieten. “Mij te gevaarlijk. De organisatie maakt die mensen lekker. Monaco trekt, maar ze zijn bloednerveus. Maken te veel basisfouten.“

Zelf geniet Bosch van zijn race in een Ferrari 312 T3 uit 1978. De naam van Gilles Villeneuve, de Canadees die in 1982 tijdens een training om het leven kwam op het circuit van Zolder, in België, staat op de flanken van de wagen. Hij zegt het niet met nadruk, maar de Nederlander voelt zich korte tijd één met Villeneuve, zijn held van achtentwintig jaar terug op Zandvoort.

De vijfde Grand Prix Historique is de opmaat naar deze week. Tribunes, jachten in de haven, cruiseschepen, weldadige zon; het is er allemaal al om de schone schijn van de F1 extra kracht bij te zetten wanneer eens per jaar het kleine staatje wordt omgetoverd tot gekkenhuis. De praktijk wint het nog steeds van de verbazing dat racen hier mogelijk is. Het enorme Red Bull Racing motorhome pronkt pontificaal aan de rand van de haven. Het team van de Oostenrijkse energiedrankenfabrikant maakt dit jaar reclame voor de film Superman returns. De historische races maken echter duidelijk dat de ware supermannen vroeger keer op keer hun leven waagden in bolides met gebrekkige wegligging en te verwaarlozen remkracht. Om de twee jaar overbrugt de Automobile Club de Monaco binnen een week twee sterk uiteenlopende periodes uit de autosport geschiedenis. Eerst staat de sport centraal. Aanstaande zondag gaat het om keiharde business.