Haring is nu duurzaam en gezond

Europese maatregelen om de haring te beschermen, voldoen niet altijd. Vissers, milieuorganisaties en bedrijven hebben een alternatief ontwikkeld.

Het gonst in Scheveningen. “Heb je de laatste berichten al gehoord?“, zegt iemand aan boord van de Koningin Juliana. “De haring lijkt wat later dan anders dit jaar, ze is nog niet vet genoeg.“ De haring zit momenteel voor de Noorse kust en enkele lokale vissers hebben hun netten reeds uitgegooid om te zien hoe de vis er bij staat. Voor goede maatjesharing moet de haring zich eerst volvreten, zegt Nico de Jong, voorzitter van de Nederlandse Haringgroothandelsvereniging. Als de plankton eenmaal is gevonden kan de haring in enkele dagen volvet zijn. Klaar om kuit te schieten. En precies goed voor Hollandse Nieuwe.

Dit weekeinde stoomden de twee laatste overgebleven Nederlandse haringtrawlers vanuit Scheveningen naar het noorden op. En op 30 mei zal weer de traditionele veiling van het eerste vaatje plaats hebben. De opbrengst gaat dit jaar naar het Diabetes Fonds, want vette vis lijkt goed te zijn voor het voorkomen van deze ziekte. Het fonds laat daar verder onderzoek naar doen.

Vanaf dit jaar kan de Nederlandse haringvangst zich ook tooien met het certificaat van de Marine Stewardship Council (MSC), een waarborg voor duurzame visserij. Het label is een initiatief van het Wereldnatuurfonds en Unilever. “Vangstquota van de Europese Unie alleen zijn niet genoeg om visbestanden te beschermen“, zegt Carel Drijver van het WNF. Waarom juist Unilever? Drijver: “Unilever is wereldwijd de grootste inkoper van vis.“

Milieuactivist Drijver staat op de brug van het visserijopleidingsschip Koningin Juliana met vertegenwoordigers van de haringvisserij zoals De Jong, tevens directeur van haringgroothandel Jac. den Dulk, en Gerard van Balsfoort, voorzitter van het Productschap Vis. Terwijl de bemanning haring in de netten probeert te vangen voor een demonstratie haringkaken, geven de heren voor de Scheveningse kust hun visie op het komende haringseizoen.

Europese vangstquota voldoen niet, meent Drijver, omdat de quota hoger zijn dan de adviezen van biologen van het Europese onderzoeksbureau ICES en omdat de uiteindelijke vangsten op hun beurt soms hoger zijn dan de vastgestelde quota. Soms omdat niet voorspelbaar is hoeveel vis er in een net zal komen, soms vanwege regelrecht illegale visvangst. “Van sommige vissoorten wordt twee keer meer binnen gehaald dan biologen adviseren“, stelt Drijver.

Met het MSC-label probeert het WNF samen met de industrie zelf tot een beter beheer van de visstanden te komen. Het label staat voor een overgang van het opleggen van quota en controle op de uitvoering door een overheid, naar een actieve inzet van de visserij zelf om visbestanden te beschermen. “Uiteindelijk willen vissers zelf ook dat er vis blijft om op te vissen“, zegt Drijver. Voor de haringvangst in de Noordzee werkt het daarbij samen met de vereniging van diepzee vriestrawlers (PFA, een samenwerking van Nederlandse, Britse, Franse en Duitse rederijen) waarbij ook de laatste Nederlandse maatjesharingvisserij, rederij Jaczon in Scheveningen, is aangesloten. De MSC, inmiddels onafhankelijk, heeft geconcludeerd dat de haringvisserij in de Noordzee duurzaam functioneert.

Het enige probleem is dat de Noorse en Deense vissers geen lid zijn van de PFA, en hun vis dus buiten de certificering valt. En dat de meeste maatjesharing in Nederland juist uit Denemarken en Noorwegen komt. “Onze eerste prioriteit is nu de Noorse en Deense haringvisserij“, zegt Drijver, “in de tussentijd zijn er wel plannen om de Nederlandse vangst waar mogelijk met label te verkopen. Het gaat er uiteindelijk om dat de consument verantwoording neemt voor zijn koopgedrag.“ Daarvoor moet de door Nederlandse schepen gevangen haring wel gescheiden blijven van de Noorse en Deense.

Waarom komt de haring vooral uit Scandinavië? Vanaf 1977 was er vijf jaar lang een volledig vangstverbod, omdat de visvoorraden waren uitgeput. De Nederlandse gespecialiseerde haringvissers hielden er mee op. Toen er in 1983 weer gevangen mocht worden waren alleen de Scandinavische vissers over. De Scandinaviërs hebben als voordeel, legt importeur De Jong uit, dat de haring zich voor hun kust bevindt en snel, vers op ijs aan land kan worden gebracht. Kaken op zee is niet nodig. De Jong's bedrijf verwerkt (kaken, zouten en invriezen) de haring dus in Denemarken en laat ze per vrachtwagen naar Nederland brengen. De meeste Hollandse Nieuwe komt via de Duitse grens het land binnen. De schepen van de Scheveningse reder Jaczon moeten dat op zee doen en zijn derhalve zeer gespecialiseerd. Het heeft geen zin meer, zegt De Jong, om zulke schepen speciaal voor een paar weken haringvisserij te laten bouwen.

Het gaat goed met de verkoop van haring. Gezondheidsdenken lijkt een impuls te geven. Het eten van vette vis voorkomt niet alleen hart- en vaatziekten, maar lijkt ook “positieve effecten te hebben bij het voorkomen van diabetes of uitstellen van de effecten“, zegt directeur Kuipers van het Diabetes Fonds die de opbrengst van het eerste vaatje zal krijgen. Dat is geen onbelangrijke constatering want diabetes is “een volksziekte aan het worden“. Nu telt Nederland 850.000 diabetici, volgend jaar zal de grens van 1 miljoen worden gepasseerd, voorspelt Kuipers. De gemiddelde leeftijd waarop men suikerziekte krijgt is gedaald tot 55 jaar. Toevallig of niet, maatjesharing blijkt ook vooral populair te zijn bij vijftigers, zegt groothandelaar De Jong. En de laatste jaren stijgt de consumptie.