Ex-top Ahold voor fraude veroordeeld

De rechtbank in Amsterdam heeft de voormalige top van Ahold, onder wie oud-bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven, vanmorgen veroordeeld wegens de boekhoudfraude bij het concern.

Van der Hoeven en zijn medebestuurders Michiel Meurs en Jan Andreae kregen voorwaardelijke celstraffen en geldboetes opgelegd. Oud-commissaris Roland Fahlin werd wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken.

Van der Hoeven en voormalig financieel directeur Meurs werden wegens valsheid in geschrifte en misleiding veroordeeld tot voorwaardelijke gevangenisstraffen van negen maanden en boetes van 225.000 euro. Andreae, als bestuurder verantwoordelijk voor Europa, kreeg vier maanden voorwaardelijk en 120.000 euro boete.

Van der Hoeven gaf meteen na het vonnis aan dat hij in hoger beroep gaat. Meurs wilde geen commentaar geven. Andreae's raadsman zei “teleurgesteld“ te zijn. Het openbaar ministerie had onvoorwaardelijke celstraffen tegen de Ahold-bestuurders geëist.

De rechtbank bekritiseerde in scherpe bewoordingen het gedrag van de vroegere Ahold-bestuurders. Van der Hoeven en Meurs hebben door hun handelen “in ernstige mate het vertrouwen geschonden“ dat in hen werd gesteld. Ook Andreae kreeg deze verwijten, hoewel hij “in een wat verder verwijderd verband“ opereerde. Het optreden van de Zweedse commissaris Fahlin werd als “onbegrijpelijk“ en als “onbehoorlijke taakuitoefening“ gekenschetst. De rechtbank vindt evenwel dat er onvoldoende bewijs is om tot een veroordeling te kunnen komen.

Het Zaanse supermarktconcern telde de omzet van een aantal dochterondernemingen in Scandinavië en Zuid-Amerika volledig mee in de boeken. “Control letters' bevestigden dat Ahold volledige zeggenschap had in deze joint ventures, maar een “side letter' weersprak dat. Dit document werd verborgen gehouden, onder meer voor de huisaccountant.

Van een boekhoudschandaal zoals bij het Italiaanse Parmalat of het Amerikaanse Enron is volgens de rechtbank geen sprake. Deze vergelijking, de afgelopen jaren meermalen in media gemaakt, gaat volgens de rechtbank “in alle opzichten mank“. Maar de straffen die nu zijn opgelegd moeten volgens de rechtbank wel uitdrukking geven aan “de afkeuring die moet gelden voor frauduleuze handelingen door personen die maatschappelijk hoog in aanzien staan en voor velen, binnen en buiten Ahold, als een voorbeeld hebben gediend“.

In de straf hield de rechtbank onder meer rekening met het feit dat de verdachten niet uit zijn geweest op persoonlijk gewin.