Een idealist die in de ban is van zichzelf

Ontspoorde jongeren in Den Engh moeten het zonder directeur Jonker doen.

Justitie heeft hem teruggeroepen. Hij zou de regels hebben overtreden.

„Helaas heeft de minister ons geen experimentele status toegekend. Ik had graag nog een intern rechtssysteem opgezet.” Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Driebergen 17-05-2006 Dr. A. Jonker, algemene directeur Rijksinrichting Den Engh. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Waar de voormalig directeur van jeugdinrichting Den Engh ook kwam: overal gebruikte hij hetzelfde voorbeeld. Dat voorbeeld komt uit een tv-uitzending. Twee agenten lopen langs een groep hangjongeren en roepen: 'Hey jongens, alles kits?'

'Hoezo: alles kits?', vraagt Jonker. 'Hou op elkaar te tutoyeren! Met jongeren bestaat er geen vertrouwensrelatie en dat moet je ook niet willen.'

Laat zien wie de baas is, is een stelling van Arjen Jonker. Een andere is: wees trots op je uniform. Want je moet autoriteit uitstralen, zegt Jonker. Daarom draagt hij altijd een driedelig pak, ongeacht met wie hij spreekt - of het nu politieagenten, journalisten of pupillen zijn.

Arjen Jonker is een indrukwekkende verschijning. Onder zijn driedeel draagt hij gepoetste schoenen en een kaarsrechte das. Daarboven een keurig geknipte, grijzende baard en lang golvend haar. Dertien jaar lang stond hij aan het roer van de justitiële jeugdinrichting Den Engh voor ernstig gedragsgestoorde en criminele jongens. Tot drie weken geleden. Toen werd hij 'vanwege verschil van inzicht' uit zijn functie gezet. Nu zit Jonker thuis. Zonder baan, maar hij staat wel op de loonlijst van Justitie.

Jonker wilde varen en koos voor de zeevaartschool. Maar astma doorkruiste zijn kinderdroom. Via de jeugdzorg maakte hij carrière binnen de jeugdreclassering en werd hij hoofd van een instelling voor gezinsvoogdij. Daar, vertelt hij, werd de basis gelegd voor zijn pedagogische visie. Alle ellende die je kunt bedenken, trok aan hem voorbij: 'van moord tot incest tot verwaarlozing.' Hij zag hoe jongeren ontspoorden. 'Er was een gebrek aan gezinsstructuur en een gebrek aan opvoeding.'

In 1993 werd Jonker interim-directeur van Den Engh, twee jaar later was hij algemeen directeur. Door zijn uitgesproken visie op heropvoeding van ontspoorde jongens viel hij op. In opdracht van Justitie ontwikkelde hij een eigen aanpak. Die kreeg een naam: de 'sociogroepsstrategie', oftewel een 'gedwongen groepsaanpak'. De methode werd voor het eerst toegepast in 1997.

Jonker is geen ambtenaar, zegt Eveline van der Schraaf: 'Jonker is een idealist.' Ze zit sinds twee jaar in de Commissie van Toezicht van de jeugdinrichting. Ze noemt Jonkers houding 'enigszins naïef'. Ze zegt ook: 'Het is een wonder dat hij zich zo lang staande heeft kunnen houden binnen Justitie.'

De oud-directeur neemt geen blad voor de mond. Juist Justitie, vindt Jonker, faalt op veel fronten als het gaat om jeugdzorg. Er wordt, zegt hij, te weinig opgevoed en te veel opgesloten. In Den Engh ging dat onder zijn bewind anders. Jongeren in Den Dolder krijgen een spoedcursus normen en waarden. Ze leren een vak. Direct bij binnenkomst worden ze gekneed, ongeacht hun achtergrond. Iedereen is gelijk, en dus doet iedereen verplicht mee aan het groepsprogramma.

Het gebeurde dat Jonker de jongens direct in hun eerste week mee uit varen nam. Met een groot schip doorkruiste hij het IJsselmeer. Soms bleven ze slapen op Pampus. Weg van hun vertrouwde omgeving leren ze wat, is de theorie. Zulke activiteiten onthullen bovendien hun negatieve gedrag. En, zegt Jonker, je creëert een groepsgevoel. 'Normen en waarden onder jongeren groeien door wederkerige relaties. Niet door straffen.'

Jarenlang kon de directeur rekenen op steun. Tot 2002, toen een medewerker van Den Engh 'een couppoging' pleegde door medewerkers en gedetineerden te laten vertellen over 'wantoestanden'. Werknemers zouden jongeren seksueel hebben misbruikt, er was sprake van een structureel gebrek aan privacy, en werkdruk zou 'abominabel hoog' zijn. De medewerker moest het veld ruimen.

De verbitterde man zou daarna de drijvende kracht zijn achter een lastercampagne in de pers tegen Jonker. Volgens K. was de werksfeer binnen Den Engh 'onmenselijk' en zou Jonker critici de mond snoeren. Minister Donner van Justitie sprak van 'het recyclen van oude roddels' en liet de inspectie onderzoek doen. Die concludeerde in 2005 dat de regelgeving 'op kleine punten' werd overtreden, maar dat het onwaarschijnlijk was dat de jongeren worden misbruikt.

Intussen was de toon gezet. Wat gebeurt er allemaal in Den Dolder, vroegen het ministerie en critici zich af. Jonker zou de regels overtreden en zijn ideeën zouden doorschieten. Bovendien, zo concludeerde de wetenschappelijke afdeling van het ministerie van Justitie, werkt zijn kostbare methode niet beter dan die van 'klassieke' jeugdinstellingen. Jongens die hun straf in Den Engh hadden uitgezeten, gaan net zo vaak opnieuw de fout in als jongens uit andere jeugdinrichtingen.

Begin deze maand was de maat vol voor Justitie. Arjen Jonker werd teruggeroepen naar het ministerie, bleek uit een verklaring van Justitie. Dat vindt Toine Timmer 'jammer'. Timmer is voorzitter van de stichting Vrienden van Den Engh, een belangengroep met oud-medewerkers en sympathisanten die Jonkers aanpak in stand willen houden. Timmer is ook een vriend van Jonker. 'Hij heeft jaren van zijn leven gegeven aan Den Engh. Het was zijn levenswerk.'

Eigenlijk, zeggen kennissen en collega's, was Den Engh voor Jonker bijna een verslaving. Dat beaamt zijn 21-jarige dochter Iris Jonker. Terwijl het gezin al die tijd in Friesland woonde, zat Jonker zelf vijf à zes dagen in de week in Soest. 'Ik heb mijn vader nooit veel gezien.' Zelf wil hij het niet zo noemen. 'Het is een kwestie van prioriteiten stellen. Je krijgt een hele zelfstandige eenheid in Friesland', zegt Jonker. Toch zegt hij altijd 'erg betrokken' te zijn geweest bij zijn gezin. 'Maar ik heb een hoop dingen gemist.'

Maar, zeggen zijn pleitbezorgers, hij heeft lef en is een pedagoog in hart en nieren. Dat vindt bijvoorbeeld Ko Rink, zijn promotor en hoogleraar orthopedagogiek aan de universiteit van Groningen. Vijf jaar lang werkte Jonker in de avonduren aan zijn promotie. Zijn promotieonderzoek heeft als titel 'Niet opsluiten maar opvoeden'. Rink is er lovend over.

Toch is niet iedereen dat. Criminologe en hoogleraar Josine Junger-Tas beticht Jonker ervan 'niet onafhankelijk te zijn'. Jonker zou zijn onderzoek gebruiken als een soort reclamefolder voor zijn SGS-methode. Hoogleraar Rink doet dat af als 'onzin'. Het vergaren van de onderzoeksgegevens is volgens hem uitgevoerd door onafhankelijke wetenschappers. 'Jonker heeft de data geïnterpreteerd en in een brede historische context geplaatst', verklaart Rink.

Jonker vindt het jammer dat minister Donner 'Den Engh geen experimentele status heeft gegeven.' Zo was hij nog van plan een intern rechtssysteem op te zetten binnen de inrichting, waarbij de jongeren zelf de rol zouden vervullen van officier van justitie, rechter en jury. Hij denkt dat Donner niet de juiste informatie heeft gekregen. Het achterste van zijn tong wil hij niet laten zien. Jonker is namelijk nog steeds in dienst bij het ministerie van Justitie. Binnen het departement zal hij in de toekomst een baan als adviseur gaan vervullen.

    • Jaus Müller