De vraag 'Zie ik daar nou haar tepel?' werd vaak gesteld

'Als zij winnen, eet ik mijn eigen hoofd op', zei ik toen Lordi had gespeeld. Lordi, voor degenen die niet naar het Songfestival hebben gekeken (ga je schamen) was de Finse band die met Halloween-monstermaskers op het lied Hard Rock Hallelujah ten gehore bracht. De voornaamste tekst in dat lied was het woord 'Raaaaaah!', want Lordi was nogal vervaarlijk en nogal rock.

Omdat alleen vrouwen en homo's naar het Songfestival kijken (en de enkele verlichte heteroman, zoals de man in het gezelschapje waarmee ik keek) gaf ik Lordi weinig kans. Vrouwen en homo's houden niet van monsters die 'Raaaaaah!' zeggen.

Afgezien van Lordi was het festival geslaagd. Zo was er dit jaar de trend 'vreemde wezentjes in je act betrekken' - Bosnië-Herzegovina kwam met een robotje en bij Rusland kroop er een alien uit de piano. Verder was er een Armeniër die erin slaagde het woord 'simsalabim' op een logische manier in zijn songtekst te verwerken, een Roemeen die in het Italiaans zong en zo'n hoog bereik had dat alleen honden hem konden horen, en een Kroatische die meteen aan het begin van het lied al haar rok afrukte en haar geslachtsdeel liet zien (het rok-afrukken is vaste prik, maar meestal pas halverwege het lied, tijdens het vuurwerk). Ook waren 'vreemde eindposes' in trek. Vaak eindigden de artiesten in een verstilde koprol of een geavanceerde Pilates-houding. Zo bleven ze staan terwijl het applaus klonk, een stoïcijnse glimlach op hun gezicht. Vakmensen.

Zelfs de presentatrice leverde genoeg stof op, want het festival is natuurlijk alleen maar een excuus om een hele avond via de tv met elkaar te praten. De vraag 'Zie ik daar nou haar tepel?' werd vaak gesteld als zij in beeld kwam.

En toen het ontluisterende eind. Lordi kreeg van bijna elk land twaalf punten. In de green room zaten de monsters in afwachting van de uitslagen, en hielden ze om hun fans te bedanken bordjes omhoog met Finse teksten als 'Pikkatokilamakikikokun'. Ik wil niet weten wat dat betekent.

Toen ze wonnen was zelfs Paul de Leeuw er stil van.

Zelf was ik vooral bang. We hadden tot kwart over een voor de tv gezeten, en onder de invloed van zoveel kitsch, rosé en dipsaus was ik wiebelig geworden. Ik bleef slapen bij de Songfestival-vriendin. Op mijn logeerkamer heb ik toch maar gekeken of er geen Lordi onder mijn bed zat.