De kampioen komt uit Kwintsheul

De vrouwen van Quintus zijn handbalkampioen van Nederland. Een jong team dat in international Maura Visser de vedette heeft en een lokale cultheld in het doel heeft staan.

Spontaner zal een Nederlands kampioenschap bij de handbalsters zelden gevierd zijn. De speelsters van de dorpsclub Quintus uit Kwintsheul sprongen zaterdag na de gewonnen finale van de play-offs tegen SEW uit Nibbixwoud als kikkers door de zaal en hielden pas ver na afloop van de wedstrijd op met gillen, drinken, hossen en dansen.

Maar ze hadden ook een memorabele prestatie te vieren, want Quintus werd voor het eerst in zijn bestaan landskampioen. Met dank aan de jeugdopleiding, de teamgeest, trainer René Romeijn, maar vooral aan Maura Visser, de twintigjarige international die na een conflict bij het Haagse Hellas begin dit seizoen overstapte naar Quintus en de getalenteerde kleuterklas uit Kwintsheul volwassen maakte.

“Zo, zijn we eindelijk verlost van het stempel dat Quintus alleen maar een kweekvijver is“, verzuchtte trainer Romeijn, kort nadat hij door zijn speelsters onder de douche was gezet. “We hebben bewezen ook met een jonge groep - de gemiddelde leeftijd is negentien jaar - kampioen te kunnen worden. Daar ben ik trots op. Natuurlijk de inbreng van Visser was groot, maar de teamgeest gaf uiteindelijk de doorslag.“

Het siert Romeijn dat hij Quintus' eerste landstitel niet alleen aan de komst van Visser wil toeschrijven, maar de realiteit is dat de speelster, die eind vorig jaar internationaal doorbrak bij het wereldkampioenschap in Sint-Petersburg, net die impuls gaf om de play-offs te winnen; en niet net te verliezen, zoals Quintus vorig jaar overkwam. Ook Romeijn erkende in zijn analyse uiteindelijk dat de middenopbouwspeelster voor het cement tussen de stenen heeft gezorgd. De trainer: “Zij zet in het veld de poppetjes op de goede plaats.“

In de handbalwereld werd opgekeken van Vissers keus voor Quintus. Uitgerekend de club die zegt zijn speelsters geen cent te betalen - trainer Romeijn: “Echt, die meiden krijgen geen donder“ - kreeg het grootste talent van Nederland in de schoot geworpen. Hoe was dat mogelijk?

“Heel simpel“, zegt Visser, “omdat ik mijn opleiding aan de Haagse Academie voor Lichamelijke Opvoeding wil afmaken. En buiten Hellas is Quintus de enige topclub in de buurt van Den Haag. Bovendien kende ik er al een aantal speelsters. En dat ik geen vergoeding krijg, kan me niks schelen. Ik speel nog niet voor het geld, dat komt later wel. Ik wil eerst mijn studie afmaken voor ik eventueel naar een buitenlandse club vertrek.“

De enige tegemoetkoming die Quintus Visser kon doen, was het regelen van een lease-auto via een sponsor, zodat de speelster niet vier keer per week op de fiets naar Kwintsheul hoeft. Overigens hoeft niemand zich zorgen over Visser te maken, want sinds het Nederlands team vijfde op het wereldkampioenschap is geworden, hebben de internationals de A-status van NOC*NSF en kunnen ze een beroep doen op het Fonds voor de Topsporter, de regeling die hun maandelijks van maximaal het minimumloon verzekert.

Met Quintus is een interessante Nederlands kampioen geworden. Verfrissend omdat de gevestigde orde - waarvan SEW een exponent is - werd afgetroefd en verfrissend door het frivole spel. Visser is de natuurlijke leidster van het team, maar in de opbouw wordt zij bijgestaan door twee grote talenten: de negentienjarige Marinda van Cappelle en de nog maar zestienjarige Roxanne Bovenberg. Van Cappelle is een rijzige speelster met een verwoestend schot en de geblokte Bovenberg is ondanks haar leeftijd origineel, slim en tactisch sterk.

Cirkelloopster Judy van Adrichem is het tegenovergestelde van de archetypische bullebak op die positie. Maar de opvallend kleine speelster is bovenal slim en kan “telepathisch' combineren met Visser.

Het team van Quintus wordt gecompleteerd door de betrouwbare hoekspeelsters Kim van de Burg en Anouk Koppe én doelvrouwe Peggy Viergever, die door haar corpulentie allerminst aan het gangbare beeld van een topsportster voldoet, maar in Kwintsheul tot een cultheld is uitgegroeid. Van alle speelsters wordt haar naam het meest gescandeerd, vooral als de tegenpartij een strafworp moet nemen. En als Viergever die stopt, is het groot feest in de sporthal nabij Den Haag.

Dat alleraardigste gezelschap gaat volgend seizoen Europa in. En als het meezit met de loting wordt het misschien wel Champions League.

“Geen idee hoe dat betaald moet worden“, zegt trainer Romeijn lachend. “Maar de speelsters hebben recentelijk de aanzet gegeven door zelf een feest te organiseren en achtduizend euro op te halen voor bekostiging van de Europa-Cupwedstrijden. Nee, dat is niet toereikend, maar het is wel een gebaar naar het bestuur van Quintus. En het zegt alles over de sterke band tussen de speelsters en hun betrokkenheid bij de club.“