De bajaj-rijder

Jonge Jakartanen vertellen over hun alledaagse sores en de toekomst. Vandaag Tardjono, een bajaj-rijder die zijn vriendin één keer per week, in de garage, ziet.

Tardjono Foto Ahmad deNy Salman INDONESIA, JAKARTA - APRIL 12, 2006 Ex junkie Tardjono (29 years old) poses for a portrait in Kemang area, South Jakarta. He rents the bajaj for ID Rp. 25.000 (US $ 2.75) from 2 p.m till 5 a.m and usually earns US $ 2 - 3 for himself after working 13 hours per day. PHOTO by deNy/JiwaFoto Salman, Ahmad "deNy"

Voorlopig is Tardjono (25) geslaagd in het leven. Hij heeft de sprong van het dorp naar de grote stad gewaagd en verdient geld. Niet veel, maar genoeg. Drie keer per jaar pakt hij de bus, schudt een uur of zeven en is dan een weekje bij zijn oude vrienden in Tegal (Midden-Java). Het is geen opschepper maar dan heeft hij genoeg te vertellen.

Tardjono bestuurt een bajaj. Dat is een oranje driewieler. Ze stinken enorm, knetteren enorm en zijn allemaal minstens een jaar of dertig oud. Meer dan 20.000 rijden er rond in Jakarta. In de bajaj kun je met z'n tweeën achterin en je krijgt er Jakarta in volle teugen: zweet, benzinedampen vermengd met de kruidige geur van de eetstalletjes.

Als een potentiële klant aan Tardjono vraagt of hij de weg weet, zegt hij altijd “ja'. Ten eerste is “nee' zeggen onbeleefd en ten tweede wil je dat een klant ook instapt. Bajajs zijn gebonden aan een wijk, dat staat op het portier.

Wil een klant toevallig toch over de wijkgrens, wordt 't een kwestie van kansberekening: je vraagt wat extra, maar je wordt vrij wild voor de politie. Pakt die je op verboden terrein, dan heeft de agent prijs en verspeel je je daggeld. Al blijft een agent goedkoper dan een bekeuring.

Om vijf uur 's morgens staat Tardjono op. Met de bus gaat hij dan naar de bajaj-verhuurder en huurt voor 3,20 euro zijn vaste bajaj. Om tien uur 's avonds levert hij 'm weer in. Elke dag, zeven dagen per week - minus natuurlijk die drie vakantieweken en de feestdagen.

Voor een ritje krijgt hij 50 eurocent.

Sparen lukt niet. Samen met een vriend huurt hij een kamertje, twee bij vier meter. Dat kost hem tien euro per maand. “En de rest gaat op aan eten.“ Niet aan drank. Drinken doet hij weinig. En nog wat uitstaande schulden, want hij is - net in de grote stad - even aan de softdrugs geweest.

Zijn vriendin komt uit hetzelfde dorp, ze woont nu ook in de stad als hulp in de huishouding. Ze is 20 en als ze eenmaal getrouwd zijn, willen ze twee kinderen. Hij ziet haar niet zo vaak - een keer per week - want ze woont in bij de familie waar ze schoonmaakt. Hij rijdt er wel eens langs 's avonds, dan kijken ze in de garage Senetron. Dat is de populaire soap hier op de televisie.

Tot zijn twintigste was Tardjono in het dorp gebleven en had nooit iets om handen gehad. Nu is zijn vader ook naar de grote stad gekomen - zit ook op een bajaj.

Tjardono kan zich niet voorstellen in zijn leven ooit nog iets anders te doen dan de bajaj in Jakarta. En later misschien de schonere opvolger de kancil - als 't doorgaat.

Slingeren tussen de auto's door maakt vrij. Alleen, dat sparen. Hij zou eigenlijk willen sparen voor een huis in Tegal. Dan had hij alles: werk, de vrijheid van de bajaj, een gezin en thuis een zichtbaar bewijs van zijn succes.

Dit is de tweede aflevering van een serie.

    • Ben Knapen