Bossche hockeyhegemonie duurt voort

Voor de negende keer op rij - een record - wonnen de hockeysters van Den Bosch gisteren de landstitel, weer ten koste van Amsterdam.

Routinier Mijntje Donners maakt duidelijk voor welke opdracht Den Bosch komend seizoen staat: de tiende landstitel op rij. Foto Michael Kooren Hockey: negende titel op rij voor Den Bosch Sport pagina: 15 Mijntje Donners aast alweer op de tiende titel. Foto Michael Kooren Kooren, Michael

Hij begon het seizoen met zes juniores in de selectie, onder wie twee vijftienjarigen. Bovendien ondervond Herman Kruis, als hofleverancier van Jong Oranje, de nadelige gevolgen van het WK voor junioren, begin september in Chili. Geen wonder dat de hockeysters van Den Bosch een stroeve competitiestart beleefden. “We waren bezig met de grote lijnen, niet met de details.“

Maar denk niet dat Kruis, al zes jaar in dienst bij Den Bosch, en zijn veredelde opleidingsteam in de problemen kwamen. In plaats van de titelverdediger te veroordelen tot een krachtenverslindende inhaalrace konden en mochten de meiden in het geel-zwart zich van de concurrentie zonder al te veel moeite staande houden in de top van “de sterkste clubcompetitie ter wereld'. “Dat heeft mij verbaasd“, erkende Kruis gisteren, na het veiligstellen van de negende landstitel op rij - een record - ten koste van opnieuw Amsterdam.

Al bijna een decennium lang regeert Den Bosch met ijzeren vuist in de vrouwenhoofdklasse. Het zegt veel over de kracht van het uitgebalanceerde collectief uit Brabant, dat niet alleen meer én doelgerichter traint dan de overige clubs, maar bovendien beschikt over een ideale mix van jong en oud: grotendeels zelf opgeleide tieners, die aan de hand van drie ervaren ijzervreters (Booij, Donners en Schopman) langzaam maar zeker worden ingewijd in de geheimen van het tophockey.

Maar het overwicht zegt ook veel over de zwakte van de rest. Bondscoach Marc Lammers mag graag beweren dat “de onderlinge verschillen in de top kleiner zijn geworden“. Waar of niet, tegelijkertijd is sprake van een eerder groter dan kleiner wordende kloof tussen diezelfde topvier en de overige acht hoofdklassers. Ook dit seizoen mocht Den Bosch zich naar hartenlust uitleven tegen clubs, die de topsport slechts met de mond lijken te belijden. “Uitslagen van 9-1 en 10-0 zouden niet moeten mogen“, erkende Den Bosch-voorzitter Rob Campbell, die desondanks niet wilde spreken van een “kampioen van de armoede'. “Winnen gaat nooit vanzelf.“

Winnen was aan het opgekalefaterde Amsterdam niet besteed. Al leek de nummer drie van de reguliere competitie gisteren het jaarlijkse Den Bosch-fuifje nog wel even te willen uitstellen tot komende zaterdag (derde duel) door na 25 minuten (rake strafcorner Eveline Wisse Smit) brutaalweg een voorsprong te nemen, en die lange tijd te verdedigen. Een afgeketste inzet van Maartje Paumen in de voorlaatste minuut, uit Den Bosch' tiende strafcorner (1-1), betekende echter dat alsnog een verlenging en uiteindelijk strafballen uitkomst moesten bieden.

En die uitkomst (5-4) stond in feite al vast. Niet voor niets bracht Amsterdam-voorzitter Jons Hensel reeds voorafgaand aan de wedstrijd zijn felicitaties over aan collega Campbell. “Ik dacht de boel aardig op de rit te hebben staan, maar niet dus. Het moet beter.“ Waarmee hij zijn “meiden' vooral niet wilde afvallen, want: “Van een ploeg die het moet doen met twee vaste waarden op het middenveld (de geblesseerden Jiske Snoeks en Tatyana Kobzenko, red.) en één amper fitte middenveldster (international Maartje Scheepstra, red.) mag je niet verwachten dat het dit Den Bosch, met al die kanjers, zomaar even aan de kant zet.“

Schamen deed Hensel zich daarentegen wel voor het povere verweer, een dag eerder in het Wagener-stadion, waar van een wedstrijd nimmer sprake was: 1-4. Om “toch een beetje verwarring“ te zaaien liet de zakenman afgelopen week het gerucht verspreiden als zou Amsterdam met het oog op de finale het Zuid-Afrikaanse strafcornerkanon Pietie Coetzee laten “invliegen'. De naam van de boerendochter uit Bloemfontein stond immers op de spelerslijst.

Het was een wat doorzichtige afleidingsmanoeuvre, bekende Hensel naderhand. “Wat wij willen - en dit seizoen al hebben gedaan - is in feite hetzelfde als wat Den Bosch doet: eigen jeugd opleiden en inbrengen, en dat geheel daar waar nodig aanvullen met één of twee toppers. Liefst uit eigen land, maar als dat niet kan, dan uit het buitenland.“

Maar of dat voldoende is om Den Bosch komend seizoen van de tiende landstitel af te houden? Het doorbreken van de Bossche hegemonie zou de uitstraling van de naar (tv-)aandacht hunkerende sport in elk geval ten goede komen, beseft Den Bosch-aanvoerster Minke Booij.

“Het is nu een beetje het “korfbal'-effect, met altijd dezelfde winnaar, maar goed: daar heb ik geen boodschap aan. Ik ben sporter, ik wil winnen. Het is ook niet onze schuld of zorg dat de concurrentie het uiteindelijk laat afweten. Laren en Amsterdam doen goed mee, maar ik zie ook teams waarvan ik denk: dat kan véél professioneler. Wie wil excelleren, moet arbeid verrichten. En dat is niet drie avondjes in de week maar een beetje rennen en een balletje slaan. Dat is méér, en vooral doelgericht trainen. Zo doen wij dat ook al jaren.“

    • Mark Hoogstad