Bikkelhard oordeel, milde straf

Ernstige strafbare feiten, maar voorwaardelijke celstraffen. De Amsterdamse rechtbank velde vanmorgen een uitgebalanceerd vonnis in de Ahold-zaak.

Om kwart over tien, rechtbankvoorzitter Frans Bauduin is dan ruim een half uur aan het woord, glimlacht officier van justitie Anita van Dis naar haar collega Hendrik-Jan Biemond. Dit gaat de goede kant op, zie je haar denken: hier komen veroordelingen uit. In de zaal kijken familieleden van verdachten elkaar nerveus aan. Er wordt gefluisterd: gaat dit verkeerd? Er zullen toch geen onvoorwaardelijke celstraffen uitkomen, zoals het openbaar ministerie (OM) heeft geëist?

Een uur later is opluchting zichtbaar. De rechtbank heeft dan gezegd dat de strafbare feiten weliswaar ernstig zijn, maar dat er voorwaardelijke gevangenisstraffen en geldboetes in de hoogste categorie zullen worden opgelegd. De bewoordingen van het oordeel zijn bikkelhard. De Ahold-bestuurders hebben het vertrouwen ernstig geschaad. Dat geldt voor het vertrouwen van werknemers en klanten, maar ook voor dat van beleggers, de eigen raad van commissarissen en de huisaccountant Deloitte.

De rechtbank komt uiteindelijk tot een uitgebalanceerd oordeel. Er is sprake van misleiding en valsheid in geschrifte. Maar van een schandaal zoals bij Enron of Parmalat, benadrukt de rechtbank, is geen sprake.

Volgens het vonnis waren de balans en resultatenrekening naar Nederlandse boekhoudregels niet vals of onwaar. Daarmee lijkt de rechtbank de hype een beetje van de Ahold-zaak te willen afhalen: wat er in Zaandam gebeurde kon niet door de beugel, maar het moet ook weer niet overdreven worden. Niet alle feiten worden strafbaar geacht, er volgen op onderdelen enkele vrijspraken en het OM krijgt een tik op de vingers omdat het Amerikaanse straffen noemde als richtsnoer. Dat gaat in een Nederlands strafproces niet aan, aldus de rechtbank.

Dat neemt niet weg dat de voormalige Ahold-bestuurders een stevige veroordeling aan hun broek hebben. De termen waarin de rechtbank hun handelwijze karakteriseerde laten aan duidelijkheid niets te wensen over.

Cees van der Hoeven hoorde het oordeel in de rechtbank met gebogen hoofd aan. Na afloop van de zitting zei hij dat de uitslag “anders dan verwacht“ was. Hij noemde de strafzaak “een zware affaire die z'n tol eist“ en sprak over “een louterende ervaring“. Maar meteen daarna leek hij zich hervonden te hebben. Zijn advocaat wil het nog niet bevestigen, maar Van der Hoeven weet al dat hij tegen de beslissing in hoger beroep gaat.

Optimistisch spreekt de voormalig Ahold-topman de hoop uit dat dan “de echte waarheid gewaardeerd wordt“. Vlak na enen reageert het OM: terecht veroordeeld, maar de rechtbank denkt anders over de straffen“. Justitie denkt daarom na over een hoger beroep. De Ahold-zaak krijgt dus hoe dan ook een vervolg: bij het gerechtshof.