Alle scheidsrechters wisten van gesjoemel

Het is ongelooflijk dat geen enkele scheidsrechter in Italië zich heeft verzet tegen de beïnvloeding van wedstrijden, iets waar ze allemaal van wisten, betoogt Tim Parks.

Om de andere week zit ik met een stel vrienden op de tribune van het Bentegodi-stadion om Hellas Verona te zien spelen. Voor de wedstrijd worden wij eraan herinnerd wat er allemaal niet mag. Je mag geen voorwerpen op het veld gooien. Racistische of tegen een stad of streek gerichte beledigingen zullen worden bestraft met een stadionverbod. En we zíjn gestraft: dit jaar zijn al twee wedstrijden gespeeld voor een leeg stadion. Wat vager is de instructie dat wij ons team moeten steunen in een “geest van loyaliteit en sportiviteit“. Blijkbaar is wangedrag gemakkelijker te omschrijven dan goed gedrag. Niemand schenkt er enige aandacht aan. Niemand gelooft dat ons stadion alleen om de racistische spreekkoren is bestraft, want in andere stadions hebben dezelfde spreekkoren niet tot zo'n straf geleid.

De scheidsrechter laat aftrappen. Van de tribunes gezien is hij een man van niet gering gezag, met een prachtig repertoire gebiedende gebaren. Hij moet zorgen dat de wedstrijd eerlijk verloopt, hij moet zorgen dat hij niet ontaardt in een oorlog. Zijn woord en fluit zijn wet. Wanneer onze aanvoerder protesteert tegen een late strafschop die tegen ons wordt gegeven, steekt een lange zwarte arm een rode kaart in de lucht. Van het veld! Bij een zweempje van apengebrul van de tribunes maakt hij een aantekening in zijn boekje. Iedereen moet zich gedragen.

Om ons te verzekeren dat de scheidsrechter onpartijdig is wordt altijd meegedeeld waar hij vandaan komt - ergens ver van de twee teams op het veld. Dus mocht je je zorgen maken over al die gele kaarten tegen jouw ploeg, dan weet je dat het zuiver paranoia is. De man is beroepsmatig neutraal. En niemand, zeg je bij jezelf, zou toch een man kunnen beïnvloeden of intimideren wiens hele manier van doen gezag uitstraalt.

Mis. Het staat nu vast dat het tegendeel het geval is. De scheidsrechter wordt na zijn terugkeer in de kleedkamer door één van de twee clubvoorzitters uitgefoeterd. De scheidsrechter krijgt dreigende telefoontjes. De scheidsrechter weet dat hij gekozen is om een wedstrijd te fluiten omdat een bepaalde uitslag gewenst is. Of als de situatie niet helemaal duidelijk is, vraagt hij zich bij zichzelf af welke uitslag het meest wenselijk zou zijn voor de mensen die hem aan werk kunnen helpen. Als hij een vergissing begaat ten nadele van het team dat zou moeten winnen, komen er boze woorden en beledigingen, maar begaat hij een vergissing ten nadele van het team dat zou moeten verliezen, dan zal hij vriendelijk worden toegelachen en gefeliciteerd. Hem gaat het niet om een eerlijke wedstrijd, maar om de goedkeuring van zijn “meerderen'. Zijn heersersgebaren op het veld zijn misschien slechts een kleine compensatie voor zijn machteloosheid buiten het veld.

Het meest onthullende aan dit schandaal is niet het gedrag van Moggi, de directeur bij Juventus die min of meer uitmaakte wie welke wedstrijd zou fluiten en hoe hij dat zou doen. Er zal altijd een dwingeland zijn die bereid is anderen te pressen om zijn belangen te dienen. Het ongelooflijke is dat niet één scheidsrechter hiertegen zijn stem heeft verheven. Deze lieden, die zo graag de onverbiddelijke, onpartijdige figuur uithangen, repten met geen woord over hoe zij en hun collega's zelf werden gedirigeerd. Jaar in jaar uit. Natuurlijk wisten ze er allemaal van, ook sterscheidsrechter Collina. Zonder twijfel besefte Collina dat zijn roem hem een vrijheid bood die zijn collega's niet bezaten. Hij was het vijgenblad van het systeem geworden. Maar hij verbeeldde zich niet dat hij zijn bijzondere positie kon gebruiken om iets aan de toestand als geheel te veranderen.

Het dieptreurige is natuurlijk ook dat wij weten dat dit slappe gedrag niet beperkt blijft tot het voetbal, maar volkomen endemisch is in alle domeinen van het Italiaanse openbare leven. Telkens doen zich situaties voor waarin iedereen voelt, of misschien zelfs weet, dat de officiële versie van de gebeurtenissen alleen maar kletskoek is, dat de regels stelselmatig worden genegeerd. Niemand zeg er wat van, want niemand gelooft daarmee één jota aan de toestand te kunnen veranderen. Ze denken eerder dat zij op een of andere manier zullen worden gestraft.

Deze geesteshouding verklaart het typerende patroon van de Italiaanse schandalen. Een geval van welhaast evidente corruptie kan jaren doorgaan. Voor iedereen die het voetbal nauwlettend volgde, was volkomen duidelijk dat met het werk van de scheidsrechters iets ernstig loos was. Er wordt niets over gezegd. De sportjournalisten hadden het natuurlijk door, maar zij zeiden niets. Zij vreesden ongetwijfeld voor hun baantjes. Misschien dat een buitenlander er wat van zegt. Trainer Zeman doet zijn mond open. Hij wordt publiekelijk bewonderd, maar onder elkaar lacht men hem uit. Hij heeft zijn carrière geruïneerd. De politie vergaart bewijsmateriaal. Omdat niemand eerlijk wil zijn, moeten zij eindeloos onderzoeken wie welke telefoon gebruikt, en naar onze gesprekken luisteren, die er vaak natuurlijk helemaal niet toe doen.

Velen hebben zich beklaagd over de manier waarop het schandaal vervolgens losbarstte, met een plotseling, indrukwekkend en voor de betrokkenen rampzalig perscommuniqué. Commentator Sergio Romano beklaagde zich op de voorpagina van de Corriere della Sera bitter over dit soort berechting door de media. Terwijl toch duidelijk is dat de politiek alleen door via de pers de betovering van de corrupte macht te verbreken, kan hopen de mensen tot eerlijke getuigenverklaringen te brengen. Wie zou welke autoriteit dan ook gaan vertellen wat hij weet over een man als Moggi als hij niet duidelijk kan zien dat de man volslagen te schande is gemaakt en vernietigd? Een elegante methode is het niet. Ze leidt tot het treurige schouwspel van mensen die dansen op het graf van de man wiens voeten zij onlangs nog kusten. Maar zolang niemand het voor mogelijk houdt dat zijn persoonlijke verklaring iets uithaalt tegen de mensen in machtsposities, is het de enige doeltreffende manier om het onderzoek te verrichten.

Moggi beweert dat hij deed wat hij deed om niet het slachtoffer te worden van anderen die een vergelijkbare macht uitoefenden. Het is een geloofwaardige verklaring, die appelleert aan een in Italië diepgeworteld cynisme. Italianen kunnen zich niet voorstellen dat macht ooit op belangeloze wijze wordt uitgeoefend. Zij erkennen - en berusten in - een diepe kloof tussen de openbare retoriek die bijvoorbeeld spreekt van de “geest van loyaliteit en sportiviteit“, en een werkelijkheid waarin mensen altijd alle macht waarover zij beschikken inzetten om hun zin te krijgen. Moggi's weerwoord gaat terug op de befaamde uitspraak van Lorenzo il Magnifico dat in Florence “de zaken voor een rijk man niet goed gaan als hij de staat niet leidt''. Kortom: als Lorenzo/Moggi zich geen illegale macht aanmatigde, dan deed iemand anders het wel. In Italië verandert op het niveau van de collectieve psychologie nooit iets.

Tim Parks is schrijver en woont in Italië.

    • Tim Parks