Volksgevoel en volkspartij

De affaire rond het voormalige Kamerlid Ayaan Hirsi Ali werd deze week een nieuw definiërend moment in de recente Nederlandse geschiedenis. Net als na 11 september, Pim Fortuyn en Theo van Gogh gaat de natie bij zichzelf te rade. Wat voor een land is dit? Waar is de tolerantie? De openheid, nuchterheid en medemenselijkheid die Nederlanders zichzelf graag toeschrijven, waar waren die? Waar kwam die gretige snelheid vandaan waarmee het 'gezonde volksgevoel' afrekende met Hirsi Ali? Is dat explosieve mengsel van rancune, bekrompenheid en niet te vergeten xenofobie dan echt een betere definitie van het overwegende karakter van dit land?

De nasleep van de kwestie-Hirsi Ali heeft de VVD in een diepe crisis gestort. Scheuring, afsplitsing, onvrijwillige machtsovername: alles is mogelijk. Verdonkianen en Ruttenisten beschuldigen elkaar over en weer van coupplannen en van manipulatie van de lijsttrekkersverkiezingen. En omdat de VVD een regeringspartij is, is het voortbestaan van het kabinet hierdoor in gevaar. Het is een teken aan de wand dat premier Balkenende donderdag de banden met de VVD alvast liet vieren. Terwijl de minister-president steeds het huidige kabinet tot inzet van de verkiezingen wilde maken, houdt hij nu alle opties open bij de volgende kabinetsformatie. Het is zoveel als het luiden van de bel voor de laatste ronde.

De VVD heeft zelf de deur opengezet voor de huidige interne problemen. Door de recente invoering van het one man, one vote systeem bij het kiezen van de lijsttrekker kunnen zich verrassingen à la Verdonk voordoen. De onpolitieke liberalen van het partijbureau hadden klaarblijkelijk een leuke stunt in gedachten met die verkiezing. Goed voor de kijkcijfers en de peilingen. Met die peilingen is het inderdaad in orde gekomen. Maar dat is omdat de verkiezingen bloedserieus zijn.

Tussen Verdonk en Rutte lijkt het daarbij niet zozeer te gaan om wezenlijke ideologische verschillen. Ze vertegenwoordigen hooguit twee verschillende tinten liberaal: de een meer sociaal en de ander meer conservatief. De controverse over partijgenoot Hirsi Ali heeft nog duidelijker aan het licht gebracht dat Rutte grofweg de kandidaat is van het partijkader, en Verdonk de kandidaat van de leden. Ook zijn er signalen dat zij brede steun geniet onder dezelfde groepen van ontevreden kiezers die Fortuyn vier jaar geleden aan zijn overwinning hielpen.

Als Verdonk lijsttrekker wordt, valt niet uit te sluiten dat zij de partij een flink stuk naar rechts zal laten opschuiven. Aan de VVD zoals die nu bekend is, zal dan een einde komen. Maar voor het politieke landschap kan dat een positieve ontwikkeling zijn. Burgers die zich niet gerepresenteerd voelen, krijgen een stem in het parlement, dat zo een betere afspiegeling wordt van de samenleving. Bovendien wint de Haagse politiek aan duidelijkheid.

Hierbij past een caveat. Verdonk noemt zichzelf 'populist'. Ze verwijst naar het Latijnse 'populus', wat volk betekent. Daar is niets mis mee, aldus Verdonk, want de VVD moet weer een vólkspartij worden. Etymologisch geen speld tussen te krijgen. Maar wel simplistisch. Het populisme is een -isme met een duistere stamboom. Populisten claimen dat zij de spreekbuis zijn van de 'volkswil'. Dat geeft hun het alibi om autoritair op te treden. Populisme past niet in het systeem van representatieve democratie. Verdonk kan beter op zoek naar een andere geuzennaam.