Terechte zorgen om ADHD?

Wim Köhler maakt zich zorgen over de 75.000 van de 120.000 kinderen met ADHD die niet met geneesmiddelen worden behandeld (Pil van de Week, NRC Handelsblad 11 mei). Hij roept een schrikbeeld op waarin deze kinderen allemaal met Strattera behandeld zullen worden, zodra dit geneesmiddel vergoed wordt. Hij stelt dat dan 350 kinderen zelfmoordgedachten zullen ontwikkelen, van wie er tientallen een echte poging zullen doen. Deze conclusie wordt niet gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. Hij verwijst naar een brief die het Landelijk Kenniscentrum Kinder- en Jeugdpsychiatrie heeft gestuurd, maar gaat voorbij aan de essentie ervan. Het gaat erom dat 10.000 kinderen niet adequaat behandeld kunnen worden, omdat het aangewezen middel Strattera beperkt vergoed wordt. Het betreft de kinderen met ernstige ADHD, bij wie Ritalin niet werkt of teveel bijwerkingen geeft. De rigide systematiek van het geneesmiddelenvergoedingensysteem houdt geen rekening met de medische noodzaak en gaat eraan voorbij dat deze kinderen nu vaak tricyclische antidepressiva en antipsychotica krijgen. Dit zijn middelen die niet voor behandeling van kinderen met ADHD zijn geregistreerd en die ook veiligheidsrisico's hebben. Strattera is een van de weinige middelen die gedegen onderzocht zijn bij kinderen en waarmee wereldwijd al meer dan 3,5 miljoen kinderen met ADHD zijn behandeld. Köhler's vrees dat Strattera voor grotere groepen kinderen zal worden voorgeschreven is onterecht, omdat de fabrikant heeft voorgesteld om de vergoeding te beperken tot kinderen die niet reageren op Ritalin of teveel last van de bijwerkingen daarvan hebben. Met zijn tendentieuze berichtgeving maakt Köhler ouders onterecht ongerust.