Somaliërs verbonden door hun clan

'Ik ben Ayaan, de dochter van Hirsi, die de zoon is van Magan', zei Ayaan Hirsi Ali op haar persconferentie. Somaliërs kennen elkaar op basis van hun afkomst.

Een Somaliër noemt moeiteloos uit het hoofd zijn 25 voorvaderen. Iedereen van zijn grote familie kent hij bij naam en hij weet tot welke clan en subclan en subsubclan hij behoort.

De grenzen tussen de clans kwamen in honderden jaren tot stand door oorlogen. Ze blijven aanleiding tot strijd. In woestijn en savanne geeft het systeem de familie en de subclan bescherming en schept het orde. Een Somaliër leeft voor zijn clan want hij bestaat bij de gratie van die clan.

In een natiestaat leidt het clansysteem tot chauvinisme en nepotisme. Na de onafhankelijkheid van Somalië in 1960 dongen tachtig partijen naar de macht, op clanbasis gevormd. Bij de verkiezingen in 1969 deden 62 partijen mee voor 123 zetels. In de burgeroorlogen bewaarde geen enkele clan of subclan zijn neutraliteit. Iedere clan wil alle macht.

Toch is het claninstinct niet onverminderd destructief. Het houdt Somaliërs over de hele wereld verbonden. Iemand die de namen van zijn 25 voorvaderen uit de mouw schudt, kent ook vele levende leden van zijn clan. Zoekt hij in Berbera een familielid van de Idagale, een subclan van de Isaq, dan hoeft hij in de stad slechts één Idagale te vinden. Die zal hem feilloos voeren naar het gezochte familielid. De clan als Gouden Gids.

Somaliërs zijn meesters in het reizen. Al ver vóór de koloniale tijd stonden ze bekend in Afrika als goede zeevaarders en chauffeurs. Een Nederlandse collega die is getrouwd met een Somalische, vertelde me eens hoe hij zijn ongeletterde Somalische tante op Schiphol op het vliegtuig naar een stadje in North-Carolina zette.

Ze moest vele tussenstops maken, in onbekende plaatsen met vreemde talen en daar maakte hij zich zorgen over. Hij belde naar een lid van haar Saad Musaclan in Amerika, die overal in het land zijn clanleden informeerde. Bij iedere stop wachtte zo een clanlid haar op en zond haar verder. Met honderd dollar reisde ze Amerika door, van clanlid naar clanlid.

Het hardvochtige landschap dicteert archaïsche levensvormen. Tweederde van alle negen miljoen in Somalië woonachtige Somaliërs is nomade, door familiebanden verbonden met de overige Somaliërs. In Somalië voert de nomadische ziel de boventoon. Zoals de befaamde Somaliër Mohammed Abdile Hassan dichtte: 'Struiken, dik en ondoordringbaar, verschroeide bomen, de hete lucht die erboven hangt. Gloeiende wind en hitte, die als vlammen aan je likken. Een luchtmantel en een boom die je onderdak geeft in zijn schaduw. Opgezwollen voeten door doornsteken, doornig kreupelhout, planten die prikken en stekelachtig zijn.'

De eigenschappen van het landschap weerspiegelen zich in de aard van zijn bewoners. De Ierse auteur en Britse soldaat, Gerald Hanley, schreef in zijn boek Warriors, Life and Death among the Somalis (1971): 'Je kunt niet over deze wildernissen denken, zonder gedachtes aan dolken en speren, rollende felle ogen onder bossen stoffig gekruld haar, aan dwaze en koppige kamelen, rotsen te heet om aan te raken, en bloedvetes in ere gehouden door messteken maar waarvan niemand meer de aanleiding kent. Desalniettemin, van alle Afrikaanse rassen bestaat er geen betere om tussen te leven dan de moeilijkste, de trotste, de moedigste, de meest zelfingenomen, de meest meedogenloze, de vriendelijkste: de Somaliërs.'

Een Somaliër vreest de dood niet, met eer en trots blaast hij zijn laatste adem uit in het brandende zand. De dood leerde hij minachten. Hij moordt en plundert voor zijn clan. Britse en Italiaanse kolonialen, vredesstichters, allen zullen het beamen: de Somaliër behoort tot het koppigste ras van Afrika. Niet alleen krijgshaftig als iedere nomade, maar krijgslustig, niet gebonden aan zijn stam, maar xenofobisch loyaal aan eigen clan, subclan, subsubclan en familie.

De grote Somalische contradictie is de staat. De burger verwacht hulp van de staat maar hij erkent die staat niet. Hij wil assistentie van de buitenlandse hulporganisaties, maar met ongelovige buitenstaanders kan hij niet samenwerken. Een Somaliër respecteert alleen privé-bezit, niet als het van de staat of een hulporganisatie is.

De Somalische tradities bieden ruimte voor het voeren van oorlog en het maken van vrede. De diya, het bloedgeld, bezegelt het vredespact tussen clans. Door geschenken uit te wisselen, wordt de vechtlust gedoofd. Wordt de diya niet betaald, dan raast een golf van geweld over het land waaraan geen supermacht een einde maken kan. De inzet bij de oorlogen zijn kamelen, waterputten en vrouwen.

Huwelijken worden door oudere familieleden gearrangeerd. Een vrouw kost gemakkelijk vijftig kamelen. Wegens die hoge prijs worden vrouwen geregeld geroofd.

Waarom komen de ouders niet in opstand? Somaliërs zijn geïnjecteerd met een flinke dosis fatalisme. De ouders accepteren het lot van de geroofde vrouwen. Immers, de volgende keer zou hún clan de aanval openen. Voor wie deze Somalische gerechtigheid niet begrijpt, blijft de werkelijkheid gesloten van dit wrede land.

Een deel van de informatie uit dit artikel is ontleend aan een hoofdstuk over Somalische nomaden uit het boek Bittereinders van Koert Lindijer.