Opijnen - Wadenoijen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in de Betuwe

In de Betuwse fruitgaarden zitten de kleurblaadjes bruin en verkreukeld aan de appel- en de perenstaken. Flipje, het fruitbaasje met de gesteven koksmuts, is nergens. Of stop, daar zie ik zijn frambozenlijf. Hij beweegt zoetjes in de tocht, op een kralengordijn in de achterdeur van een boerderij.

En toch is de Betuwe bloesem.

Want alle bomen die niet aan fruit doen bloeien. Achter de dijk wordt de Waal uitgedaagd door gigantische kruinen. Vooral de kastanjes met hun vrachten witte kaarsen houden zich vorstelijk. Ze worden terzijde gestaan door de breedgeschouderde rode beuken en door de essen en door de vlierbomen, allebei overladen met hun eigen vorm van geklopte-roombloemen. Onder bewasemd zonnelicht zorgen de pluizenbollen (voorheen paardenbloemen) met veldenvol voor een stemming van falderaldera.

'Het is hier iets te mooi', stelt man vast. 'Onwaarschijnlijk.' Hij daalt af aan de natte kant van de dijk, voor een toevoeging aan zijn serie peilschaalfoto's. In dat drasland, waar ganzenkuikens achter-elkaar-looples krijgen, sturen bomen met spitse takken hun bloesem alle kanten uit. Het ziet er lief uit, of hun haar in de war zit. Partijen struik en halm verbergen meermalen de rivier. Is er een doorkijkje dan lijkt het of de binnenvaartschuiten tussen de bomen varen.

Bloeiend fluitenkruid flankeert de paden van bejaard asfalt. Het verwent het oog. Het geurt zwoel. Het streelt het hart. Het bevestigt dat het hier mooi wandelen is.

De Betuwe is ook veulens. Ze zijn met veel en ze zijn mooi zoals alleen veulens dat voor elkaar krijgen, met hun manen in de kroes en hun wimpers in de krul. Ze staan anders op hun benen dan hun ouders, van wie de romp zo breed is en het hoofd naar verhouding te klein. Van schoonheid is er nooit genoeg, daarom zijn twee grote paarden in de weer met het maken van nog zo'n veulen. Het ziet er stuntelig uit. Hoeven zijn geen handen en zo'n wiebelend lid vindt maar moeilijk de weg. Geeft niet, gretige hartstocht is sowieso feest.

In de bocht van de dijk wandelt een landloopster. Naakte schouders in een herenhemd. Eén hand duwt de volgeladen boodschappenbuggy voort, uitpuilende plastic tassen bovenop gestouwd, twee opgerolde paardendekens achterop gebonden. Ze voert een mompelend gesprek met de zon, houdt haar gezicht gekanteld alsof die zon haar kin optilt. Haar ogen beschermt ze met het pingpongbatje in haar andere hand. Ze passeert. Ik vang haar blik. In de verte speelt een harmonie. Ik knik. Zij niet. Ze moet voort. 15 km. Kaarten 10, 11, 12 uit: Maarten van Rossumpad. Uitg. NIVON, 2001. Er rijdt een regiotaxi. Tel. informatie: 0900 2022386; tel. reserveren (1 uur van tevoren): 0900 20222385.