Nog lange weg te gaan voor gebruik biobrandstoffen

De teneur van het artikel `Nederland loopt ver achter met biobrandstoffen` (NRC Handelsblad, 13 mei) is dat gevestigde oliemaatschappijen in Nederland te veel belang hebben bij verkoop van fossiele brandstoffen en daarom introductie van biobrandstoffen vertragen. Helaas wordt nergens in het artikelgesproken over het feit dat Shell sinds1 januari op grote schaal vrijwillig een biocomponent bijmengt in haar Euro 95, daarbij volledig inspelend op de accijnsverlaging die sinds 1 januari geldt. Zonder maatregelen van de overheid is deze vorm van brandstof simpelweg duurder aan de pomp. Dat is voor Shell dan ook de reden dat er in Nederland tot aan begin van dit jaar op dit terrein voor de klant geen zichtbare activiteit was.

Verder refereert de auteur aan succesvol biobrandstofbeleid in het buitenland. Hier gaat de auteur voorbij aan het feit dat diezelfde `gevestigde` oliemaatschappijen dus wel degelijk actief zijn op het gebied van de zogeheten eerste generatie biobrandstoffen, mits de randvoorwaarden er zijn. Shell is wereldwijd zelfs de grootste verkoper van biobrandstoffen. Daarnaast is Shell actief in ontwikkeling van en onderzoek naar de zogeheten tweede generatie biobrandstoffen. Het grote voordeel van die nieuwe generatie, naast een beter CO2-rendement, is dat de productie niet langer concurreert met de voedselketen voor mens en dier. Huidige biobrandstoffen worden veelal gemaakt uit gewassen/producten die speciaal voor dit doel gekweekt worden. Met de nieuwe processen kan uit vrijwel alle afvalstromen biobrandstof worden gemaakt, waardoor belangrijke ethische vraagstukken van tafel zijn. Echter voordat die nieuwe technieken grootschalig beschikbaar zijn en commercieel kunnen produceren, is er nog een lange weg te gaan. In die tussentijd is het dus van belang om een eerste stap te zetten en dat is precies wat er gebeurt met de eerste generatie biobrandstoffen. Shell steunt dit en is een actieve speler, zowel internationaal alsook in Nederland.