Nederlands op laag niveau terecht aangepast

Jan Bouwens, hoogleraar accounting, maakt zich zorgen over het afschaffen van het vak Nederlands op het mbo ”terwijl net is vastgesteld dat tussen een kwart en een derde van de mbo-leerlingen het Nederlands onvoldoende machtig is” (Opinie & Debat, 29 april). Verder merkt hij op: ”Doordat iedereen een diploma moet krijgen, is het onderwijsprogramma op [...] mbo`s afgestemd op de zwakste leerling en worden de goede leerling de gewenste benutting en ontwikkeling van zijn mogelijkheden onthouden”.

Oppervlakkig bezien lijkt dit, zeker in deze combinatie, inderdaad een zotte operatie, maar er is over nagedacht. De zwakste leerling wordt inderdaad op zijn (haar) eigen niveau bediend, op niveau 1. Deze leerling wordt in een kort, praktijkgericht traject opgeleid om een aantal taken onder begeleiding of aansturing te kunnen vervullen. Oplopend via de niveaus 2 en 3 wordt de sterkste mbo-leerling bij instroom geplaatst op niveau 4: een opleiding tot middenmanagement en zelfstandig ondernemer.

Het zal duidelijk zijn dat een 4-leerling niets leert in een 1-cursus en dat geldt ook andersom. Dat voor de 1-leerling cognitieve kennis in het aanbod vervangen wordt door ervaringskennis, zoals Bouwens stelt, klopt niet helemaal. De cognitieve kennis staat nadrukkelijk in dienst van praktijkervaring en competentieleren.

Zodoende heeft het vak Nederlands op laag niveau plaatsgemaakt voor Zakelijke Communicatie aan de hand van praktijkgerichte opdrachten. Daarvan steken de betrokken leerlingen namelijk wél  iets op dat langer dan het toetsmoment blijft hangen.

Dat met de invoering en uitvoering van vernieuwingen heel wat misgaat, valt te betreuren. Meer duidelijkheid, degelijke scholing en ondersteuning van de mensen in het onderwijs zijn nog steeds hard nodig. Maar het ingezette beleid is noodzakelijk om recht te doen aan ”de gewenste benutting en ontwikkeling van [ieders] mogelijkheden”.

    • Leraar Engels Roc den Bosch
    • Toon van der Ven