Natte zomen

Ronde de Veluwe moet het eigenlijk moerassig zijn. Het regenwater dat door het Veluwezand wegzakt moet daar omhoog kwellen. Dat kan, bij de juiste aanpak.

Michiel Hegener

De Veluwe, vijftig miljard kubieke meter zand tussen IJssel, Rijn en Randmeren, absorbeert jaarlijks 250 miljoen kubieke meter regenwater. Dat stroomt ondergronds naar de randen en kwelt daar door het maaiveld omhoog. Of beter: kwelde. Tegenwoordig vangen gegraven beeklopen de oude regen op zodat het nooit kwelwater wordt. Dat is jammer voor het imago van de Veluwe, die nu doorgaat voor een droge berg zand. Jan Gorter, Veluwe-coördinator van Natuurmonumenten: De overgangen tussen hoog en laag, tussen arme en rijke bodem, zijn onlosmakelijk deel van het Veluweplateau. De mogelijkheden voor natuurontwikkeling zijn er groot dankzij de enorme grondwaterdruk.' Het recept voor herstel is simpel: gooi de beeklopen dicht en de moerassen komen terug, inclusief veel natuurdynamiek en voedselrijkdom voor het wild.

Eddie Nijenhuis, beheerder Noordwest Veluwe van Natuurmonumenten, stopt bij een gegraven beek tussen verruigte weilanden, vier kilometer ten noordoosten van Harderwijk. Het water stroomt snel richting Randmeer. Nijenhuis: Als je deze dicht gooit kan het grondwater alleen nog als kwel naar boven komen, zoals vroeger, en dat geeft bijzondere natuur.' Hij wijst op een kleinere gegraven beek die al deels is dichtgeslibd en -gegroeid. Gevolg is dat een pad, in het populierenbos dat een paar honderd meter stroomopwaarts ligt, nu alleen nog op laarzen begaanbaar is. Gevolg is ook dat de salomonszegel, gevlekte rietorchis, koekoeksbloem, kievitsbloem en andere kwelafhankelijke planten daar zijn teruggekeerd. Nijenhuis: De zaden hebben zich sinds de verdroging in de grond gehandhaafd, soms wel zestig jaar'.

Intussen groeit de Hierdense Poort, zoals de nieuwe natte zone heet. De Dienst Landelijk Gebied koopt in opdracht van de provincie en het ministerie van LNV vrijkomende gronden op van boeren en kon onlangs weer zestig hectare aan Natuurmonumenten overdragen. De hele Hierdense Poort meet straks een hectare of 500. Boeren die blijven, krijgen mogelijkheden om bij te verdienen met agrarisch natuurbeheer: ze stoppen met kunstmest en bestrijdingsmiddelen waardoor het 'turbogras' van nu plaats maakt voor schraal, bloemrijk grasland. En ze maaien pas medio juni, als de zaden zich hebben verspreid en er minder jonge dieren sneuvelen. Ook op de grond die in bezit is en komt van Natuurmonumenten zijn boeren nodig, benadrukt Nijenhuis. In ruil voor een lage pachtprijs houden ze zich aan natuurvriendelijke afspraken. Om te kunnen maaien in een weiland vol kwelwater hebben de trekkers banden van meer dan een meter breed.

De Hierdense Poort is één van zeven nieuw aan te leggen ecologische poorten tussen de Veluwe en het water rondom: naar de Rijn (bij Renkum), naar de IJssel op vijf plaatsen, en bij Hierden en Voorthuizen naar de Randmeren. De lagere landbouwzones worden hersteld tot de zuigende Veluwse moerassen van weleer. Op de iets hogere delen is ruimte voor verruiging, landgoederen en natuurvriendelijke landbouw. Er moeten nieuwe poelen komen, want amfibieën en watervogels eisen oppervlaktewater, niet alleen drassige grond.

In natte poorten gedijt ook de typisch Veluwse fauna. Edelherten nemen op warme dagen graag een duik en zwemmen zo een rivier of Randmeer over. Wilde zwijnen plonzen graag schouderdiep door rietvelden, maar ze worden voorlopig geweerd uit de poorten. Gorter: Ze wroeten ook landbouwgronden om en het zou tot weerstand kunnen leiden als we ze in de poorten toelaten.' Wildbioloog Geert Groot Bruinderink van onderzoeksinstituut Alterra stelde vast dat al het grofwild gebaat zal zijn bij voedselrijke, natte gebieden, om mineraalrijke voeding binnen te krijgen die op de droge Veluwe schaars is. In elk geval kunnen edelherten vanaf 2009 naar de Hierdense Poort via een ecoduct over de A28 (bij kilometerpaal 58) en het spoor Zwolle-Amersfoort.

De gesprekken over de Hierdense Poort begonnen vijftien jaar geleden, de eerste maatregelen volgden tien jaar later. Het zijn erg stroperige processen', verduidelijkt Nijenhuis. Helaas verloopt het volbouwen van vrijwel de hele zone rond de droge Veluwe veel minder stroperig. Aan de noordoostflank resteert nu nog één passagemogelijkheid van een paar honderd meter breed voor een natuurcorridor tussen Veluwe en IJssel-Salland. Rijk en provincie zijn er vorig jaar op het nippertje in geslaagd dat bosje op te kopen en veilig te stellen. Nijenhuis wijst naar Flevoland aan de overzijde van het Randmeer: er staat veel bebouwing, er rijdt druk verkeer. Herten zullen weinig reden zien voor een oversteek. De heilige graal van de Veluwse natuurontwikkeling, een ecologische verbindingszone voor herten, sprinkhanen en alles wat daar tussen zit naar de Oostvaardersplassen, zal niet via de Hierdense Poort lopen. Maar waar wel? De stenen krans rond de Veluwe, precies op de ex-kwelzones, sluit zich razendsnel.

Nabij Epe, aan de ingang naar het Wisselse Veen, plaatste eigenaar Geldersch Landschap een bordje kwetsbare natuur. Waarom er geen verboden toegang staat, met zoveel zeldzame soorten, blijkt snel: na twintig meter sta je enkeldiep in het dras tussen kleine vennen en moet de terreindoorschrijding worden gestaakt. Een halve kilometer verder verrijzen de dennenbossen van de droge, stereotype Veluwe. De Hierdense Poort meet tussen de droge Veluwe en het Randmeer vier kilometer en daalt over die afstand nog geen vijf meter, maar het Wisselse Veen helt zichtbaar. Demping van sloten in 1993 leidde tot een moeras waar de gemiddelde toerist niet van terug heeft. De echte kwelzone meet nog maar 25 hectare en vanaf de lage zijde reist het kwelwater via ordentelijke beeklopen richting IJssel. Maar het is een begin - en het is prachtig. Een verplichte excursie voor iedereen die de Veluwe wil begrijpen.

Een natte zone rond het droge hart van de Veluwe is niet langer een droom van natuurfanaten. Het waterschap Veluwe - waar ze tot voor vijftien jaar rilden bij het idee om sloten af te dammen - is bezig met een cultuur- en beleidsomslag. Het waterschap groef onlangs een waterpartij in de Hierdense Poort, op terrein van Natuurmonumenten. Ze willen daar water vasthouden', zegt Nijenhuis als we erlangs lopen. Voor waterberging? Nee, voor de natuurontwikkeling.' Johan Kabout van het Waterschap Veluwe, beaamt dat beeld. Er is bij ons zeker een cultuuromslag gaande, ook op bestuursniveau. Wij volgen de beleidslijnen die door de politiek zijn uitgezet, maar we sturen zelf bij de uitvoering.' Bijvoorbeeld: waar mogelijk wordt minder grondwater opgepompt, dat helpt bij het opbouwen van kweldruk. Bij Epe wordt al ruim tien jaar water uit een beek via een ondergrondse leiding teruggepompt naar de Veluwe en mag daar weer in het zand zakken. Kabout: Dat water stroomde zonder nut naar de IJssel.'

Als hydroloog ziet Kabout ook problemen bij het herstel van kwel. Door het dichtgooien van sloten raakt de bodem verzadigd en kan daardoor geen regenwater meer opnemen. Zware regenval maakt de sloten aan de lage zijde van de kwelzone overvol. Kabout: Je krijgt dan tijdelijk zeer snel stromende sloten, opwoeling van bodemmateriaal en bedekking van waardevolle biotopen verderop.'

Dan is er de perceptie. Door sloten dicht te gooien wordt de grond weliswaar zompiger, maar je ziet minder water. Biologen signaleren de terugkeer van stukjes blauwgrasland, waarvan Nederland nu twintig hectare heeft tegen tienduizenden hectare in 1900. Maar de wandelende of fietsende toerist ziet waarschijnlijk niets, zelfs geen water. Uitleg kan helpen, met borden langs speciale routes. Poelen graven helpt ook. En over tien, twintig jaar is het probleem verholpen. Een langdurige hoge waterstand heeft dan gezorgd voor geheel andere landschappen rond de Veluwse heiden en bossen, met rondplonzende herten en plaatselijk misschien ook zwemmende zwijnen temidden van uitgestrekte Veluwse rietvelden.

    • Michiel Hegener