Mijn leven achter de kassa (Goethe had gelijk)

Laura van Zuylen (18) werkte jaren in een supermarkt achter de kassa, als bijbaantje, en leerde de vaste klanten goed kennen

Ik weet nog dat ik, toen ik als klein meisje in een supermarkt kwam, erg onder de indruk was van de kassameisjes. De mooie, vriendelijke kassameisjes met hun lange haren en glimlachende gezichten. Twaalf jaar later werd ik zelf zo'n kassameisje en bleek dat mijn prachtige herinneringen van áchter de kassa niet strookten met mijn latere ervaringen vóór de kassa.

Het werken aan een lopende band maakt je tot een sprekende pop. In het begin ben je weliswaar oprecht aardig en grappig, en heb je nog redelijk plezier in je werk, omdat alles nieuw is. Een maand later komt beleefdheid voor die vriendelijkheid in de plaats en uiteindelijk ben je een machine die beleefde zinnetjes opzegt, het gezicht in een Clockwork Orange-achtige grijns houdend. Je bent de niet onaardige, doch wel in haar eigen wereld onaantastbare standaardcaissière geworden: één met het kostuum dat je draagt, één met de zaak waarvoor je werkt.

De pauzes zijn echter nergens zo leuk als in een supermarkt, aangezien de meeste werknemers vrij jong zijn en aardigheid nog vanzelfsprekend is. Rondlopend in één van de lelijkste schorten ooit ontworpen, schijn je bij een soort familie te horen. Bij de binnenkomst in jouw filiaal word je van alle kanten begroet en gekust, je gaat bowlen met je collega's, en wanneer de caissier op de bijscholings-tape-voor-caissière's zegt: '...als iemand aan je kassa komt zeg je 'u kunt gelijk met pinnen beginnen' dan heb je meteen een leuke riedel om het ijs mee te breken', lach je hem gezamenlijk uit, vooral als je ontdekt dat je in je eigen winkel net zo'n supermarktliefhebber hebt, die wij Superman noemen. Hier heb ik bovendien de eerste jongen ontmoet op wie ik echt verliefd ben geweest: ik bij de kassa, hij bij de groente.

GOETHE'S GELIJK

Goethe schreef in Faust: 'Du bleibst doch immer was du bist.' Dat blijkt ook in een supermarkt. Men doet zich over het algemeen niet vriendelijker of beter voor dan men is. Soms zie je zelfs kleine stukjes leven. Zo zie ik een meisje haar dronken moeder afsnauwen, en een moeder haar met blauwe plekken bevlekte dochter een klap in haar gezicht geven. Zou de eerste moeder een alcoholiste zijn en wordt het tweede kind mishandeld? Een echtelijke ruzie wordt aan mijn kassa met stekende opmerkingen voortgezet. Loopt dit huwelijk op de klippen? Terwijl ik mijn fantasie de vrije loop laat, is alles wat ik zeg: 'Spaart u zegeltjes?'

Ook dieven blijven dieven en zullen zich niet beter proberen beter voor te doen wanneer zij zijn betrapt en tot afrekenen gedwongen worden. Wanneer de normaliter zo vriendelijke troetelbeer-collega's zijn veranderd in strenge, intimiderende, reusachtige bewakers die hen dwingen ob-tampons en een potje flossdraad uit hun zakken te halen en op de lopende band te leggen, zullen zij zich misschien zorgen maken over de reactie van hun partner. Zij zullen zich tegenover een kassameisje niet verontschuldigen. Zij weten immers dat ik hun slechts nerveus zal vragen of zij de bon willen meenemen.

DE VASTE KLANTEN-PARADE

Ook Brechts variatie klopt: 'Der Mensch ist, was er ißt'. Op een gegeven moment kun je bepaalde eigenschappen van mensen afleiden uit hun inkopen. Hij die te dik is koopt Slimfast, doch vaak vergezeld van een afgeprijsde Bossche Bol; heel dunne meisjes die absoluut niet willen aankomen kopen twee tomaten en een prei, men moet immers op zijn gewicht letten; arme mensen doen aan prijsvergelijking en schijnen alle prijzen in de winkel uit hun hoofd te kennen; rijke mensen willen ervan verzekerd zijn dat hun producten voorzien zijn van biologisch keurmerk.

Toen dit soort dingen mij gingen opvallen, merkte ik ook dat er mensen waren die steeds weer aan mijn kassa kwamen. Vaste klanten. Vaste studenten, van wie één mij de kerstlichtjes van Landsmeer heeft laten zien, en een ander mijn compagnon in het bekijken van low-budget-films werd; vaste bekende Nederlanders als Fedja van Huêt, voor wie ik vanwege zijn rol in Karakter een heimelijke liefde koester, en Sander Foppele, voor wie ik geen heimelijke liefde kan koesteren omdat zijn echtgenote mij vaak kwaadaardig aankijkt; vaste roodharige broertjes en zusjes; vaste vriendelijke dikke mannen; vaste zwangere vrouwen van wie je de buik ziet groeien en die je uiteindelijk met een kinderwagen ziet rondlopen; een vaste Ier; een vaste Engelsman; een vaste Pool, die op een gegeven moment door een oud mannetje met één tand werd belaagd met verhalen over hemzelf en Polen in de Tweede Wereldoorlog.

En vaste klanten die je liever kwijt dan rijk bent, zoals oude mannetjes die uren doen over het inpakken van hun boodschappen, een ras-Amsterdammer die de gewisselde melktandjes van zijn blonde dochters aan een gouden kettinkje om zijn nek heeft hangen en een man met een groeiende witte puist op zijn voorhoofd.

Er zijn ook klanten die in de hele supermarkt berucht zijn, onder wie twee grijsharige lesbiënnes die regelmatig een caissière aan het huilen maken. Van hen kreeg ik mijn eerste en enige klacht: ik was te langzaam waardoor ik hun ijstaarten liet smelten. Toch kreeg ik op mijn laatste werkdag hun erkenning: zij komen het liefst bij mij omdat ik hen niet afkat noch met hun boodschappen smijt. Glimlachend overdenk ik de ironie.

Ik glimlach nog breder als ik bedenk hoe veel groter de ironie geweest zou zijn als zij een paar maanden eerder, de dag voor Kerstmis, aan mijn kassa waren gekomen en dit hadden gezegd. Dan zouden ze blij zijn geweest met een onvriendelijke en smijtende caissière. Dan zouden ze het persoonlijke dieptepunt van mijn carrière als caissière, en misschien wel de zwartste bladzijde in de geschiedenis van deze hele supermarktketen hebben meegemaakt. Die dag voor Kerst strompelde ik 's ochtends, na een kerstgala, naar mijn werkplaats met een alcoholpercentage in het bloed waarmee het waarschijnlijk niet legaal zou zijn om in een auto te stappen. De gekruide vlezen met rode, vette sauzen, de geurige broden die vers uit de oven kwamen en de stevig-met-slagroom-beladen kersttaarten maakten mij zo misselijk dat ik mijn ontbijt heb moeten uitspugen in een supermarkttas. Wel de kerstversie van de tas, want wij blijven in stijl, maar dit zou misschien wel een gegronde reden zijn voor de twee lesbiënnes om naar de Consumentenbond te stappen.

KARMAPROBLEMEN

Ondanks dit incident ben ik nog enkele maanden werkzaam geweest bij deze supermarkt. De uitspraken 'Ik betaal met plastic', 'Wat bedraagt de schade?' en het vooral bij zogenaamd-hippe veertigjarigen 'Mersie!' beginnen mij echter na verloop van tijd zo te irriteren, dat ik mij realiseer dat er binnenkort een einde zou moeten komen aan dit alles. Wanneer vervolgens één van mijn vaste studenten zegt: 'Wat zie jij er belabberd uit! De stralende karma van vroeger is helemaal verdwenen!' weet ik dat het tijd is om dit supermarkt-avontuur te beeïndigen.

Het ontroert mij als ik zie dat dit nieuws slecht wordt ontvangen door mijn collega's. Zelfs mijn bedrijfsleider, die ooit na een compliment voor de caissières zei dat dat de manier is waarop híj werkt, lijkt aangedaan door mijn vertrek. Op deze ontroering teer ik mijn laatste werkdagen en word op de allerlaatste dag nog gecomplimenteerd met mijn Vrolijke Gezicht. Dan weet ik zeker dat ik de juiste beslissing heb genomen: het afscheid van deze supermarkt betekent de terugkomst van mijn karma.