Koningskinderen, baronnen en bandieten

Honderd jaar geleden werd draf- en renbaan Duindigt geopend. De baan kende hoogte- en dieptepunten. 'Duindigt is als een vrouw van koninklijken bloede die leeft als een clochard.'

De moeder van prins Bernhard, prinses Armgard, werd er regelmatig gesignaleerd. Cor van Hout en Willem Holleeder, ontvoerders van Freddy Heineken, waren er kind aan huis. En rijkscommissaris Seyss-Inquart, de rechterhand van Adolf Hitler, beschouwde het als zijn spreekwoordelijke paradepaardje.

De Wassenaarse renbaan Duindigt, die morgen haar honderdjarige bestaan viert, heeft altijd een bont gezelschap van mensen aangetrokken. Van koningskinderen en baronnen tot kruideniers en bandieten. Of, om met de woorden van directeur Rob Milders te spreken: 'De draf- en rensport draait om paarden, geld en weddenschappen. Dat trekt uitersten aan: van zogenaamde 'nette lieden' tot mensen die u en ik niet op onze verjaardag zouden uitnodigen.'

Anders dan bijvoorbeeld België kent Nederland geen lange traditie van wedrennen. Aan het begin van de 20ste eeuw loofden slechts vijf verenigingen en twee particulieren een totaal aan prijzengeld van 32.860 gulden uit. Dat weerhield grootgrondbezitter Walter Joachim Jochems er niet van zijn privé-renbaan op 15 mei 1906 open te stellen voor het publiek.

De Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg had kort daarvoor besloten een spoorlijn aan te leggen tussen Rotterdam Hofplein en Scheveningen, die het einde inluidde van het nabijgelegen Haagse paardencentrum Clingendael. Onder het motto 'de één zijn dood is de ander zijn brood' klopte de Nederlandsche Harddraverij- en Renvereeniging (NHRV) bij Jochems aan. Toen de renstalhouder hoge winsten in het vooruitzicht werden gesteld, ging hij overstag.

Menig paardensportliefhebber wist in die eerste jaren zijn weg naar Wassenaar te vinden. Er werd gemord over de hoge consumptieprijzen - voor een broodje kalfsvlees en een kopje koffie moest 1,30 gulden worden neergeteld - maar dat hoorde nu eenmaal bij de entourage. En dat de baronnen en koningskinderen de renbaan aanvankelijk links lieten liggen, daar lag Jochems niet wakker van - zijn tijd kwam nog wel. Daar had het inderdaad alle schijn van toen de nabijgelegen renbaan Woestduin in 1909 haar poorten sloot. Koningin Wilhelmina en prins Hendrik stelden persoonlijke ereprijzen voor Duindigt ter beschikking. In het topjaar 1910 bedroeg het prijzengeld bijna 50.000 gulden.

Waar Jochems geen rekening mee had gehouden, was de politiek. In 1911 sleepte de katholieke minister Robert Regout de zogenoemde Wet ter Bestrijding van de Zedeloosheid door de Kamer, die een einde maakte aan het gokken onder de vlag van de totalisator - de door de overheid erkende instantie waarbij weddenschappen konden worden afgesloten. 'Die wet heeft de draf- en rensport in ons land kapotgemaakt', vindt Kees Kooman, auteur van het binnenkort te verschijnen boek Heimwee naar Hairos. 100 jaar paardenkracht op Duindigt.

'Een van de aantrekkelijkste aspecten van die sport is dat je weddenschappen kunt afsluiten. Stel je een verbod in, dan neemt het aantal gokkers af - en dus ook de omzet. Minder omzet betekent minder prijzengeld, minder toppaarden en minder bezoekers. Veel sulky's, pikeurs en jockeys weken na het verbod ook uit naar het buitenland.'

De ironie van het lot wil dat Duindigt haar hoogtijdagen tijdens de Tweede Wereldoorlog had. Rijkscommissaris Seyss-Inquart, die op het nabijgelegen Clingendael domicilie hield, droeg de rensport een warm hart toe. Jochems en hij kenden elkaar van de jacht. Toen de Koninklijke Nederlandse Harddraverij- en Renveereniging de bezetter zo ver kreeg het totalisatorverbod op te heffen, greep de renstalhouder zijn kans. De totalisatormachines werden weer tevoorschijn gehaald, het publiek stroomde toe.

Volgens directeur Milders werd er in 1944 voor ruim 19 miljoen gulden aan paardenwedden omgezet in Nederland, waarvan een groot deel op Duindigt. Pijnlijk, achteraf beschouwd? 'Ja, maar er was nu eenmaal weinig vertier in de oorlog. En 19 miljoen gulden is een bewonderenswaardig hoog bedrag.' Veel joodse jockeys uit die tijd zullen daar anders over hebben gedacht. Voor hen was de renbaan verboten.

Mensen als Hans Eijsvogel staan niet graag stil bij die zwarte bladzijde. De oud-verslaggever van Sport in beeld haalt liever herinneringen op aan wat hij the king of sports and the sport of kings noemt. 'Mijn mooiste herinnering aan Duindigt? De overwinning van pikeur Hans Wagenaar bij de Derby van 1969. Wagenaar was een week voor de race betrokken bij een zwaar ongeval. Als een half lijk werd hij het ziekenhuis binnengedragen. Op de dag van de race trok hij zijn rijkleren aan en sleepte zich naar de start. Na een teleurstellend begin en een vernietigende eindsprint, schreef hij de race alsnog op zijn naam. Het was een heroïsch gevecht - gefundenes fressen voor een verslaggever.'

Dat was precies twintig jaar nadat de totalisator in ere was hersteld. De oorlogsjaren daargelaten, stond de overheid gokken in 1949 voor het eerst sinds 38 jaar toe en moesten clandestiene bookmakers, die tot dan in nabijgelegen cafés zaken deden, geduchte concurrentie vrezen. 'Toch zou het nooit meer worden als vroeger', zucht Kooman.

Hij vergelijkt het Duindigt van nu met een vrouw van koninklijken bloede die leeft als een clochard. 'Het terrein wordt slecht onderhouden, er groeien bomen door dakgoten. Dat heeft deels te maken met de gevolgen van die zedenwet en de latere kansspelbelasting, maar ook met slecht bestuur, want bestuursleden gunden elkaar het licht in de ogen niet.' Hoopgevend is volgens hem dat het boekjaar 2005 na een reorganisatie positief werd afgesloten.

Aan de vooravond van het jubileumweekend wil Milders, die sinds 1974 de scepter zwaait bij Duindigt, geen wanklanken horen. De inschrijvingen voor de draverijen en de rennen zijn 'boven verwachting' en hij hoopt de komende 25 jaar 'een gouden tent' van het hippodrome te maken.

Hoe?

'Door het bedrijfsleven en de horeca meer ruimte te geven. Met seminars en beurzen kunnen we in de toekomst een mooie reserve opbouwen - mits het recht doet aan het Wassenaarse.' De Rolling Stones zullen er nooit een voet tussen de deur krijgen, bezweert hij.

Kees Kooman, Heimwee naar Hairos. 100 jaar paardenkracht op Duindigt.Uitgeverij L.J. Veen, Amsterdam. Prijs: 18,90 euro.