'In Soedan worden kinderen gezien als onderdeel van een kudde'

'Zie het voor je: honderd kinderen die in de brandende hitte in een geïmproviseerde tent worden samengeperst. Om die horde in het gareel te houden, loopt er een vrouw rond met een stok of een zweep of met allebei. En die gebruikt ze ook, dat zie je. Die vrouw heeft geen idee wat ze met die kinderen moet beginnen. Ze laat ze urenlang monotoon zingen en omdat iemand eens heeft gezegd dat die kinderen ook iets anders moeten doen dan zingen, gooit ze zo nu en dan papier en potloden in de meute. Maar niemand die ook maar een blik werpt op wat die kinderen tekenen.

Hoogleraar pedagogiek Micha de Winter: „Bij het woord kinderopvang denken ze in Darfur: bij elkaar drijven en iets collectiefs laten doen.” Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Groene kan, 31-03 2006 Universiteit Utrecht,capaciteitsgroep Kinder-en Jeugdstudies. lProf. dr. M. de Winter, pedagoog, consultent voor UNICEF in Darfur. Foto Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Dat zijn de child friendly spaces in de vluchtelingenkampen van Darfur. Dat zijn de plekken waar ernstig getraumatiseerde kinderen tot zichzelf moeten komen. Kinderen, die hebben meegemaakt dat hun dorpen zijn platgebrand, hun familie uitgemoord, hun moeders verkracht. Depressieve, naar binnen gekeerde kinderen die zich te barsten schrikken als je ze iets vraagt. Die zitten daar dus, de hele dag. Nou, je kunt het noemen wat je wilt, maar met psychosociale zorg heeft het niets te maken. Op zijn vriendelijkst gezegd zijn dit child unfriendly spaces. Die kinderen lopen daar gewoon een tweede trauma op.

Ik had nooit gedacht dat ik als hoogleraar pedagogiek ooit in Darfur terecht zou komen. Ik zat thuis aan mijn bureau te werken toen ik ongeveer een jaar geleden door een UNICEF-directeur werd gebeld. Hij zei: 'Goedemiddag meneer De Winter, ik zit hier in Darfur, uw volgende standplaats.' Ik keek raar op. Toen legde hij uit dat UNICEF een onafhankelijke deskundige wilde laten rondkijken bij de child friendly spaces in de vluchtelingenkampen omdat daar nare berichten over de ronde deden. Ik zei dat ik dat wel wilde doen. Bleek het de bedoeling te zijn dat ik over drie weken zou vertrekken. Maar ik heb mijn universitaire verplichtingen, dus ik ben eerst eens met mijn decaan gaan praten. Die zei: 'Als ze mij zoiets zouden vragen, zou ik ter plekke alles uit mijn handen laten vallen. Er zijn nu eenmaal prioriteiten in het leven.'

Zo reisde ik dus voor de eerste keer naar Darfur. Kuifje op ontwikkelingshulp. Wat ik zag was een dubbele ramp. Uitgestrekte vluchtelingenkampen midden in de woestijn, waar verder helemaal niets is. Mensen die daar zonder enig perspectief in schamele hutjes zitten. Voor voedsel en water zijn ze compleet afhankelijk van internationale hulporganisaties die allemaal totaal ongecoördineerd langs elkaar heen opereren. Als die hulporganisaties ooit vertrekken, wat sommige al hebben gedaan, komen die vluchtelingen gewoon om. En de regering interesseert het geen ene bal.

De mensen in die kampen hebben helemaal niets te doen. Jongeren lopen er doelloos rond. Meisjes zitten er in het zand met een lege blik voor zich uit te staren. Het is daar een absolute jungle, want niemand waakt over de veiligheid van de mensen in de kampen. Als de meisjes hout gaan sprokkelen, lopen ze kans te worden verkracht door de Janjaweed. Maar het woord rape mag je daar niet uitspreken. Dat is niet acceptabel. Verkrachte vrouwen krijgen zelf de schuld. 's Nachts komen de Janjaweed naar die kampen om nog eens tekeer te gaan. Je kunt niet vluchten, want overal om je heen is woestijn. Er is geen enkel middel van bestaan. De kampen zijn de ramp zelf. En die mensen kunnen daar zomaar een half leven zitten.

Ik was totaal geschokt. Hoe kan dit? Mijn vader heeft in de oorlog in een concentratiekamp gezeten en ik heb zelf een bezoek gebracht aan Auschwitz. Je denkt dan dat zoiets niet meer kan bestaan. Darfur heeft mij voorgoed van die naïviteit genezen. Wat in Darfur is gebeurd, is een etnische zuivering van de puurste soort. Miljoenen mensen zijn verdreven van hun vruchtbare land. Die kampen daar, dat zijn concentratiekampen. Er staan alleen geen verbrandingsovens en er zijn geen hekken. Dat hoeft ook niet, want de woestijn is het hek.

En ik moest dus bedenken wat ik daar in die hopeloze situatie voor die kinderen kon betekenen. Een ding was in ieder geval duidelijk: ik kon daar moeilijk mijn westerse therapeutische modellen gaan toepassen. Voor therapie heb je hoog opgeleide mensen nodig en die zijn er niet en die kunnen er niet komen ook. Verder heb je te maken met een totaal andere cultuur. In Soedan worden kinderen niet gezien als individuen, maar als onderdeel van een kudde. Dat gevoel kreeg ik zelf ook wel eens, als ik weer eens werd omzwermd door een troep kinderen. Het hele idee van het kind als persoon bestaat daar nauwelijks. Bij het woord kinderopvang denken ze: bij elkaar drijven en iets collectiefs laten doen. Niemand die op het idee komt om eens persoonlijk met een kind te praten. De tekeningen die de kinderen in de child friendly spaces maken, worden in een grote map gedaan. Niemand vraagt ze waarom ze dat hebben getekend.

Ik heb toen een plan gemaakt om honderdvijftig model-animators op te leiden die ter plekke de mensen in de child friendly spaces zouden kunnen coachen. Afgelopen zomer ben ik dus teruggegaan naar Darfur om die trainingen te geven. Ik heb daar een maand lang door het land gereisd per kameel, ezel, auto en helikopter. Het was voor mij een geweldige zomer, want overal vonden de mensen het fantastisch dat ik kwam.

De mensen die ik trainde, waren Soedanezen die een opleiding hadden gevolgd: onderwijzers, acteurs, muzikanten, studenten. Ze hingen aan mijn lippen en waren ontzettend blij dat ze die training konden doen. Het raakte me diep dat in deze rampzalige situatie zulke gedreven mensen rondliepen. Deze mensen hadden trouwens ook heel veel humor: ik heb me een ongeluk gelachen met hen. Daardoor heb ik iets meer begrepen over de kracht van humor bij het verwerken van trauma's.

De wereld van de traumaverwerking is een heel serieuze wereld. In de internationale literatuur over de behandeling van psychotrauma hoef je niet te zoeken naar een woord als gezelligheid. De basale gedachte achter traumaverwerking is dat de patiënt zijn verhaal moet doorleven. Maar in Darfur heb ik me afgevraagd: moeten die kinderen hun verhaal wel doorleven? Ze hebben dingen meegemaakt die niet te bevatten zijn. Moet je niet gewoon beginnen met een beetje gezelligheid? Een kind wil niets liever dan lachen en pret maken. Misschien is humor voor hen wel de beste eerste stap naar verwerking. Als je grappen maakt over je eigen situatie, laat je immers zien dat je je leven toch nog een beetje onder controle hebt. Ik besloot toen voor mezelf: in die child friendly spaces moeten kinderen minstens tien keer per dag kunnen lachen. Dit was totaal niet waar ik aan dacht toen ik naar Darfur ging, maar gaandeweg ben ik daar wel op uitgekomen.

Ik heb de model-animators op een vragende manier getraind, om ze zelf de oplossingen te laten. Zij kennen hun cultuur immers van binnenuit. Ik vroeg hun bijvoorbeeld: hoe kun je met een groep van honderd kinderen aan de slag gaan zodat elk kind apart tot zijn recht komt? Ze stelden toen voor om in kleinere groepjes te werken. Dan kun je bijvoorbeeld een verhaaltje vertellen en de kinderen afzonderlijk daarop laten reageren. We hadden het ook over het betrekken van de gemeenschap bij de kinderopvang. Niemand trok zich in die kampen iets van de child friendly spaces aan. Maar de gemeenschap moet die kinderopvang dragen. Je moet moeders er bij betrekken en oma's en opa's. Tienermeisjes vervelen zich gek in die kampen. Je kunt hen met groepjes kleine kinderen laten werken. Dat vinden ze leuk en het geeft hun een gevoel van eigenwaarde.

Het reizen in Darfur was erg gevaarlijk en kostte veel tijd. Het gebied is zo groot als het Iberisch schiereiland en er is geen infrastructuur. Ik moest soms dagen wachten op een security clearence. Dan weer was de benzine op of was er een autoruit kapot. Ik ben ook wel eens bang geweest. Ik reisde in een konvooi en op een bepaald moment werden we aangehouden door mannen in camouflagepakken. Niemand had enig idee wie het waren: het leger, de rebellen, de Janjaweed? Ze eisten geld en richtten zich natuurlijk meteen op mijn auto, want ik was de enige witte in het gezelschap. Maar ik zat met een ongelofelijk alerte vrouw in de auto. Ze draaide het raampje open en zei heel ad rem: wij zijn van een hulporganisatie en we hebben geen geld. Alles wat we jullie kunnen geven is een fles water. Dat accepteerden ze, wonder boven wonder. De volgende dag is een konvooi op precies dezelfde plek beschoten. Een Amerikaanse vrouw is daarbij in haar hoofd geraakt. Ze heeft het gelukkig overleefd.

Afgelopen winter ben ik voor de derde keer naar Darfur gegaan om te zien wat er in de child friendly spaces was veranderd. Toen ik in de kampen terugkwam, bleken de trainers ongelofelijk goed werk te hebben gedaan. Opeens zag ik in dezelfde ruimte kleine groepjes kinderen zitten in een totaal andere atmosfeer. Ik zag hoe er met kinderen werd gepraat, dat er vragen aan hen werden gesteld. Precies zoals ik het had bedoeld. Dat heeft mij diep, diep ontroerd. Ik zag zomaar een jong meisje grapjes vertellen aan een groepje kinderen. Ze rolden over de grond van het lachen. Dat was de eerste keer dat ik kinderen zag lachen in Darfur.

Inmiddels is er een vredesakkoord getekend. Het is wonderbaarlijk dat dat is gebeurd. Maar mijn contactpersonen zeggen dat het voorlopig veel papier is. Er zijn ook weer allerlei rebellenfracties die niet mee doen, want het is een anarchistische bende daar. Zolang zo'n akkoord niet wordt afgedwongen door een grote vredesmacht, blijft het een dode letter. Ik vrees dat het voor de mensen in de kampen voorlopig geen verbetering betekent.

Wat Darfur mij heeft geleerd, daar zitten twee kanten aan. Allereerst: er gebeuren dingen in de wereld die veel verschrikkelijker zijn dan je je kunt voorstellen. Ik dacht dat ik het allemaal al wist door wat ik heb gehoord over mijn familie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar als je oog in oog met een ramp staat, blijkt het allemaal nog veel erger dan je ooit had kunnen bedenken. Maar ik heb ook geleerd dat er toch, midden in die hemeltergende ramp, mensen zijn die al hun energie willen steken in positieve dingen. Die positieve kracht, die zit ook in de mens. Ondanks alles.'

Opgetekend door Renate van der Zee