Hij wilde rockster worden. Hij werd Johnny Depp

Als dronken, vuilbekkende libertijn is Johnny Depp deze week in de bioscoop te zien. Dana Linssen portretteert de filmster die altijd op de grens van zelfparodie lijkt te balanceren

PIRAAT: Als rolmodel voor de piraat Jack Sparrow, hoofdpersoon uit de film ‘Pirates of the Carribean’ (2003) koos Johnny Depp de Rolling Stone Keith Richards. De vervolgfilm ‘Dead Man's Chest’ met opnieuw Depp in de hoofdrol komt in juli uit. Richards zou een gastrolletje als vader van Sparrow spelen, maar zegde af. Foto AFP This image made available by the Academy of Motion Picture Arts and Sciences (AMPAS) shows actor Johnny Depp in his film "Pirates of the Caribbean: The Curse of the Black Pearl." Depp has been nominated for Best Performance by an Actor in a Leading Role 27 January, 2004. The 76th Annual Academy Awards will be held 29 February. AFP PHOTO/AMPAS AFP

Er zijn maar weinig filmsterren die je op hun woord kunt geloven als ze zeggen dat ze het eigenlijk haten om beroemd te zijn. Zo iemand als Tom Cruise, die geniet er gewoon van om langs zijn fans te paraderen, hier en daar een praatje te maken of een handje te schudden. En de beste rol van Brad Pitt is toch vooral die van filmster Brad Pitt, in kwinkslagen converserend met de pers, op commando glimlachjes tevoorschijn toverend als het rode lampje op de camera brandt en ondertussen achter zijn zonnebril bezig met zijn eigen leven.

johnny depp-keurmerk

Nee, neem dan hun kameleontische generatiegenoot Johnny Depp. Van hem willen we het wel aannemen als hij zegt dat hij liever buiten de schijnwerpers blijft. Zodat hij als-ie eens een handtekening zet tenminste de indruk wekt dat het welgemeend is. Want wat hij niet allemaal voor rare rollen heeft gespeeld om maar geen filmster te hoeven worden: een teenybopper die niet wil deugen, een bleekneuzerige punk met scharen waar zijn handen horen te zitten, de slechtste filmregisseur aller tijden, een kinderhatende snoepfabrikant, een moorddadig buitenaards monster, een ondode indiaan, een nepzigeuner, de reïncarnatie van William Blake, iemand die denkt dat hij Don Juan is, een hallucinerende journalist, en een lallende piraat. Maar Depp maakte school met die rare rollen en werd de grootste ster van allemaal.

Zo raar zijn die rollen vaak, dat een film met Johnny Depp al gauw als een Johnny Depp-film wordt beschouwd, alsof dat een genre op zich is, of een keurmerk. Dat heb je minder snel met bijvoorbeeld een acteur als Tom Hanks, nu in de bioscoop te zien in de Da Vinci Code, die in al zijn rollen altijd een beetje zijn brave, wat risicoloze zelf blijft.

Johnny Depp weet in zijn wispelturige acteercarrière, die laveert tussen verantwoorde pulp en artistieke cult, steeds precies die scenario's en regisseurs uit te kiezen die hem in staat stellen zo'n typische Depp-film te maken. Die regisseurs heten Tim Burton, Terry Gilliam, Roman Polanski, John Waters of Jim Jarmusch en ze beschouwen Depp allemaal als een stukje van hun alter-ego. Grootste pech voor die regisseurs: Depp is vaak beter dan de film. Grootste gemene deler: het zijn altijd films met een zonderlinge hoofdpersoon en een uitbundige vormgeving.

Zou het toeval zijn dat de films waarin hij speelt vaak de naam van zijn personage in de titel dragen? Cry Baby, Edward Scissorhands, What's Eating Gilbert Grape, Ed Wood, Don Juan DeMarco, Dead Man, Donnie Brasco, Pirates of the Caribbean (ok, daar is hij er ééntje van) en dan nu The Libertine?

In die laatste film is hij de pornografische graaf van Rochester, de infame 17de-eeuwse dichter John Wilmot, een soort Shakespeare van de tegencultuur, die zich dooddronk en doodneukte. Depp doet weer zijn uiterste best om er onappetijtelijk uit te zien, bijna onherkenbaar met poederwangen en verlopen allonge-pruik. De volumineuze krullenbos drukt zo zwaar op zijn hoofd, dat zijn wenkbrauwen er vanzelf van gaan fronsen.

En dat is het: dat fronsen, peinzen, staren, ijsberen, een stemmetje, een maf hoedje. Dat is het geheim van Johnny Depp als acteur. Zelf zegt hij: 'Acteren, dat is gekke bekken trekken voor geld.' En zo is het maar net. Johnny Depp is ook als acteur de ultieme vrijdenker. Hij speelt personages waar meisjes over dromen en die jongetjes eigenlijk willen zijn. Hij is de libertijn met het romantisch kloppend hart. De anti-held die held werd. Hoe verschillend de personages die hij speelt, des te minder greep de agenten en casting-directors van Hollywood (waar hij allang niet meer woont) op hem hebben. Hoe meer gezichten hij op het witte doek heeft, des te minder hij zijn gezicht buiten werktijd aan het publiek hoeft te laten zien.

Johnny Depps sterrendom bestaat uit een zorgvuldig gecultiveerd anti-sterrendom. Dat geeft hem privé alle ruimte om heel gewoon met zangeres Vanessa Paradis en hun twee kindertjes met de heel gewone namen Jill en Jack in hun heel gewone Zuid-Franse huisje te wonen. Zo lang hij maar zwaardvechtend, spokenjagend, in angora truitjes, avondjurken, met gouden tanden, als Victoriaanse politie-inspecteur of Mexicaanse revolverheld in films blijft opduiken. Zolang de fantasie maar beter is dan de werkelijkheid.

Eigenlijk wilde hij rockster worden. Dan krijg je alle meisjes. Dan hoef je je school niet af te maken. Dan kun je je gitaar aan gort slaan. En af en toe een hotelkamer. Lekker dronken worden. En dat is dan ook precies wat de op 9 juni 1963 in Owensboro, Kentucky geboren John Christopher Depp deed. Toen hij 15 was. Hij stond zelfs nog in het voorprogramma van Iggy Pop met een van de vele bandjes die hij oprichtte en weer ontbond.

Tien jaar later zag hij er nog steeds uit als 15. Met het rocken werd even niets, maar een acteercarrière lag in het verschiet. En met die babyface werd hij hét gezicht van de Fox-tv-serie 21 Jump Street (1987-1990) waarin een groep tienerpolitieagenten de strijd aanbindt met al die rebelse dingen die Depp in zijn vrije tijd graag deed: roken, drugs gebruiken, nachtclubs kopen (de beruchte Viper-club in Los Angeles waar collega River Phoenix na een overdosis overleed), hotelkamers verbouwen en met mooie meisjes uitgaan: actrices Sherilyn Fenn en Winona Ryder (wier naam hij op zijn arm liet tatoeëren en gedeeltelijk liet verwijderen), supermodel Kate Moss. Allemaal spannende meisjes met wie hij zich steevast meteen heel keurig verloofde.

Eén rol na detective Tom Hanson had hij door dat hij dat niet te lang moest doen, als mooie posterjongen op tienerkamertjes hangen. Acteren lag hem wel, ontdekte hij, maar niet de rol van jeugdidool. 'Opeens vroeg iedereen me dingen als 'wie draag je?' Eerst wist ik niet wat ze bedoelden. Toen zei ik zoiets als 'die Italiaan' en dan namen ze allemaal aan dat het Armani was en dan zat het wel goed. Maar dat soort gesprekken kun je niet te lang blijven voeren', vertelde hij in een interview. Bovendien: uiterlijk heeft een houdbaarheidsdatum. Maar hoe word je nu mooi-af?

Depp koos voor de meest eigenzinnige regisseurs die hij kon bedenken: koning van de wansmaak John Waters (die altijd bij voorkeur travestieten en vetzakken in zijn films laat optreden) en voormalig animator en striptekenaar Tim Burton die na het succes van zijn Batman-film eind jaren tachtig het liefst ook een tegendraadse carrièrebeweging wilde maken. Cry Baby en Edward Scissorhands (beide uit 1990) werden zijn doorbraakrollen. Allebei zijn ze een liefdevolle parodie op zijn nieuw verworven imago. In Cry Baby was hij té mooi (maar met een veel te zwart hart) en in Edward Scissorhands letterlijk té onaanraakbaar.

Het werd de basis van zijn loopbaan. Wilde hij uit die tienerkamers wegblijven, dan moest hij zorgen dat hij té contactgestoord, té vrouwelijk, té getroebleerd overkwam om ooit nog op een poster te passen. Anderen werden ondertussen beroemd met de rollen die hij afwees: Brad Pitt in Legends of the Fall, Keanu Reeves in Speed en Tom Cruise in Interview with the Vampire.

DE KAT MET DE HOED

Zo langzamerhand heeft hij zoveel wereldvreemde types gespeeld dat je je af moet vragen of hij er niet zelf een is. Zijn voorkeur voor buitenissige hoofddeksels in het alledaagse leven verklaarde hij al eens door te zeggen: 'Zeker als kind teveel The Cat in the Hat van Dr. Seuss gelezen.'

In de boeken van Dr. Seuss rijmt alles op alles, komen er de wonderlijkste wezens uit alle hoeken en gaten, wordt de werkelijkheid op z'n kop gezet door de dolste fantasieën. Het is niet eens zo'n slechte metafoor om het succes van Johnny Depp mee te duiden. Ook in The Libertine zit zo'n sleutelzin: 'In mijn gedachten ben ik een ander', zegt de schandaalverzen schrijvende Rochester, terwijl hij vele levens voor zijn hoofdfiguren bedenkt.

Bij Johnny Depp moeten we ons steeds afvragen wie die ander is. De acteur achter het personage? Of het personage in de acteur? 'The Libertine' is vanaf deze week te zien in de Nederlandse bioscopen.

    • Dana Linssen