Het voetvolk is er ook nog

Harvard-baas Derek Bok bepleit meer toewijding aan 'undergraduates'. Ook Nederlandse universiteiten vinden onderzoek belangrijker dan onderwijs. André W.M. Gerrits

Een blik vanuit het raam van de kapel van Eureka College in Illinois, een van de honderden ‘underachieving colleges’ in de VS. Studenten lopen langs een buste van Ronald Reagan, die ooit aan Eureka College studeerde. FOTO ap Eureka College students walk past the bust of college alumnus Ronald Reagan Tuesday in a view from a window in the Chapel. PEORIA JOURNAL STAR

De Universiteit van Amsterdam kreeg onlangs een nieuwe voorzitter van het College van Bestuur. Eén van zijn belangrijkste opdrachten is het profiel van de UvA als 'internationaal georiënteerde onderzoeksuniversiteit' te versterken. De onderzoeksuniversiteit is nieuw in de Nederlandse discussie. Het komt van het Amerikaanse research university, het is het type universiteit waaraan Europeanen zich graag spiegelen: Harvard, Yale, Princeton en Stanford. Topuniversiteiten met prominente wetenschappers, gemotiveerde studenten en prachtige faciliteiten.

Over de massa van het Amerikaanse universitaire onderwijs hoor je hier bijna nooit iemand. Derek Bok, de hoogste baas van Harvard, maakt zich zorgen over de kwaliteit van het Amerikaanse doorsnee onderwijs. 'Leren onze studenten nu eigenlijk wel meer dan vijftig jaar geleden?' vraagt Bok zich af. Erg optimistisch is hij niet in zijn boek Our underachieving colleges. 'Onderzoek schijnt uit te wijzen', merkt Bok op, 'dat in een aantal belangrijke onderdelen zoals schrijfvaardigheid, rekenen en kennis van vreemde talen slechts een minderheid van de studenten er wezenlijk op vooruit gaat, terwijl sommigen er zelfs op achteruit gaan.' Bok analyseert de problemen en komt met soms onorthodoxe oplossingen. Our underachieving colleges is een sympathiek boek, herkenbaar soms, maar af en toe ook erg Amerikaans. Het gaat nu eens niet over grensverleggend onderzoek, over politieke correctheid, positieve discriminatie of ondoorzichtige universiteitspolitiek maar gewoon over bacheloronderwijs, over colleges aan de grote massa van de studenten.

langer studeren

Amerika telt meer dan 2.600 colleges en universiteiten. Bacheloronderwijs varieert van tweejarige opleidingen aan lokale community colleges tot en met vierjarige opleidingen aan prominente onderzoeksuniversiteiten. In Nederland is dit undergraduate of bacheloronderwijs verdeeld tussen universiteiten (het bachelor-, vroeger kandidaatsprogramma) en hogescholen. Van de ruim 1,2 miljoen jonge Amerikanen die jaarlijks een bachelordiploma haalt, stoomt de helft door naar een master studie. In de VS wordt door meer studenten (50 procent van de schoolverlaters) langer gestudeerd (vier jaar BA en twee jaar MA) dan in Nederland (waar de reguliere bachelor en master 3 en 1 jaar duren).

In de VS kunnen de nivellerende effecten van de massale toestroom tot op zekere hoogte worden opgevangen door de grote diversiteit aan deels onafhankelijke universiteiten. In de meeste Europese landen kan dat niet. Ook in Nederland zijn universiteiten toch vooral uitvoerende instanties van het ministerie van Onderwijs.

ancient eight

Van de universitaire instellingen in Amerika zijn er maar iets meer dan 125 onderzoeksuniversiteiten. Hiervan behoren er zo'n vijftien à twintig tot de begerenswaardige topuniversiteiten: de Ancient Eight, de acht Ivy League universiteiten aan de Amerikaanse Oostkust, plus nog een tiental elders. Het collegegeld bedraagt zo'n 30 duizend dollar per jaar (inclusief huisvesting!); de kans om te worden aangenomen schommelt tussen de 10 en 20 procent. En krijg je dan eersteklas onderwijs? Niet per se! Klachten over de kwaliteit van het bacheloronderwijs richten zich opvallend vaak op de onderzoeksuniversiteiten, schrijft Bok.

De Nederlandse universiteiten kunnen het beste worden vergeleken met de Amerikaanse onderzoeksuniversiteiten. Docenten verdelen hun tijd tussen onderwijs en onderzoek. Veel van de problemen die Bok beschrijft, spelen ook bij ons: de massaliteit van het BA-onderwijs, de oppervlakkigheid van veel programma's, de geringe intellectuele uitdaging voor de docenten en de soms uiterst beperkte wetenschappelijke interesse van de studenten. Bachelors zijn een ondankbare categorie studenten. Ze zijn het voetvolk van de universiteit. Ze brengen geld binnen maar worden eigenlijk niet echt serieus genomen. In Nederland geldt een bacheloropleiding als een halve universitaire opleiding. Veel studenten en docenten zien het bacheloronderwijs toch vooral als een voorbereiding op de master.

Eén van de problemen van het universitaire lesgeven is de ondermaatse belangstelling voor de didactische kant van het onderwijs, stelt Bok. Docenten vergaderen veel over de inhoud van het studieprogramma (hoewel minder dan de meeste docenten willen doen geloven) maar vrijwel nooit over de wijze waarop het wordt gegeven. In Nederland is voor iedere vorm van onderwijs een didactische opleiding of aantekening vereist, behalve voor het universitaire onderwijs. Discussie over de kwaliteit van het onderwijs ligt gevoelig. Docenten worden er niet graag op aangesproken - en dat gebeurt dan ook zelden. Hoeveel enthousiaste en capabele docenten er ook zijn, voor medewerkers aan Nederlandse universiteiten geldt hetzelfde als voor hun Amerikaanse collega's: onderzoek is belangrijker dan onderwijs. Onderzoeksresultaten bepalen je status, je carrièreperspectieven en je inkomen. Docenten die te weinig publiceren, lopen de (geringe) kans te worden gestraft: zij zullen meer onderwijs moeten geven.

Undergraduates zijn het eerste slachtoffer van het primaat van onderzoek. Over het algemeen ontlenen docenten weinig intellectueel genoegen aan eerste- of tweedejaarscolleges. Op veel Amerikaanse universiteiten wordt het bacheloronderwijs dan ook bij voorkeur overgelaten aan tijdelijke, jonge medewerkers. Zij zijn het moderne academische proletariaat. Ze spoeden zich van college naar college, onderbetaald en onverzekerd. Ook bij ons hebben jonge docenten vaak uitsluitend een onderwijstaak Ze krijgen tijdelijke aanstellingen en genieten uiterst bescheiden salarissen. Het heeft ook een positieve kant: de competitie, de wedijver en de onderscheidingszin is fors toegenomen. De eeuwige doctorandus, de 'wetenschappelijk ambtenaar', is over een paar jaar van de Nederlandse universiteiten verdwenen.

Derek Bok beklaagt zich over de geringe talenkennis van Amerikaanse studenten. De eisen die universiteiten stellen aan taalvaardigheid is de afgelopen decennia dramatisch afgenomen. Bok meent ook dat Amerikaanse studenten veel te weinig over de grens kijken. Ze weten niet genoeg van de wereld. Ze volgen te weinig colleges over internationale onderwerpen. Ze ontmoeten niet genoeg buitenlandse studenten. En als ze al in een ander land gaan studeren, dan het liefst in een land dat op Amerika lijkt en waar Engels wordt gesproken. Wat dit betreft staan Nederlandse universiteiten er beter voor. We spreken met z'n allen tenminste één vreemde taal en studenten die een deel van hun studie in het buitenland doorbrengen, komen niet zo ver met hun moedertaal.

oplossingen

De problemen die Bok in het bacheloronderwijs signaleert zijn niet specifiek Amerikaans. De oplossingen die hij suggereert, soms wel. Wat is het doel van bacheloronderwijs? Bok komt tot zeven prioriteiten, en die gaan aanzienlijk verder dan wat in ons land gemeenlijk onder de 'eindtermen' van een opleiding wordt begrepen. Een aantal doelstellingen heeft direct met de inhoud van het onderwijs te maken: meer aandacht voor communicatieve vaardigheden, voor kritisch en onafhankelijk denken, voor brede, algemene ontwikkeling en voor de beroepsvoorbereiding van studenten.

Boks overige suggesties zijn veel ambitieuzer. Colleges en universiteiten dienen volgens hem veel uitdrukkelijker bij te dragen aan de morele en ethische vorming van studenten dan thans het geval is. Studenten worden overal in onderwezen en op van alles beoordeeld maar niet op het allerbelangrijkste: hun karakter. Studenten zijn zelf uitdrukkelijk geïnteresseerd in morele vraagstukken, meent Bok te weten, universiteitsbrochures staan er vol mee, maar in het onderwijs wordt er vrijwel geen plaats voor ingeruimd.

Het onderwijsprogramma is nog te veel toegesneden op de interesses en de mogelijkheden van de wetenschappelijke staf, concludeert Bok, en te weinig op de behoeften van student en samenleving. Bacheloronderwijs dient studenten vooral te bekwamen in de omgang met andere culturen, in eigen land en daarbuiten. Het grootste deel van de Amerikaanse studenten woont op de campus, en de freshmen, eerstejaars, maken er over het algemeen een wilde boel van. Dat verklaart mede waarom Bok zo hecht aan de opvoedende taak van de universiteit.

weggehoond

De belangrijkste maatschappelijke opdracht echter die Bok aan universiteiten meegeeft is het voorbereiden van studenten op verantwoord burgerschap, het opleiden van studenten tot actieve en verlichte burgers. Bok lijkt mij geen conservatief en hij is al helemaal geen rabiate nationalist. Of zijn ideeën typisch Amerikaans zijn weet ik niet, maar in Nederland zouden ze zeker worden weggehoond.

De discussie over het maatschappelijk nut van universitair onderwijs wordt in Nederland met louter pragmatische argumenten gevoerd, met de nadruk op de noodzaak van zelfstandigheid, van keuzevrijheid en van toegankelijkheid. De vragen die Bok oproept en de prioriteiten die hij formuleert, staan ver af van het Nederlandse universitaire leven. Wetenschappelijk onderwijs draagt sowieso bij aan morele vorming en verantwoord burgerschap, wordt hier doorgaans aangenomen, en zo dat niet het geval mocht zijn dan is dat nog geen probleem omdat wetenschappelijk onderwijs vooral wetenschappelijke vorming beoogt, niet meer en niet minder. Het is allemaal nogal mager, nogal naar binnen gericht.

De suggesties van Bok hebben ongetwijfeld iets paternalistisch en bemoeizuchtigs. Dat is geen reden om Our underachieving colleges niet te lezen. Bok heeft liefde voor zijn vak. Dat straalt er vanaf. En als het Amerikaanse universitaire bestel inderdaad zo navolgenswaardig is als velen menen, dan kan enige overdenking van Boks kanttekeningen bij ons bacheloronderwijs er ook nog wel bij.

Derek Bok, 'Our underachieving colleges. A candid look at how much students learn and what they should be learning more'. Princeton University Press, 32,97