Giro: tussen waanzin en heroïek

In de Ronde van Italië begint dit weekend de zwaarste wielerweek sinds jaren. Zeven bergetappes, stijgingspercentages tot 24, legendarische cols als Pordoi, Gavia en Mortirolo. Ivan Basso heeft nog niet gewonnen.

Laatste nieuws uit de Dolomieten: het steile grindpaadje naar Plan de Corones is op het laatste moment verhard, voordat daar woensdag de zeventiende etappe van de Giro d'Italia eindigt. Het mengsel van gruis en cement zal net op tijd zijn opgedroogd, als het niet gaat regenen of sneeuwen althans. Twee weken geleden huiverden de favorieten nog als de naam van het ski-oord maar werd uitgesproken. 'Te steil', vond Ivan Basso. 'Heeft niets met wielrennen te maken', zei Paolo Savoldelli.

'Ik heb foto's gezien van Damiano Cunego die de helling verkende op een sneeuwschuiver', bibberde Michael Rasmussen. De beelden waarop de Deen van Rabobank doelde, liegen niet. Sneeuw, grind, kuilen, waterafvoerkanaaltjes dwars over de 'weg', haarspeldbochten die bijna recht omhoog lopen. Zelfs als het pad naar Plan de Corones of Kronplatz op tijd verhard is, blijft fietsen een loodzware opgave. De steilste stukken hebben een stijgingspercentages van 24 procent, en dat over 5,5 kilometer naar een hoogte van 2.273 meter. Renners denken aan het gebruik van een mountainbike en kiezen extra kleine verzetten, tot 34x28 toe, wat betekent dat je per pedaalomwenteling nog geen tweeënhalve meter vooruit komt. Rasmussen, bergkoning in de afgelopen Tour, zal het niet meemaken. Met een lichte rugblessure gaf hij eergisteren op, na de door Jan Ullrich gewonnen tijdrit.

De organisatoren van de Ronde van Italië hebben traditioneel een voorliefde voor nieuwe, onbekende bergen. De Ronde van Frankrijk kent door de jaren heen vaste ijkpunten. Tourmalet, Aspin, Aubisque of Galibier zijn al meer dan vijftig keer beklommen. In Italië maakte alleen de Passo Pordoi meer dan dertig keer deel uit van het parcours. De nieuwe beklimmingen kunnen de huidige Giro-directeur Angelo Zomegnan niet extreem genoeg zijn. Vorig jaar joeg hij het peloton over een geitenpad de Colle delle Finestre op. Wel een van de meest spectaculaire wielermomenten van 2005 overigens.

Naast de waanzinnige klim naar Plan de Corones staat er nog een aantal nieuwe cols op het programma. Vandaag beklimmen de coureurs vlak voor de finish de Colle San Carlo, morgen komen ze voor het eerst boven 2.000 meter: de Passo del Sempione. Vanaf dinsdag volgen de meer traditionele Giro-beklimmingen, met als eerste een aankomst bovenop de Monte Bondone. Vrijdag gaat het over Staulanza, Fedaia, Pordoi naar de Passo di San Pelligrino. Zaterdag, de voorlaatste etappe, krijgt het peloton reuzen als Tonale, Gavia en Mortirolo voor de wielen.

Heroïek genoeg in de Dolomieten. Gilberto Simoni, Giro-winnaar van 2001 en 2003 en op dit moment negende in het klassement, begon met wielrennen nadat hij Francesco Moser in 1987 zag duelleren met Laurent Fignon op de Pordoi. Paolo Savoldelli, met eindzeges in 2002 en 2005 en nu vierde, vond zijn inspiratie in de onvergetelijke etappe over de Gavia in 1988. Die werd toen gewonnen door Erik Breukink. Johan van der Velde, een jaar eerder winnaar van twee Dolomieten-ritten, strandde die dag bovenop de Gavia, bevangen door de kou. Hij hield er de bijnaam l'Uomo di Gavia aan over.

Is het extreem zware parcours een garantie voor een spectaculair slagveld? 'Het zijn de renners die de zwaarte van de wedstrijd bepalen', herhaalde Rasmussen voor de start van de Giro een oude wielerwet. In de Tour de France was de laatste jaren meestal de eerste bergetappe bepalend voor het klassement. Rozetruidrager Ivan Basso lijkt met een geruststellende voorsprong aan de slotweek te beginnen. Zijn CSC-ploeg is bovendien sterk genoeg om de koers te controleren. Maar de Giro heeft de laatste jaren meer verrassingen gekend.