Funnen en waven - echt flippen

Na jaren heeft Nederland weer een surfer in de wereldtop. Casper Bouman surft komende week de Holland Regatta op het nieuwe olympische surfboard, dat hij zelf hielp ontwerpen.

Casper Bouman tijdens een training op het IJsselmeer bij Medemblik. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold medemblik caspar bouman windsurfer voor sport foto rien zilvold Zilvold, Rien

Casper Bouman kon het gistermiddag weer eens niet laten. Onstuimig weer, een stevige zuidwester. Typisch zo'n dag voor 'Scheveningen'. Dat is codetaal voor funnen en waven, salto's draaien in de branding van de Noordzee. 'Als ik met mijn vrienden ben en het gaat ineens waaien', vertelt Bouman in een stevig Haags accent, 'dan ben ik één van de eersten die zegt: ik ga even op Scheveningen kijken. Dat zit in je.' Gistermiddag had hij zo'n moment. Terwijl half Nederland binnen bleef voor de storm en de stortbuien, pakte Casper Bouman (20) zijn surfplank. Met windkracht 8 de Noordzee op. 'Het was te mooi om te laten lopen', zegt hij later met een grote grijns. 'Echt flippen.'

Windsurfen - racen - is zijn beroep, maar funnen in de branding zijn passie. Zoals snowboarden dat vroeger was. Niet dat het Watersportverbond er blij mee is. 'Ze zijn bang dat ik blessures oploop, maar ik weet wat ik doe. Ik ben professional, dus ik ga echt niet de zee op als ik doodmoe ben van een training, of vlak voor een grote wedstrijd.' Maar de lange Hagenaar (1,93 meter) heeft het brandingsurfen hard nodig om goed te kunnen racen, verontschuldigt hij zich. 'De feeling die je daarmee krijgt met je board is onwijs belangrijk, het helpt me bij het racen. En het is ontspanning, even die kick krijgen.'

Het Watersportverbond is niet voor niets bezorgd over zijn gezondheid. Bij het brandingsurfen is de kans op blessures groot. En Bouman moet nog lang mee. Hij wordt gezien als één van de grootste Nederlandse surftalenten sinds Stephan van den Berg die in 1984 een gouden olympische medaille won in Los Angeles. Nu wordt die vergelijking al snel gemaakt als een Nederlander een keer voorin meevaart, tempert surfcoach Jochem Brenninkmeyer de euforie. Maar hij erkent dat Bouman bijzondere talenten bezit. Hij schreef dit jaar al twee 'grandslamwedstrijden' op zijn naam: in januari won hij Sail Melbourne en vorige maand was hij de beste in de zeer sterk bezette olympische week van Hyères in Zuid-Frankrijk, zijn doorbraak. Bij dergelijke wedstrijden vaart het veld in vijf of zes dagen elke dag twee races.

'Ik kan me niet herinneren wanneer een Nederlander voor het laatst zo'n wedstrijd won', zegt Brenninkmeyer. 'Als er veel wind staat hoort Casper bij de wereldtop', zegt hij over zijn pupil die volgende week deelneemt aan de Holland Regatta op het IJsselmeer bij Medemblik. 'Als er een paar dagen weinig wind staat krijgt hij het lastig.'

Maar de bond koestert het talent dat de afgelopen jaren kwam bovendrijven in een nieuwe klasse surfboards, de RS:X, als opvolger van de Mistral One Design die tijdens de laatste drie Spelen werd gebruikt. Toevallig is de RS:X precies de plank waarop in 2008, voor de kust van Tsingtao, tijdens de Olympische Spelen van Peking wordt gevaren. 'De internationale zeilfederatie wilde het surfen spectaculairder maken', zegt Bouman. 'Daarom is dit nieuwe surfboard ontworpen. Het is korter en breder, met een groter zeiloppervlak, waardoor je veel hogere snelheden kan halen. We varen nu soms vijftig kilometer per uur.'

De nieuwe plank is de lange Hagenaar op het lijf geschreven, meer dan de oude Mistral. Vreemd is dat niet: Bouman was als testsurfer voor sponsor Neil Pryde de afgelopen jaren nauw betrokken bij de ontwikkeling van de RS:X. De nieuwe olympische plank werd letterlijk voor hem ontworpen. 'Ik werd gevraagd door Pieter Bijl, een hele goeie surfer en hoofdtester bij Neil Pryde, of ik mee wilde helpen. Dat vond ik een grote eer.'

Met een prototype van de plank ging Bouman de zee op, begeleid door de ontwerpers. 'Het was niet zo dat ik zelf de zaag pakte om de plank bij te schaven', zegt Bouman. 'Ik vertelde tijdens het surfen precies wat ik voelde, en hoe ik dacht dat het beter zou kunnen. Pieter zette die opmerkingen om in aanpassingen van het board.' Het testen van de nieuwe plank betekende ook dat hij een stap voor ligt op de concurrentie. 'Inmiddels vaart de concurrentie ook al een jaar met dit board, dus het voordeel is zo langzamerhand uitgewerkt. De voorsprong die ik nog heb moet ik zien te behouden.'

Met zijn lange lijf komt Bouman op de nieuwe surfplank het best tot zijn recht bij veel wind, vanaf 12 knopen (windkracht 4), wanneer de surfers hun plank over het water kunnen laten glijden, of planeren. Technisch, zegt Bouman, surft hij onder die omstandigheden beter dan de rest van het veld. Dat beaamt zijn coach, Jochem Brenninkmeyer. Maar bij licht weer krijgt de Hagenaar het zwaar. Brenninkmeyer: 'Dat is zijn zwakke punt. Je moet dan soms een half uur pompen, trekken aan het zeil, met een hartslag van 180, om vooruit te komen. Je moet dan pijn kunnen lijden. Het duurt nog wel een jaar voordat hij dat heeft ontwikkeld.'

Afzien lijkt op het eerste gezicht een relatief begrip in de surfcarrière van Casper Bouman. In 2004 kreeg hij de opdracht het nieuwe ontwerp en de zeilen van de RS:X-plank te testen op Maui, bij Hawaii, voor surfers het paradijs op aarde. 'Ik zou een maand blijven, maar ik heb direct na aankomst mijn ticket verlengd', zegt hij. 'Toen het werk klaar was ben ik nog twee maanden gebleven. Elke dag weer die golven in tweeën splijten. Het is heel imponerend, het vetste wat je kan doen. De krachten die je op die golven voelt zijn niet normaal.'

Tijd voor zijn studie commerciële economie aan de Randstad Topsport Academie had hij niet, daar op Maui, maar tussen de wedstrijden studeert hij wanneer het kan. Op Maui wordt het surfen vooral geassocieerd met glamour, show, gebruinde lijven, geld en rijke sponsors. De beste vriend van Bouman, Kevin Mevissen, Europees kampioen freestylen, verdient in die wereld de kost met salto's en loopings, bewonderd door het publiek en beoordeeld door een jury. Bouman: 'Dat is showsport. Hij zit nu op Mauritius voor een fotoshoot . In die wereld gaat veel meer geld in om dan in het olympische windsurfen, omdat het veel meer een tv-sport is. Er zijn veel meer sponsors. Maar de tijd van Robbie Naish, toen de surfers echt rijk werden, is wel voorbij.'

Echt jaloers is Bouman trouwens niet op de brandingsurfers, hoe mooi hij de sport ook vindt. 'Maar als het niet waait doet hij niks. Dan vervelen ze zich rot.'

Het 'gewone' windsurfen kent die glamourkant nauwelijks, zegt Bouman. 'Het is wel spectaculair om in zo'n race te varen, maar het is niet echt een tv-sport, helaas. Het is hard werken.'

Dat blijkt. Bouman is professional, won eind april de prestigieuze week van Hyères, maar hield er geen euro aan over. 'Behalve een beker', lacht hij. Zijn reiskosten worden betaald door het Watersportverbond, maar hij kan niet rondkomen van het surfen. Wat dat betreft moet hij het vooral hebben van zijn ouders, zelf fanatieke zeilers bij de Haagse zeilvereniging HKZV, en de belangrijkste sponsors van hun zoon. Hij woont nog steeds bij hen in het ouderlijk huis in de Haagse Vogelwijk, niet ver van het strand. 'Zij hebben me altijd gesteund. Als ik ergens heenmoet, krijg ik de auto mee.'

Casper Bouman kwam op zijn elfde in aanraking met surfen dankzij zijn oudere broer, een Srilankees van geboorte die met zijn zusje werd geadopteerd toen het gezin in Sri Lanka woonde. 'Mijn vader was destijds als ingenieur betrokken bij het ontwerp van het vliegveld bij Colombo, dus ik heb de eerste vier jaar van mijn leven in Sri Lanka gewoond.'

Hij komt er nog steeds regelmatig, niet alleen om te surfen in de Indische Oceaan, maar vooral voor zijn 'Srilankese familie', de biologische ouders van zijn broer en zus met wie zij nog regelmatig contact hebben. Het harde leven in Sri Lanka houdt hem met beide benen op de grond, zegt Casper. 'Als je ziet hoe blij de mensen in Sri Lanka zijn met iets kleins, met oude kleren ofzo. Ze sliepen daar vroeger met de hele familie op de grond. Niet iedereen heeft het zo goed als wij.' Dat vond ook Bouman senior, die na de verwoestende tsunami anderhalf jaar geleden vervroegd met pensioen ging en nu als vrijwilliger helpt bij de wederopbouw van de stad Galle in het zuiden van het land.

Als jonge surfer haalde Casper Bouman al verschillende successen, zoals een tweede plaats op de jeugdwereldkampioenschappen in 2000, op een Mistral. Vorig jaar besloot hij professional te worden in de nieuwe olympische klasse, en besefte dat hij serieuzer voor zijn sport moest gaan leven om de top te halen. 'Het is fysiek een zware sport. Ik let op mijn voeding, ik zorg dat ik rust krijg. Ik laat me niet meer overhalen door mijn vrienden om mee te gaan naar een feestje. Ik vaar de Holland Regatta en in juni het EK in Turkije. Dan zeg ik tegen mijn vrienden: we drinken na het EK wel weer een biertje.'

De komende jaren staat hij voor een tweegevecht met zijn trainingsmaatje, Joeri van Dijk (22), die meedeed aan de Olympische Spelen en verschillende internationale wedstrijden won, waaronder drie keer de Holland Regatta. Maar hij lijkt meer moeite te hebben met de omschakeling van de Mistral-klasse naar de nieuwe olympische surfplank. Bovendien heeft Van Dijk een trainingsachterstand omdat hij nog herstelt van een neusoperatie, die hij eerder dit jaar onderging.

In 2008 mag slechts één van hen naar de Olympische Spelen. Maar van concurrentie is geen sprake, zegt Bouman. 'Ik heb onwijs veel van Joeri geleerd. Nu helpen wij helpen elkaar om beter te worden. Ik ga niet zeggen tegen hem: ik leer jou mijn trucjes niet meer. We gunnen het elkaar, we weten van elkaar wat we ervoor doen. Joeri en ik vullen elkaar aan: ik ben favoriet als er veel wind staat, hij is favoriet met weinig wind. Hij is heel goed, niet iemand die je zomaar wegveegt op het IJsselmeer.'

Het Nederlandse surfen lijkt dus na jaren weer terug te keren in de top, weet ook surfcoach Brenninkmeyer. 'Het is goed dat we straks een luxe-probleem hebben, dat twee surfers moeten strijden om één olympische plek.' Ergens in 2007, zo beseffen de surfers, gaat het nog maar om één vraag: Bouman of Van Dijk. 'Het zal een mooie strijd worden', voorspelt Bouman. Maar hij wil niet te ver vooruit kijken. 'Ik wil eerst Europees of wereldkampioen worden.'

    • Rob Schoof