Freuds sofa als brug tussen kunst en therapie

De sofa staat niet meer in Wenen. Het meubelstuk waarop de patiënten van Sigmund Freud plaatsnamen staat in Londen, in de woning waar Freud zijn laatste levensjaar doorbracht en waar nu een klein museum is gevestigd. Toen de Weense arts in 1938 voor de nazi's naar Engeland vluchtte, nam hij bijna zijn complete huisraad mee: meubels, bibliotheek en een flink deel van zijn collectie antieke kunstvoorwerpen. De sofa kon door de het Weense Freud-museum nooit worden losgepeuterd bij de Engelse collega's, zelfs niet voor de tentoonstelling die er nu aan Freud en de psychoanalyse is gewijd, en waarin het meubelstuk een centrale plaats inneemt.

Wachtkamer voor de praktijk van Sigmund Freud in Wenen (Foto Sigmund Freud Privatstiftung) Sigmund Freud Privatstiftung

Het Weense museum is gevestigd in de Berggasse 19, een van de beroemdste adressen uit de cultuurgeschiedenis. Hier woonde Freud met zijn familie tussen 1891 en 1938. In de typische burgerwoning uit de late negentiende eeuw, vlak buiten het centrum van Wenen, had hij zijn praktijk en schreef hij vermaarde boeken als Die Traumdeutung, Das Unbehagen in der Kultur of Die Psychopathologie des Alltaglebens. Freud was trots op de royale woning, die hij meermaals liet verbouwen. Ook zijn jongste dochter Anna, kinderpsychologe, had er haar praktijkruimte. Na Freuds vlucht in 1938 (de al doodzieke kankerpatiënt had zich kunnen vrijkopen bij de nazi's) ontstond hier een zogenaamde 'Juden-Sammelwohnung'; joodse burgers werden er tijdelijk gehuisvest in afwachting van deportatie. Om Oostenrijk te kunnen verlaten moest Freud op bevel van de staatspolitie nog wel een verklaring ondertekenen, waarin stond dat hem geen haar was gekrenkt. Hij vulde die aan met een schoolvoorbeeld van jüdischer Witz aan toe: 'Ich kann die Gestapo jedermann auf das Beste empfehlen.'

Sinds de opening van het museum in 1971 is het gebouw diverse malen uitgebreid. Na de jongste verbouwing - dit voorjaar werd een belendend pand aangekocht - is er ook plaats voor speciale tentoonstellingen.

Wie het gebouw betreedt, proeft meteen iets van de sfeer die in huize Freud moet hebben geheerst. In de garderobe staan een tas en twee koffers die de medicus hebben toebehoord. Van hieruit gingen de patiënten naar de wachtkamer die in de originele staat is hersteld. De vaste collectie laat gebruiksvoorwerpen van Freud zien: schrijfgerei, hoeden, een wandelstok en een deel van zijn antieke objecten. In een zaal worden historische filmopnamen van de familie Freud getoond, samengesteld en becommentarieerd door dochter Anna, die in 1971 ook de basis legde voor de enorme psychoanalytische vakbibliotheek van 35.000 exemplaren, de grootste in Europa.

Die Couch. Vom Denken im Liegen, georganiseerd rondom Freuds honderdvijftigste geboortedag, belicht de voorgeschiedenis van de psychoanalytische behandeling en legt dwarsverbindingen tussen de sofa in de medische praktijk en het meubelstuk in kunst, design en literatuur. Indrukwekkend is de sensueel-erotische reeks lithografieën van de negentiende eeuwse Fransman Paul Gavarni, die dandy's en lichtekooien op de divan afbeeldt. De figuren op de zitbank bij de Zwitserse Jugendstil-kunstenaar Felix Valloton maken daarentegen een in zichzelf gekeerde indruk, terwijl de surrealist Max Ernst de overgang tussen het liggen en de droom en hallucinatie lijkt te benadrukken. Het laatste paste overigens geheel in het straatje van Freud - zoals de verbindingen tussen surrealisme en Freuds gedachtegoed steeds opvallend manifest waren.

Voor Freud als zielenvorser was de divan onontbeerlijk. De liggende houding reduceerde bij de patiënt de bewuste controle over het denken en bevorderde de vrije associatie; door de lichamelijke ontspanning werd de blik naar binnen gekeerd. De analyticus diende overigens altijd aan het hoofdeinde van de sofa plaats te nemen. Oogcontact tussen patiënt en behandelaar moest strikt worden vermeden, waardoor de overdracht van verborgen gevoelensonbelemmerd kon plaatsvinden.

Uiterst geslaagd is de fotoreeks van de Amerikaanse kunstenares Shellburne Thurber, die honderden opnamen maakte van psychoanalytische praktijkruimten in Buenos Aires (werelwijd de hoogste praktijkdichtheid), Boston en Massachusetts. Een tweede vertrek besteedt aandacht aan de ideeën van de cultuurwetenschapper Aby Warburg (1866-1929), voor wie het liggen een bijzondere rol innam in de genealogie van het denken. In weer een andere ruimte wordt ingegaan op de niet altijd even zachtzinnige behandelingsmethoden die neurasthenici in de negentiende eeuw ten deel vielen.

Rondlopend in het museum stuit je overal op sofa's, chaise longues, ottomanes en rustbanken; de elegantste ontwerpen zijn van Freuds tijd- en stadgenoten Otto Wagner en Josef Hoffmann.

De modernste variant, blijkbaar een lievelingsobject van hedendaagse Italiaanse psychoanalytici, is van Todd Bracher en wordt sinds kort in serie geproduceerd door de bekende meubelfirma Zanotta.

Die Couch. Vom Denken im Liegen. Sigmund Freud Museum, Berggasse 19 Wenen; van 5 mei tot 5 november, dagelijks van 9-18 uur; catalogus 25 Euro. Info: www.freud-museum.at
    • Wil Rouleaux