Einde aan het lijden in Darfur nog lang niet voorbij

Koert Lindijer schrijft in NRC Handelsblad van 6 mei over het vredesakkoord dat is getekend in Darfur. Na meer dan drie jaar barbaarse oorlog, twee jaar eindeloos onderhandelen en - niet te vergeten - 200.000 doden en meer dan twee miljoen vluchtelingen, hebben de belangrijkste strijdende partijen in Darfur een overeenkomst bereikt. Daarmee komt ook de broodnodige vredesmacht van de Verenigde Naties in zicht die de troepen van de zwakke Afrikaanse Unie moet vervangen. De kernvraag blijft: wat is de betekenis van het vredesakkoord?

Soedan heeft een reputatie op het gebied van vrede sluiten. Te vaak bleken akkoorden minder waard dan het papier waarop zij stonden. Ook nu dreigt dat gevaar. De inkt van de handtekening was in elk geval nog niet droog of de Soedanese autoriteiten maakten een terugtrekkende beweging op het punt van het toelaten van een VN-vredesmacht. Daarbij komt dat enkele kleinere rebellenbewegingen weigeren te tekenen. Ongetwijfeld is de belangrijkste vraag of de Soedanese autoriteiten erin zullen slagen om de milities van de Janjaweed te dwingen de strijd op te geven. De milities, in het leven geroepen door de autoriteiten, zijn een geheel eigen koers gaan varen - wel nog steeds met steun van het regeringsleger.

Voor de bevolking is het einde van het lijden nog lang niet voorbij. Nagenoeg alle Darfuri zijn afhankelijk van humanitaire hulp, terwijl zeker enkele honderdduizenden mensen al enige tijd van elke hulp verstoken zijn. Het is zaak dat én de veiligheid gewaarborgd blijft, én de hulpverleners vrij toegang krijgen tot het gebied.